NGV-Geonieuws 136 artikel 810

NGV-Geonieuws: elektronisch geologisch tijdschrift


23 Mei 2007, jaargang 9 nr. 5 artikel 810

Auteur: prof. dr. A.J. (Tom) van Loon
Geologisch Instituut, Adam Mickiewicz Universiteit, Poznan (Polen)

Dit artikel is onderdeel van NGV-Geonieuws uitgave 136! Op de huidige pagina is alleen artikel 810 te lezen.

<< Vorig artikel: 809 | Volgend artikel: 811 >>

810 Legendarisch fossiel blootgelegd
Auteur: prof. dr. A.J. (Tom) van Loon

Klik hier voor alle artikelen over Archeologie ! Klik hier voor alle artikelen over Paleontologie, Fossielen & Uitstervingen !     Klik hier om dit artikel af te drukken !

In veel landen bestaan legendes over dieren waarvan we het bestaan, nu of in het verleden, niet kennen. Net zoals bij legendes over vroegere natuurrampen en andere verschijnselen worden dergelijke verhalen door de moderne wetenschap gewoonlijk naar het rijk der fabelen verwezen. Zo af en toe blijkt echter dat legendes wel degelijk op z'n minst een kern van waarheid bevatten. Dat is ook nu weer gebleken. Indianen van de Kiowa, Pomo en Sioux stammen in CaliforniŽ vertellen al sinds mensenheugenis de legende van een watermonster met schubben, een lange en smalle kop met tanden zo scherp als naalden, en een gevorkte vissenstaart, dat ze 'Bagil' noemen. Een tekening van de Kiowa Indiaan Zilverhoorn uit 1891-1894 geeft het dier duidelijk weer.


Deel van de botten van Thalattosuchia

Dat de indianen het dier ooit werkelijk hebben gezien, is uiterst onwaarschijnlijk. Het valt echter niet uit te sluiten dat hun legende is gebaseerd op goed bewaard gebleven fossielen die hun voorouders ooit hebben aangetroffen. In de Amerikaanse staat Oregon is nu namelijk een fossiel blootgelegd dat precies aan de beschrijving in de legende voldoet. Het gaat om een dier uit het Jura, dat waarschijnlijk iets meer dan 160 miljoen jaar geleden heeft geleefd. Het dier, Thalattosuchia, moet omstreeks 2 m lang zijn geweest. De precieze afmetingen zijn niet bekend, want de gevonden fossiele resten vertegenwoordigen niet meer dan ongeveer de helft van het dier. Helaas ontbreken enkele onderdelen die van groot belang zijn voor een precieze interpretatie. Zo ziet het ernaar uit dat de stompe poten hem in staat stelden om op land te komen (bijv. Om eieren te leggen, zoals ook zeeschildpadden dat nu doen), maar helemaal duidelijk is dat niet. Ook is uit de fossiele resten niet op te maken of het dier zwemvliezen had.


Reconstructie van Thalattosuchia

De vondst was min of meer toevallig en werd gedaan door amateur-paleontologen van de North American Research Group (NARG) die in de Blue Mountains op zoek waren naar ammonieten op het land van een boer. Halverwege een heuvel zag een van de deelnemers iets uit de wand steken, en daar aangekomen bleek het een deel van een groot fossiel te zijn; tal van botten en botjes waren in de directe omgeving aanwezig. De vinder, Andrew Bland, was vervolgens meer dan een half jaar bezig om het materiaal bloot te leggen en om het fijne materiaal rondom de botten te verwijderen met een apparaat waarmee een luchtstraal kon worden opgewekt (zoals bij een benzinepomp om de lucht in autobanden bij te vullen). De fossiele restanten werden overgebracht naar de Universiteit van Iowa, waar de botten verder werden schoongemaakt en in elkaar gepast. Daar bleek toen de sterke overeenkomst met het legendarische zeemonster uit de Indiaanse legendes.


Tekening van Bagil door de Kiowa Indiaan Zilverhoorn van een sterk
op Thalattosuchia lijkend watermonster

Volgens Adrienne Mayor van Stanford University, die zich verdiept in de legendes over vroegere merkwaardige dieren, zijn veel van die legendes niet zomaar een verzinsel. Volgens haar vertoonden veel indianenstammen al vroeg duidelijk interesse in opvallende fossielen. Er zouden zelfs excursies naar zijn georganiseerd, waarbij men tot de conclusie kwam dat het om dode dieren moest gaan, en waarbij men bedacht hoe dergelijke dieren er moesten hebben uitgezien, hoe ze leefden en hoe ze stierven. Hoewel niet wetenschappelijk in de moderne zin van het woord, kan hun benadering volgens Mayor wel degelijk als een vroege vorm van een wetenschappelijke aanpak worden gezien. Dat is overigens niet uniek voor de indianen: ook elders gebeurde dat. Zo werden de vroege bewoners van SiberiŽ uiteraard regelmatige geconfronteerd met restanten van mammoeten die uit het ijs tevoorschijn kwamen, en ze interpreteerden die als dieren die in vroeger tijden in grote ondergrondse grotten leefden.

De vondst van Thalattosuchia is uiteraard niet alleen van cultureel-historisch belang. Het dier geeft ook interessante geologische informatie. Vergelijkbare fossielen zijn namelijk vaker gevonden in Oost-AziŽ, en het nu gevonden dier moet hebben geleefd in wat ooit het zuidelijke deel van de Chinese Zee was. Als gevolg van de sindsdien opgetreden continentverschuiving kwam het terecht in wat nu het westen van Amerika is.

Referenties:
  • Anonymus, 2007. Jurassic crocodile found in Oregon. University News University of Oregon 2007-03-19.

Foto's: Universiteit van Oregon. Tekening: Natural Anthropoly-Archeology Smithsonian Institution, Washington.


Copyright © NGV 1999-2017
webmaster@geologischevereniging.nl