NGV-Geonieuws 135 artikel 795

NGV-Geonieuws: elektronisch geologisch tijdschrift


15 April 2007, jaargang 9 nr. 4 artikel 795

Auteur: prof. dr. A.J. (Tom) van Loon
Geologisch Instituut, Adam Mickiewicz Universiteit, Poznan (Polen)

Dit artikel is onderdeel van NGV-Geonieuws uitgave 135! Op de huidige pagina is alleen artikel 795 te lezen.

<< Vorig artikel: 794 | Volgend artikel: 796 >>

795 Chinese hagedis had vleugels tussen uitstaande ribben
Auteur: prof. dr. A.J. (Tom) van Loon

Klik hier voor alle artikelen over Biologie & Evolutie ! Klik hier voor alle artikelen over Paleontologie, Fossielen & Uitstervingen !     Klik hier om dit artikel af te drukken !

Geen ledematen die tot vleugels werden omgevormd, en evenmin een zweefhuid tussen de voor- en achterpoten: een fossiele hagedis van zo'n 130 miljoen jaar oud (Vroeg-Krijt) had een heel eigen type vleugels. Die bestonden namelijk uit een vlieghuid tussen een aantal ribben die niet - zoals bij de mens, maar ook bij de andere ribben van hetzelfde dier - gebogen waren (om zo een beveiliging van de borstholte te vormen), maar die naar weerszijden van het lichaam uitstaken.


Het fossiel Xianglong zhaoi (foto Xing Xu)

Het fossiel is Xianglong zhaoi gedoopt, wat 'vliegende draak van Zhao' betekent (Prof. Zhao Dayu is medeoprichter van het Paleontologisch Museum van Liaoning, de provincie in het noordoosten van China waar ook zoveel andere bijzondere fossiele vondsten vandaan komen). Het exemplaar, dat ca. 15,5 cm groot is, is zeer goed bewaard gebleven, waardoor tal van details kunnen worden bestudeerd. Dat betreft onder meer afdrukken van de vlieghuid, die zijn sterkte ontleende aan 8 ribben links en rechts die zich zijdelings uitstrekte. Uit reconstructie blijkt dat het dier een spanwijdte van 11,4 cm moet hebben gehad. De vleugels lijken onvoldoende te zijn ontwikkeld om echt te vliegen, maar zweefvluchten waren zeker mogelijk. Hij kon dat doen door vanuit boomtoppen het luchtruim te kiezen. Dat hij in bomen kon klimmen blijkt uit de klauwen die hij aan zijn poten had. Het zweefvliegen moet hem goed zijn afgegaan: waarschijnlijk kwam hij vele tientallen meters ver en joeg hij tijdens zijn zweefvluchten op insecten.


Reconstructie (door Zhao Chung en Xing Lida) van de zwevende hagedis.

In sommige opzichten is de vondst uniek. Zo is het de enige bekende uitgestorven soort hagedis die het luchtruim koos. Ook tegenwoordig zijn er overigens hagedissen die dat doen, maar die hebben een 'normale' zweefhuid. Het gebruik van ribben voor de constructie van vleugels is overigens niet uniek voor Xianglong: uit het Perm en Trias zijn zwevende reptielen bekend die ook vleugels op basis van uitstekende ribben hadden. Dat betreft de geslachten Coelurosauravus (Duitsland), Icarosaurus (Noord-Amerika) en Kuehneosaurus (Groot-BrittanniŽ). Deze drie geslachten zijn geen voorouders van Xianglong waarvan hij zijn bijzondere vleugels heeft geŽrfd: het gaat om gelijksoortige evolutionaire ontwikkelingen die los van elkaar stonden (convergentie).

Referenties:
  • Li, P.-P., Gao, K.-Q., Hou, L.-H. & Xu, X., 2007. A gliding lizard from the Early Cretaceous of China. Proceedings of the National Academy of Sciences of the United States of America 104, p. 5507-5509.

Illustraties: Chinese Academie van Wetenschappen.


Copyright © NGV 1999-2017
webmaster@geologischevereniging.nl