NGV-Geonieuws 136 artikel 808

NGV-Geonieuws: elektronisch geologisch tijdschrift


22 Mei 2007, jaargang 9 nr. 5 artikel 808

Auteur: prof. dr. A.J. (Tom) van Loon
Geologisch Instituut, Adam Mickiewicz Universiteit, Poznan (Polen)

Dit artikel is onderdeel van NGV-Geonieuws uitgave 136! Op de huidige pagina is alleen artikel 808 te lezen.

<< Vorig artikel: 807 | Volgend artikel: 809 >>

808 Reusachtige selenietkristallen verklaard
Auteur: prof. dr. A.J. (Tom) van Loon

Klik hier voor alle artikelen over Mineralen !     Klik hier om dit artikel af te drukken !

Een van de weinig bekende geologische wonderen is de Mexicaanse Cueva de los Cristales (Kristalgrot) bij Naica. De kristallen in deze grot bestaan uit seleniet, de glasheldere variëteit van gips. De schoonheid van deze vaak perfect gevormde kristallen is echter niet wat hen zo bijzonder maakt: dat is hun formaat. Het gaat namelijk om kristallen van meters groot; de grootste zijn bijna 12 m. Je kunt er dan ook gewoon op lopen; als je een kristal in de juiste richting zoekt tenminste, want ze groeien alle kanten op.


Rondstruinen over kristallen

Het ontstaan van deze bijzondere kristallen heeft mineralogen altijd voor raadsels gesteld. Nu is er een verklaring voor gevonden na analyse van vloeistofinsluitsels, en de uitkomsten van de interpretatie op basis van deze analyse zijn bevestigd door laboratoriumexperimenten. In kort komt het erop neer dat de kristallen onder specifieke omstandigheden (onder meer circulerend iets zout water) zijn gegroeid in een omgeving waarin de temperatuur heel lang nauwelijks veranderde. Omdat dergelijke omstandigheden in grotten wel vaker voorkomen, verwachten de onderzoekers dan ook dat er nog meer grotten met vergelijkbare reuzenkristallen zullen worden gevonden in hetzelfde gebied.


De Cueva de los Cristales (Kristalgrot).
Foto J. Trueba

Die voorspelling lijkt niet al te gewaagd, want al in 1912 werd er in hetzelfde gebied ook al een grot met bijzondere kristallen gevonden. Dat is de Cueva de las Espadas (de Zwaardgrot), waarin gipskristallen voorkomen die weliswaar minder doorschijnend en minder lang zijn dan de selenietkristallen van de Kristalgrot, maar die toch ook vaak een lengte van een meter bereiken. Bovendien zijn hun aantallen veel groter dan die van de selenietkristallen.

De grotten bevinden zich in een gebied waar veel metalen in de vorm van sulfiden worden gewonnen, onder meer zilver. Gips (of de doorzichtige variëteit seleniet), dat bestaat uit kristalwater bevattend calciumsulfaat (CaSO4.2H2O) is dus een mineraal dat hier ook verwacht kan worden. De grotten danken hun ontstaan uit het vulkanisme dat ook de zwavel uitstootte waaruit sulfiden en sulfaten konden ontstaan. Het gips vormde zich waarschijnlijk in een late fase van dit vulkanisch gebeuren, dan ruim 20 miljoen jaar geleden plaatsvond. Dat gips vormde zich overigens niet direct, maar ontstond uit anhydriet (CaSO4) toen de in het gesteente circulerende vloeistoffen in temperatuur afnamen.


De kristallen zijn veel meer dan mansgroot.
Foto LaVenta-Speleoresearch


Seleniet zoals je het zelden ziet.
Foto Ricardo Marin


Uit de analyse van de insluitsels in de kristallen blijkt dat de Kristalgrot (die dieper ligt dan de Zwaardgrot) honderden jaren lang een temperatuur moet hebben gehouden die net laag genoeg was (54 °C) om omzetting van anhydriet in gips/seleniet mogelijk te maken. Omdat de temperatuur constant bleef, en omdat er ruim voldoende 'grondstoffen' aanwezig waren, konden de kristallen al die tijd blijven groeien. Omdat de Zwaardgrot hoger lag dan de Kristalgrot, en dus verder verwijderd van de hete magmakamer, moet de temperatuur daar sneller zijn gezakt, waardoor de kristallen minder tijd kregen om te groeien.

Wat er met dit 'geologische wonder' gaat gebeuren, is nog niet helemaal duidelijk. Momenteel is de grot niet toegankelijk (behalve voor wetenschappelijk onderzoek), vooral om te voorkomen dat de kristallen worden beschadigd. Gips is immers een zeer zacht mineraal (je kunt het met een nagel krassen). Bovendien ligt de grot op een niveau waar hij van nature zou vollopen met grondwater. Dankzij de activiteiten voor de mijnbouw, waarvoor de grondwaterspiegel ter plaatse wordt verlaagd, is de grot nu begaanbaar. Wanneer de mijnbouw niet lonend meer is en het grondwater niet langer wordt weggepompt, dan zal de grot weer vollopen met het iets zoute grondwater. Dat zou overigens waarschijnlijk betekenen dat de kristalgroei dan weer zou kunnen gaan beginnen. Niemand zou dan echter meer van dit bijzondere verschijnsel kunnen genieten. De onderzoekers hopen dan ook dat de grot op de lijst van 'werelderfgoed' van de UNESCO zal worden geplaatst, zodat hij voorgoed toegankelijk blijft.

Referenties:
  • García-Ruiz, J.M., Villasuso, R., Ayora, C., Canals, A. & Otálora, F., 2007. Formation of natural gypsum megacrystals in Naica, Mexico. Geology 35, p. 327-330.


Copyright © NGV 1999-2017
webmaster@geologischevereniging.nl