NGV-Geonieuws 133 artikel 775

NGV-Geonieuws: elektronisch geologisch tijdschrift


9 Februari 2007, jaargang 9 nr. 2 artikel 775

Auteur: prof. dr. A.J. (Tom) van Loon
Geologisch Instituut, Adam Mickiewicz Universiteit, Poznan (Polen)

Dit artikel is onderdeel van NGV-Geonieuws uitgave 133! Op de huidige pagina is alleen artikel 775 te lezen.

<< Vorig artikel: 774 | Volgend artikel: 776 >>

775 Laatste interglaciaal begon en eindigde snel
Auteur: prof. dr. A.J. (Tom) van Loon

Klik hier voor alle artikelen over (Paleo)Klimaat ! Klik hier voor alle artikelen over Sedimentologie !     Klik hier om dit artikel af te drukken !

Het Eemien, het interglaciaal tussen de twee laatste ijstijden is lang niet zo goed bekend als het (waarschijnlijke) interglaciaal waarin we nu leven, het Holoceen. Dat komt omdat veel afzettingen uit het Eemien - en daarmee bijvoorbeeld ook de stuifmeelkorrels die iets over de klimaatontwikkeling zouden kunnen vertellen, door het ijs uit de laatste ijstijd zijn geŽrodeerd. Steeds vaker worden nu echter bijzondere locaties aangetroffen waarin afzettingen uit het Eemien bewaard zijn gebleven.


De ligging van het onderzoeksgebied.

Een van die locaties is een meer - het Laco Grande di Monticcho - in Zuid-ItaliŽ. Het meer ligt in een maar (een -met water gevulde - depressie die ontstaan is door de explosieve uitbarsting van een vulkaan) op de Monte Vulture (waar overigens ook nog enkele kleinere maren liggen). De afzettingen in dit maar blijken het hele Eemien te omvatten, waarmee voor het eerst een complete Eemienopeenvolging op een continent is gevonden.


Het Lago Grande di Monticchio met (klein) het
boorplatform


De vulkaan Monte Vulture waarop het onderzochte
maar ligt


De afzettingen in het meer bestaan vrijwel geheel uit fijngelamineerde silten en kleien. De laminae blijken, net als in het geval van warven, jaarlijkse cycli te vertegenwoordigen. Door het laagje na laagje 'afpellen' van deze sedimenten kan worden vastgesteld hoeveel tijd er nodig was om het pakket te vormen, en door de stuifmeelkorrels (afkomstig van de begroeiing in de directe omgeving van het meer) te analyseren, kan worden vastgesteld hoe het klimaat zich in de loop van het interglaciaal ontwikkelde.


Interpretatie van het sediment in het
Lago Grande di Monticchio


Ongeveer 20 cm lange
boorkern met warven uit het maar
(foto GeoForschungsZentrum Potsdam)


Het Eemien, waarvan de ouderdom op basis van tal van benaderende methoden werd geschat op omstreeks 120.000 jaar, is moeilijk precies te dateren. Het is te oud voor de 14C-methode, en te jong voor andere radiometrische methoden (waarvoor het vaak ook onvoldoende radioactieve isotopen bevat). De geschatte datering berust dan ook op analysemethodes die hun nut voor het (wel goed dateerbare) Holoceen hebben bewezen. Diezelfde methoden zijn ook toegepast op het sediment van het Lago Grande di Montecchi. Daarbij bleek dat de bovenste afzettingen, die sterk lijken op die van het Eemien, maar die wel goed met 14C te dateren zijn, inderdaad jaarlaagjes vertonen. Die Holocene opeenvolging vertoont bovendien fluctuaties in de verhouding van onder meer zuurstof- en koolstofisotopen. Die fluctuaties zijn te correleren met vergelijkbare fluctuaties in mariene afzettingen. Omdat de jaarlagen in het Eemienpakket ook dergelijke fluctuaties vertonen, en omdat die ook gecorreleerd kunnen worden met vergelijkbare mariene afzettingen, en omdat die mariene afzettingen uit het Eemien wel te dateren zijn, komt het erop neer dat de jaarlaagjes uit het Eemienpakket zowel goed te dateren zijn, als (via het stuifmeel) inzicht geven in de klimaatsveranderingen.


Pollen van de eik (Quercus), de berk (Betula)
en van twee niet-houtige planten

Het zou te ver gaan hier alle details te preciseren, maar de uiteindelijke uitkomst van dit onderzoek is dat de duur van het Eemien nu met een behoorlijk grote mate van nauwkeurigheid kan worden vastgesteld, en wel op 17.700 jaar (plus of min 200 jaar). Ook kon zo worden vastgesteld dat het Eemien 127.200 (plus of min 1600) jaar geleden moet zijn begonnen. De overgang van de koude Saalienijstijd naar het warme Eemien duurde niet meer dan ongeveer 100 jaar, en de overgang van het Eemien naar de koude Weichselienijstijd nam niet meer dan ongeveer 150 jaar in beslag. Klimaatwisselingen die veel sneller gaan dan de huidige temperatuurstijging zijn dus een natuurlijk verschijnsel (waarmee overigens uiteraard niet is bewezen dat de huidige temperatuurstijging niet ook een natuurlijke component heeft).

Referenties:
  • Brauer, A., Allen, J.R.M., Mingram, J., Dulski, P., Wulf, S. & Huntley, B., 2007. Evidence for last interglacial chronology and environmental change from Southern Europe. Proceedings of the National Academy of Sciences of the United States of America 104, p. 450-455.

Figuren welwillend ter beschikking gesteld door Judy Allen, Environmental Research Centre, University of Durham, Durham (Verenigd Koningkrijk).


Copyright © NGV 1999-2017
webmaster@geologischevereniging.nl