NGV-Geonieuws 135 artikel 797

NGV-Geonieuws: elektronisch geologisch tijdschrift


17 April 2007, jaargang 9 nr. 4 artikel 797

Auteur: prof. dr. A.J. (Tom) van Loon
Geologisch Instituut, Adam Mickiewicz Universiteit, Poznan (Polen)

Dit artikel is onderdeel van NGV-Geonieuws uitgave 135! Op de huidige pagina is alleen artikel 797 te lezen.

<< Vorig artikel: 796 | Volgend artikel: 798 >>

797 Verandering van milieu leidde pas na 2 miljoen jaar tot massauitsterving
Auteur: prof. dr. A.J. (Tom) van Loon

Klik hier voor alle artikelen over het Milieu ! Klik hier voor alle artikelen over Oceanografie ! Klik hier voor alle artikelen over Paleontologie, Fossielen & Uitstervingen !     Klik hier om dit artikel af te drukken !

Wie de paniekverhalen over de mogelijke gevolgen van de opwarming van de aarde leest, moet haast wel tot de conclusie komen dat verandering van het milieu op - geologisch gezien - uiterst korte termijn tot verschrikkelijke rampen leidt. Zo zou volgens sommige uitspraken zo’n 25-30% van de fauna binnen een eeuw mogelijk uitsterven. De werkelijkheid is - gelukkig - anders. In alle bekende gevallen van grote natuurrampen door menselijke activiteit (dioxine in Bhopal, olie in de Perzische Golf tijdens de Golfoorlog, de ramp met de Amoco Cadiz, etc.) bleek de natuur zo’n groot zelfreinigend vermogen te hebben dat de schade aan het milieu van korte duur was. Waar het milieu sterk verandert door niet-catastrofale natuurlijke oorzaken (bijv. ijstijden), blijkt het bovendien lang te duren voordat er grote veranderingen optreden.


De Caraïbische Zee wordt momenteel gedomineerd
door koralen, algen en zeegras (boven),
de westkust van Panama door mollusken (onder).


Finger Island in de Caraïbische Zee, opgebouwd
uit sedimenten van 10 miljoen jaar oud die aangeven
dat het milieu daar toen gelijk was aan dat voor de
huidige westkust van Panama


Dat blijkt opnieuw uit een studie van een gebeurtenis die zeer grote consequenties voor het zeemilieu had: de afsluiting van de open zee tussen de Atlantische en de Stille Oceaan door de landengte van Midden-Amerika. Die landengte ontstond doordat 3-4 miljoen jaar geleden het gebied werd opgeheven, waardoor een verbinding ontstond tussen de continenten van Noord- en Zuid-Amerika. De afsluiting had uiteraard enorme gevolgen voor de oceanische circulatiepatronen. Dat leidde in het Caraïbische gebied tot een massauitsterving van de mariene fauna, die voorafgaand aan de afsluiting een periode van grote bloei meemaakte.


Escudo de Veraguas, een Caraïbisch eiland voor de
kust van Panama, waar de gesteenten de overgang
van een 'Pacifisch' naar een 'Caraïbisch' milieu
vertegenwoordigen


Escudo de Veraguas: geen slechte plaats voor
geologisch onderzoek


Die uitsterving trad echter niet direct op: er was zelfs sprake van een soort naijleffect, want de dramatische uitsterving van vooral koralen en schelpdieren vond pas 2 miljoen jaar na de afsluiting plaats. Dat blijkt uit vergelijking van recente fauna’s aan weerszijden van de landengte met fossiele fauna’s van de laatste 10 miljoen jaar uit het zuidwestelijke deel van de Caraïbische Zee. Schelpdieren komen nu veel voor aan de westkant, waar de passaatwinden van december tot april zorgen voor het omhoog stromen van koud, voedselrijk water. In het Caraïbische gebied, waar het water warm is en minder voedsel bevat, komen vooral koralen en algen voor.


Aaron O’Dea op jacht naar fossielen
voor de oostkust van Panama


Kalkskeletje van een van de soorten cupuladriiden
(mosdiertjes)


In hoeverre een fauna het goed deed, leidden de onderzoekers af uit bepaalde kenmerken. Zo is de grootte van fossiele cupuladriiden (een groep van bryozoën, mosdiertjes) een indicatie voor de sterkte van de destijds opwellende waterstroom; de soorten foraminiferen geven informatie over de waterdiepte, en de hoeveelheid schelpmateriaal in de bodemsedimenten is een maat voor de hoeveelheid voedsel in het water. De gewichtsverhouding tussen de diverse soorten fossiele organismen geeft aan welke groepen op een bepaald moment overheersten.

Bij de sluiting van de zeedoorgang traden direct aanzienlijke veranderingen op. In het Caraïbisch gebied stabiliseerde de watertemperatuur en nam de afzetting van kalk aanzienlijk toe. Koralen en algen beginnen te domineren, maar andere groepen bleken gedurende een miljoen jaar niet of nauwelijks uit te sterven. Na een miljoen jaar gebeurde dat wel, waarbij vooral de groepen verdwenen die een productief milieu prefereren. Dat het zo lang duurde, schrijven de onderzoekers toe aan het feit dat de steeds ongunstiger omstandigheden weliswaar leidden tot een steeds geringer wordende populatie, maar dat pas na het overschrijden van een bepaalde drempelwaarde de genadeklap werd uitgedeeld.


Schelpen van het geslacht Strombus, dat pas 2 miljoen jaar na de afsluiting uitstierf

De onderzoekers trekken daaruit de conclusie dat bij het zoeken naar de oorzaak van massauitstervingen niet gezocht hoeft te worden naar een gelijktijdige catastrofale gebeurtenis, maar dat die ook geruime tijd daarvoor kan hebben plaatsgevonden. Omdat ook nu de biodiversiteit lijkt af te nemen, zou dat volgens hen een teken aan de wand kunnen zijn; wanneer eventueel een fataal punt zou worden overschreden, kunnen ook zij echter niet vertellen.

Referenties:
  • O’Dea, A., Jackson, J.B.C., Fortunato, H., Smith, J.T., D’Croz, L., Johnson, K.G. & Todd, J.A., 2007. Environmental change preceded Caribbean extinction by 2 million years. Proceedings of the National Academy of Sciences 104, p. 5501-506.

Foto’s welwillend ter beschikking gesteld door Aaron O’Dea, Scripps Institution of Oceanography, University of California at San Diego, La Jolla, CA (Verenigde Staten van Amerika).


Copyright © NGV 1999-2017
webmaster@geologischevereniging.nl