NGV-Geonieuws 136 artikel 803

NGV-Geonieuws: elektronisch geologisch tijdschrift


3 Mei 2007, jaargang 9 nr. 5 artikel 803

Auteur: prof. dr. A.J. (Tom) van Loon
Geologisch Instituut, Adam Mickiewicz Universiteit, Poznan (Polen)

Dit artikel is onderdeel van NGV-Geonieuws uitgave 136! Op de huidige pagina is alleen artikel 803 te lezen.

<< Vorig artikel: 802 | Volgend artikel: 804 >>

803 Nu ook al een gravende dino
Auteur: prof. dr. A.J. (Tom) van Loon

Klik hier voor alle artikelen over (Dino)sauriers !     Klik hier om dit artikel af te drukken !

Dino’s zijn inmiddels gevonden in bijna alle denkbare vormen en formaten. Dat er ook een gravende dino heeft bestaan, komt echter toch als een grote verrassing. Een volwassen exemplaar en twee jongen zijn in de omgeving van Lima aangetroffen in een soort kamer aan het eind van een tunnel (met twee scherpe bochten) die kennelijk was gegraven als een soort nest waarin de ouder(s) voor de jongen kon(den) zorgen. Het is een nieuwe aanwijzing voor de al eerder opgestelde hypothese dat sommige soorten dino’s broedzorg kenden.


Reconstructie van Oryctodromeus cubicularis

Het uitgegraven hol kan volgens onderzoeker David Varriccchio zowel hebben gediend om de jongen te beschermen tegen eventuele roofdieren, als om hen een schuilplaats te bieden voor moeilijke omstandigheden. Als ook andere soorten dino’s de kunst van het graven onder de knie hebben gehad, zou dat kunnen verklaren hoe ze in de soms verzengende hitte van de tropen en in de felle kou van poolgebieden hebben kunnen overleven. Wellicht biedt de capaciteit om holen te graven een verklaring voor het feit dat sommige soorten dino’s de grens Krijt/Tertiair kennelijk gedurende duizenden jaren hebben kunnen overleven; dat blijft vooralsnog echter speculatie.


Het opgraven van een dino vereist sjouwen
(foto David Varricchio).


Onderzoekers David Varricchio (links) en
Yoshihiro Katsura (rechts)


Het feit dat er nu echter duidelijke bewijzen zijn voor graafactiviteiten door dino’s, kan een nieuwe fase van onderzoek inluiden. Het betekent immers dat in de sedimenten die destijds de grond voor deze dieren vormden, structuren kunnen voorkomen die niet eerder als mogelijke sporen van dingoactiviteiten zijn onderkend. Naast de veel gevonden nesten met eieren kunnen nu dus ook holen de aanwezigheid van deze dieren in principe verraden.

De restanten van de dieren, die inmiddels Oryctodromeus cubicularis zijn gedoopt, zijn in 2004 gevonden in een afzetting van 95 miljoen jaar oud. Ze lagen in het uiteinde van een tunnel van ruim 2 m lang. Het gat werd na de dood van de dieren weer gevuld met sediment, waardoor de skeletten bewaard bleven. Opvallend aan het 'graafgat' is dat vanuit het 'hoofdgat' diverse kleinere gangen zijn uitgegraven. Waarschijnlijk is dat gebeurd door insecten of zoogdieren die de plaats met de dino’s deelden, zij het waarschijnlijk niet gelijktijdig.


Reconstructie van de kop (door Lee Hall).

Dat deze dino kon graven blijkt niet alleen uit het hol dat hij bewoonde, maar ook uit de vorm van zijn kop en uit de bouw van zijn schoudergordel. Het uitgegraven hol vertoont kenmerken die ook bestaan bij soortgelijke holen van recente dieren, zoals de gestreepte hyena en sommige knaagdieren.

Referenties:
  • Varricchio, D.J., Martin, A.J. & Katsura, Y., 2007. First trace fossil evidence of burrowing, denning dinosaur. Proceedings of the Royal Society B: Biological Sciences 274, p. 1361-1368.

Illustraties: University of Montana, Misoula, MT (Verenigde Staten van Amerika).


Copyright © NGV 1999-2017
webmaster@geologischevereniging.nl