NGV-Geonieuws 133 artikel 778

NGV-Geonieuws: elektronisch geologisch tijdschrift


17 Februari 2007, jaargang 9 nr. 2 artikel 778

Auteur: prof. dr. A.J. (Tom) van Loon
Geologisch Instituut, Adam Mickiewicz Universiteit, Poznan (Polen)

Dit artikel is onderdeel van NGV-Geonieuws uitgave 133! Op de huidige pagina is alleen artikel 778 te lezen.

<< Vorig artikel: 777 | Volgend artikel: 779 >>

778 DNA-onderzoek vereist zorgvuldiger opgraven en bewaren van fossielen
Auteur: prof. dr. A.J. (Tom) van Loon

Klik hier voor alle artikelen over Paleontologie, Fossielen & Uitstervingen !     Klik hier om dit artikel af te drukken !

Fossielen die in museumcollecties terecht komen worden vaak eerst zorgvuldig behandeld: afhankelijk van hun aard worden ze gewassen, geborsteld en/of van een laklaagje voorzien. Hoe goed bedoeld ook, deze handelwijze heeft inmiddels een schat aan onvervangbaar wetenschappelijk materiaal verloren doen gaan.


Restanten van de op DNA onderzochte 3200 jaar oude oeros (foto Museé Vert du Mans)

Dat geldt niet zozeer voor 'normale' fossielen zoals versteende schelpen, maar vooral om fragmenten (o.a. botten) waaraan of waarin DNA aanwezig kan zijn. Met moderne technieken kunnen zelfs kleine fragmenten namelijk veel informatie verschaffen. Bij de klassieke opgravings- en behandelingsmethoden verdwijnen de sporen van het DNA echter geheel of grotendeels. Dat bleek onder meer overtuigend toen onderzoekers de restanten van een 3200 jaar oude oeros onderzochten. Die botten waren deels al in 1947 opgegraven en in een museumcollectie opgenomen; de andere fragmenten waren in 2004 opgedolven en sindsdien bij -20 °C bewaard. Uit alle 'nieuwe' botten bleek met succes DNA te kunnen worden geļsoleerd, terwijl dat bij de oude botten in geen enkel geval nog mogelijk bleek. Het bewijst volgens de onderzoekers dat er gedurende de 57 jaar in een museum meer DNA verloren is gegaan dan in de voorafgaande 3200 jaar.


Onderzoekster Virginia Bessa Correia plaatst steriel opgegraven
botten in een koelbox (foto Yolanda Fernandez-Jalvo, MNCM, Madrid)

De onderzoekers kwamen dan ook al snel tot de conclusie dat bij de opgraving en behandeling van botten (en vergelijkbare fossiele restanten) veel waardevolle informatie verdwijnt. Dat is te betreuren, want het DNA kan bijv. veel inzicht verschaffen in nog onopgeloste problemen, zoals de relatie tussen de Neanderthalers en de moderne mens. Daarbij moet worden bedacht dat 'fossiel DNA' steeds zeldzamer wordt, omdat het van nature wordt afgebroken.

Om na te gaan of er inderdaad door zorgvuldig handelen veel fossiel DNA zou kunnen worden gered, hebben Franse en Spaanse onderzoekers 247 fossiele restanten onderzocht. Die varieerden in ouderdom van 600 tot 50.000 jaar, en waren afkomstig van talrijke vindplaatsen in Europa en het Midden-Oosten. Ze vonden dat 46% van de pas opgegraven fossielen DNA opleverden, terwijl dat voor de 'oude' fossielen slechts 18% was. Dat betekent dat de behandelingsmethoden en de wijze van opslag in een museum uit het oogpunt van DNA-onderzoek verre van ideaal zijn. Daarbij spelen temperatuur, zuurgraad, zoutgehalte en vochtigheidsgraad zeker een rol. De onderzoekers pleiten er ook voor om dergelijke fossielen niet te wassen maar in koelruimtes te bewaren totdat er meer duidelijkheid bestaat over de omstandigheden die leiden tot afbraak of verdwijnen van fossiel DNA.


Onderzoekleidster Eva-Maria Geigl tijdens de opgraving

Als er DNA aanwezig is op fossiele restanten, is analyse daarvan overigens alleen zinvol als er geen verontreiniging van ander DNA op zit. Opgravingen zouden daarom volgens de onderzoekers dan ook veel zorgvuldiger moeten plaatsvinden, onder zo steriel mogelijke omstandigheden. Het oppakken van fossiele botten met de handen zou zeker moeten worden vermeden. Ook het wassen moet worden vermeden, omdat daarmee 'vreemd' DNA als verontreiniging op de botten kan komen.

Referenties:
  • Pruvost, M., Schwarz, R., Bessa Correia, V., Champlot, S., Braguir, S., Morel, N., Fernandez-Jalvo, Y., Grange, Th. & Geigl, E.-M., 2007. Freshly excavated fossil bones are best for amplification of ancient DNA. Proceedings of the National Academy of Sciences of the United States 104, p. 739-744.

Foto's welwillend ter beschikking gesteld door Eva-Maria Geigl, Institut Jacques Monod, Parijs (Frankrijk).


Copyright © NGV 1999-2017
webmaster@geologischevereniging.nl