NGV-Geonieuws 137 artikel 813

NGV-Geonieuws: elektronisch geologisch tijdschrift


1 Juni 2007, jaargang 9 nr. 6 artikel 813

Auteur: prof. dr. A.J. (Tom) van Loon
Geologisch Instituut, Adam Mickiewicz Universiteit, Poznan (Polen)

Dit artikel is onderdeel van NGV-Geonieuws uitgave 137! Op de huidige pagina is alleen artikel 813 te lezen.

<< Vorig artikel: 812 | Volgend artikel: 814 >>

813 Grote stofstorm uit Egypte
Auteur: prof. dr. A.J. (Tom) van Loon

Klik hier voor alle artikelen over (Paleo)Klimaat ! Klik hier voor alle artikelen over Sedimentologie !     Klik hier om dit artikel af te drukken !

We kennen het allemaal: het stof dat soms met de regen omlaag valt en alles met een dun rood laagje bedekt. Het gaat bijna altijd om stof uit de Sahara, dat door de wind, hoog in de atmosfeer is meegevoerd. Het meeste stof komt in zee terecht, waar het ijzer (dat in de vorm van ijzeroxiden en ijzerhydroxiden voor de rode kleur zorgt), een regionaal tekort aan dit metaal kan opheffen, waardoor plotseling een grotere bioproductiviteit in zee ontstaat. De mensen zijn er echter minder blij mee: het betekent immers auto's wassen, stoepjes schrobben en terrassen aanvegen.

Nederland ligt al zover weg van Noord-Afrika dat we er meestal weinig last van hebben, maar in zuidelijker gebieden kan de 'rode regen'
duidelijke sporen achterlaten. Veel huizen in Spanje en ItaliŽ vertonen bijv. een roodachtige kleur in de voegen van de tegels van terrassen of in de voegen van metselwerk. De geoloog herkent dat direct: Saharastof. Om over grote gebieden een merkbare hoeveelheid rood stof achter te laten, moet de totale hoeveelheid met de wind meegevoerd stof uiteraard zeer groot zijn. Hoe groot, toont een satellietopname van 19 mei.


Opname door de Terrasatelliet van de stofwolk

Op de opname van de Terrassatelliet, een van de talrijke satellieten die de NASA voor wetenschappelijk onderzoek heeft gelanceerd in een baan om de aarde, die is genomen met de Moderate Resolution Imaging Spectroradiometer (MODIS), is te zien hoe een enorme stofwolk uit het binnenland van Egypte naar het noorden wordt weggevoerd over de Middellandse Zee. Aan de randen is de stofwolk nog enigszins doorschijnend doordat slierten stof als min of meer evenwijdige banden openingen in de wolk laten; daarom is daar soms nog water of land te herkennen. Meer in het midden van de wolk is daarvan geen sprake meer: de wolk is zo compact dat er niet meer doorheen te zien is. Alleen dat al laat zien om wat voor grote hoeveelheden stof het moet gaan.

Het noordelijke deel van Egypte dat op de satellietfoto geheel onzichtbaar is vanwege de stofwolk, is de Qattara-Depressie, die het laagste gebied van Egypte vormt. Een gebied ook dat veel dieper ligt dan welk punt van Nederland ook: de diepste plaatsen liggen er 133 m beneden zeeniveau. Deze depressie bestaat uit zandwoestijnen en drooggevallen meren, maar raakt soms overstroomd, waarbij (vooral fijnkorrelig) materiaal uit de omliggende hogere gebieden wordt aangevoerd. Dat materiaal vormt het hoofdbestanddeel van de stofwolken die ontstaan wanneer sterke winden het gebied in de late winter en het vroege voorjaar teisteren.

Rechts op de foto is de Nijl goed herkenbaar door de afwijkende kleur die de begroeiing vlak langs de rivier heeft. De Nijldelta is daardoor eveneens goed zichtbaar door zijn donkere kleur, die echter niet alleen een gevolg is van begroeiing, maar ook (en vooral) door de vele 'onnnatuurlijke' veranderingen die de mens daar heeft aangebracht (bijna de hele bevolking van Egypte leeft in de Nijldelta, de rest bijna geheel in de smalle begroeide strook langs de Nijl).

Referenties:
  • Anonymus, 2007. Dust plume off the coast of Egypt. Earth Observatory Natural Hazards report. http://earthobservatory.nasa.gov/NaturalHazards/shownh.php3?img_id=14275.

Foto: Jeff Schmaltz, Goddard Space Flight Center, NASA.


Copyright © NGV 1999-2017
webmaster@geologischevereniging.nl