NGV-Geonieuws 132 artikel 770

NGV-Geonieuws: elektronisch geologisch tijdschrift


26 Januari 2007, jaargang 9 nr. 1 artikel 770

Auteur: prof. dr. A.J. (Tom) van Loon
Geologisch Instituut, Adam Mickiewicz Universiteit, Poznan (Polen)

Dit artikel is onderdeel van NGV-Geonieuws uitgave 132! Op de huidige pagina is alleen artikel 770 te lezen.

<< Vorig artikel: 769 | Volgend artikel: 771 >>

770 Sediment in Nijl vooral afkomstig uit door mensen beÔnvloed gebied
Auteur: prof. dr. A.J. (Tom) van Loon

Klik hier voor alle artikelen over Sedimentologie !     Klik hier om dit artikel af te drukken !

De Nijl heeft een stroomgebied dat een groot deel van Noordoost-Afrika beslaat. In de bovenloop wordt het stroomgebied geŽrodeerd, in de benedenloop en voor de monding wordt het meegevoerde materiaal weer afgezet. Overigens neemt de grootte van de Nijldelta steeds meer af, enerzijds door erosie die een gevolg is van stromingen langs de Noord-Afrikaanse kust, anderzijds doordat de aanvoer van sediment sterk is afgenomen. Die afgenomen toevoer van sediment hangt direct samen met de bouw van stuwdammen in de rivier, waardoor stuwmeren ontstaan waarin bijna al het door de rivier meegevoerde sediment wordt gevangen.


Microscopische opnames van enkele typische Nijlzanden

Die stuwdammen, bedoeld om elektriciteit te leveren via waterkrachtcentrales en om een meer op de vraag aangepaste levering van water benedenstrooms (vooral voor irrigatie) te garanderen, blijken tal van negatieve bijeffecten te hebben. Niet alleen zijn historisch en cultureel belangrijke plaatsen overstroomd (zoals het tempelcomplex van Aboe Simbel), maar ook bezinkt het vruchtbare slib dat landbouw langs de Nijl mogelijk maakt voor het overgrote deel in de kunstmatige meren achter de stuwdammen. Juist dat negatieve bijeffect opent voor aardwetenschappers echter ook weer mogelijkheden: het zich achter de stuwdammen opstapelende riviersediment biedt namelijk een goede gelegenheid om de hoeveelheid en aard daarvan te onderzoeken.

Stuwdammen bevinden zich niet alleen in de benedenloop van de Nijl, maar ook in de bovenloop, onder meer in Soedan en EthiopiŽ. Daardoor wordt het mogelijk om de sedimenten (en hun hoeveelheden) te onderzoeken uit de afzonderlijke deelstroomgebieden van de rivier. De belangrijkste stromen daar zijn de Blauwe Nijl, de Witte Nijl en de Atbara. Het sediment dat die aanvoeren, is onderzocht door monstername in het Roseires-, het Khashm el Girba- en het Nasserstuwmeer. Uit informatie die zo werd verkregen kan worden afgeleid dat de Nijl per jaar gemiddeld 230 (+/-20)miljoen ton sediment vervoert (2-4 maal meer dan tot nu toe werd aangenomen).


De Atbara, een van de 3 grote rivieren die samen
de Nijl vormen


Het stuwmeer van Aboe Simbel


Van de aangevoerde hoeveelheden blijkt 82 (+/-10) miljoen ton afkomstig te zijn uit het stroomgebied van de Atbara, en 140 (+/-20) miljoen ton uit dat van de Blauwe Nijl. De Witte Nijl en alle andere toevoerstromen samen leveren minder dan 10 miljoen ton. De meegevoerde deeltjes uit de diverse stroomgebieden zijn goed van elkaar te onderscheiden, want het sediment van de Atbara bevat relatief veel vulkanische gesteentefragmenten en de mineralen olivijn en bruine augiet uit basaltische gesteenten. De Blauwe Nijl vervoert sediment met veel kaliveldspaat en hoornblende; de andere rivieren leveren vooral kwartszand.


De grote Assoeanstuwdam vormt een enorm stuwmeer

Het meeste sediment (aangevoerd door de Blauwe Nijl) is afkomstig van de hooglanden van EthiopiŽ. Gezien de hoeveelheid sediment die uit dit gebied door de Blauwe Nijl wordt meegevoerd, moet de erosie in dit gebied zo'n 800 (+/-150) ton/km2 bedragen, wat neerkomt op een gemiddelde erosie van 0,29 (+/- 0,05) mm/jaar. Waarschijnlijk is deze hoge erosiesnelheid deels een gevolg van menselijke activiteit (ontbossing en intensief gebruik voor landbouw). In het geologisch verleden was de erosie hier waarschijnlijk veel minder, en was dus ook de samenstelling van het Nijlsediment anders.

Referenties:
  • Garzanti, E., AndÚ, S., Vezzoli, G., Megid, A.A.A. & El Kammar, A., 2006. Petrology of Nile river sands (Ethipia and Sudan): sediment budgets and erosion patterns. Earth and planetary Science Letters 252, p. 327-341.

Foto's welwillend ter beschikking gesteld door Eduardo Garzanti, Dipartimento do Scienze Geologiche e Geotechnologie, Universitŗ di Milano-Bicooca, Milaan (ItaliŽ).


Copyright © NGV 1999-2017
webmaster@geologischevereniging.nl