NGV-Geonieuws 138 artikel 823

NGV-Geonieuws: elektronisch geologisch tijdschrift


5 Juli 2007, jaargang 9 nr. 7 artikel 823

Auteur: prof. dr. A.J. (Tom) van Loon
Geologisch Instituut, Adam Mickiewicz Universiteit, Poznan (Polen)

Dit artikel is onderdeel van NGV-Geonieuws uitgave 138! Op de huidige pagina is alleen artikel 823 te lezen.

<< Vorig artikel: 822 | Volgend artikel: 824 >>

823 Oudste bomen nu van top tot teen bekend
Auteur: prof. dr. A.J. (Tom) van Loon

Klik hier voor alle artikelen over Paleontologie, Fossielen & Uitstervingen !     Klik hier om dit artikel af te drukken !

In de Amerikaanse staat New York zijn in Gilboa een aantal boomstronken op straat te zien. Niet bijzonders, zou je denken, tot je ze wat beter bekijkt. Dan blijken het geen houten boomstronken te zijn, maar versteende exemplaren. Voor paleontologen gaat het dan ook nog om heel bijzondere fossiele bomen: het betreft namelijk de stronken (met wortelstelsel en al, en nog in groeipositie) van bomen uit het laat Midden-Devoon (380-360 miljoen jaar geleden). Daarmee zijn dit de oudst bekende bomen (die de naam Eospermatopteris hebben gekregen). Vanwege het grote aantal stronken dat binnen een relatief klein gebied gevonden wordt, spreekt men ook wel van het oudste bos op aarde.


De kroon van Eospermatopteris
(foto WS)


De kroon nog vastzittend aan de stam
(foto WS)


Hoe de bomen er in hun totaliteit uitzagen, kan uiteraard niet uit de stronken worden opgemaakt. Er is in de loop van de tijd - na hun ontdekking in 1870 - druk over gespeculeerd, mede op grond van fossiele plantenresten van min of meer gelijke ouderdom die men elders had aangetroffen. Zo ontstonden interpretaties van boomvarens en van bomen met een kroon zoals palmbomen die hebben.


De huidige visie van de kroon van Eospermatopteris

Nu blijkt dat die speculaties niet eens zo onzinnig waren, al moet het beeld wel sterk worden bijgesteld. Maar aan het speculatieve karakter van de reconstructies is een definitief einde gekomen, omdat een min of meer compleet exemplaar is gevonden, waarbij de kroon vastzit aan de stam. Het aangetroffen exemplaar is omstreeks 4 m hoog, en toont dat de bomen al redelijk complex waren. Maar het meest bijzondere is toch wel dat de (bladeren van de) kroon van de boom al eerder als losse fragmenten fossiel zijn aangetroffen. De bladeren hebben destijds de naam Wattieza gekregen. Omdat Eospermatopteris eerder is beschreven dan Wattieza, zullen de bladeren op basis van de nomenclatorische regels voortaan ook als Eospermatopteris moeten worden aangeduid (het probleem van verschillende namen voor verschillende onderdelen van fossiele planten blijft overigens in zijn algemeenheid nog steeds een groot probleem).


De fossiele boomstronken bij Gilboa als bijzonder
straatbeeld. (foto JBB.)


Detail van een van de stronken
(foto JBB).


Volgens de onderzoeksleider, William Stein, moeten exemplaren van Eospermatopteris een hoogte van zo'n 9 m hebben kunnen bereiken. Het waren bomen met een lange stam aan het einde waarvan, net als bij een palmboom, een bladerkroon zat. Die bladeren waren echter geheel anders van vorm dan palmbladeren. De nieuwe gegevens maken het ook mogelijk om de taxonomische positie van Eospermatopteris nader te bepalen. De boom moet tot de Cladoxylopsida hebben gehoord, een klasse van grote vaatplanten met een voor hun tijd spectaculaire morfologie. Varens en paardestaarten zijn mogelijk nazaten van de inmiddels uitgestorven klasse.


De kroon werd in pleister ingepakt voor
transport (foto WS).


Reconstructie van het moerassige milieu
waarin Eospermatopteris groeide


Referenties:
  • Meyer-Berthaud, B. & Decombeix, A.-L., 2007. A tree without leaves. Nature 46, p. 861-862.
  • Stein, W.E., Mannolini, F., VanAller Hernick, L., Landing, E. & Berry, Chr.M., 2007. Giant cladoxylopsid trees resolve the enigma of the Earth's earliest forest stumps at Gilboa. Nature 446, p. 904-907.

Foto's welwillend ter beschikking gesteld door William Stein (WS), Department of Biological Sciences, Binghamton University, Binghamton, NY (Verenigde Staten van Amerika); en Bret Bennington (JBB), Department of Geology, Hofstra University, Hempstead, NY (Verenigde Staten van Amerika).


Copyright NGV 1999-2017
webmaster@geologischevereniging.nl