NGV-Geonieuws 136 artikel 807

NGV-Geonieuws: elektronisch geologisch tijdschrift


15 Mei 2007, jaargang 9 nr. 5 artikel 807

Auteur: prof. dr. A.J. (Tom) van Loon
Geologisch Instituut, Adam Mickiewicz Universiteit, Poznan (Polen)

Dit artikel is onderdeel van NGV-Geonieuws uitgave 136! Op de huidige pagina is alleen artikel 807 te lezen.

<< Vorig artikel: 806 | Volgend artikel: 808 >>

807 Zeehagedis verloor voorpoten al in Krijt
Auteur: prof. dr. A.J. (Tom) van Loon

Klik hier voor alle artikelen over (Dino)sauriers ! Klik hier voor alle artikelen over Paleontologie, Fossielen & Uitstervingen !     Klik hier om dit artikel af te drukken !

Gedurende het Krijt vonden tal van interessante evolutionaire ontwikkelingen plaat. Dat blijkt opnieuw uit de vondst van een marien fossiel van 95 miljoen jaar oud dat in veel opzichten op een slang lijkt, maar dat in feite een hagedis is waarvan de voorpoten alleen nog maar heel klein - bijna rudimentair - zijn ontwikkeld.


Adriosauris microbrachis zoals in het gesteente aangetroffen

Het fossiel, dat Adriosaurus microbrachis is gedoopt, werd in SloveniŽ gevonden. Het levert belangrijke informatie op over de terugkeer van terrestrische hagedissen naar het water (in dit geval de zee). In feite gaat het bij deze vondst om het oudste fossiel dat aangeeft dat de poten bij een hagedis verdwenen (dat gebeurde, zoals uit het fossiel blijkt, ook veel eerder dan tot nu toe was aangenomen) en om het eerste fossiel van een in het water levende hagedis met alleen nog rudimentaire voorpoten. Daarnaast is het fossiel ook nog eens uitzonderlijk omdat alle recente hagedissen op het land leven.


Het uitgeprepareerde fossiel


Detail van het uitgeprepareerde fossiel


De vondst werd niet recent gedaan: het fossiel lag, na zijn ontdekking in een kalksteengroeve, al bijna 100 jaar opgeborgen in het Museum voor Natuurlijke Historie in Triest. Merkwaardig genoeg had niemand het bijzondere karakter ervan onderkend, totdat het door een paleontoloog van de Universiteit van Alberta, Michael Caldwell, tijdens een reis door Europa werd 'herontdekt'. Het eerste wat hem opviel was het ontbreken van normale voorpoten. Toen hij er met een Italiaanse student, Alessandro Palci aan werkte, kwamen ze al gauw tot de conclusie dat het niet ging om een soort waarbij sprake was van een beginfase van de evolutionaire ontwikkeling van voorpoten, maar dat het ging om een fase waarin die voorpoten juist weer verdwenen, ongetwijfeld omdat de oorspronkelijke functie in zee weinig zin meer had. Ook de slangachtig uitgerekte vorm heeft uiteraard met dat leven in zee te maken.


Reconstructie van Adriosaurus

Paleontologen geven als commentaar op de spectaculaire vondst dat deze van belang is omdat die aangeeft dat de voorpoten verdwenen voordat dat ook met de achterpoten het geval was, en ook dat het lichaam al een slangvorm kreeg voordat de achterpoten duidelijk in omvang afnamen. Dat geeft nieuwe inzichten in de wijze waarop de evolutie van deze groep dieren zich voltrok. Dat is onder meer van belang omdat biologen en paleontologen er algemeen van uitgaan dat slangen zich uit de hagedissen ontwikkelden. De onderzoekers durven overigens nog niet met zekerheid te stellen dat Adriosaurus een evolutionaire tussenfase tussen hagedissen en slangen vertegenwoordigt. Daarvoor zouden eerst nog meer vergelijkbare fossielen, in diverse stadia van evolutionaire ontwikkeling, moeten worden gevonden.

Op basis van het aangetroffen materiaal hebben de onderzoekers gepoogd het dier te reconstrueren. Het zou 25-30 cm lang zijn geweest, met een kleine kop op een langgerekte nek. Lichaam en staart waren eveneens langgerekt, en de achterste ledematen waren goed ontwikkeld en dienden waarschijnlijk (mede) als roer.

Referenties:
  • Palci, A. & Caldwell, M.W., 2007. Vestigial forelimbs and axial elongation in a 95-million-year-old non-snake squamate. Journal of Vertebrate Paleontology 27, p. 1-7.

Foto's: Michael Caldwell, University of Alberta.


Copyright © NGV 1999-2017
webmaster@geologischevereniging.nl