NGV-Geonieuws 138 artikel 825

NGV-Geonieuws: elektronisch geologisch tijdschrift


15 Juli 2007, jaargang 9 nr. 7 artikel 825

Auteur: prof. dr. A.J. (Tom) van Loon
Geologisch Instituut, Adam Mickiewicz Universiteit, Poznan (Polen)

Dit artikel is onderdeel van NGV-Geonieuws uitgave 138! Op de huidige pagina is alleen artikel 825 te lezen.

<< Vorig artikel: 824 | Volgend artikel: 826 >>

825 Uitsterven Noord-Amerikaanse megafauna zou zijn veroorzaakt door inslag van een komeet
Auteur: prof. dr. A.J. (Tom) van Loon

Klik hier voor alle artikelen over Archeologie ! Klik hier voor alle artikelen over Astronomie ! Klik hier voor alle artikelen over Paleontologie, Fossielen & Uitstervingen !     Klik hier om dit artikel af te drukken !

Ongeveer 13.000 jaar geleden stierf een groot deel van de Noord-Amerikaanse grote zoogdieren (de zogeheten megafauna) uit. Tegelijk eindigde een daarvoor uitgebreide Clovis-cultuur (mogelijk bleven er fragmentarische stammen over), die bekend zijn vanwege het wijdverbreide voorkomen van hun kenmerkende stenen werktuigen. Een en ander wordt vaak geweten aan het begin van een ongeveer 1000 jaar durende koudeperiode, ook in West-Europa bekend als de Younger Dryas.


Plaatselijk worden 'mammoet-
kerkhoven' aangetroffen


De mastodont was een van de
markante slachtoffers van de
massauitsterving op het eind
van het Pleistoceen.


De wolharige neushoorn verdween
plotseling van de aardbodem.


De oorzaak van de plotseling wereldwijde en aanzienlijke temperatuurdaling is onduidelijk, al wordt die wel toegeschreven aan een verandering van oceanische stromingspatronen. Onderzoekers van de Universiteit van Oregon opperen nu dat de verandering in het patroon van de oceanische stromen een gevolg was van de inslag van een hemellichaam, mogelijk een komeet (in tegenstelling tot een meteoriet niet bestaande uit metalen en/of gesteenten, maar uit ijs met wat gesteentegruis). Deze theorie, die in mei werd gepresenteerd op een bijeenkomst van de American Geophysical Union, is voor een groot deel gebaseerd op het voorkomen van een koolstofrijke laag die op ongeveer 50 plaatsen wordt aangetroffen waar de Clovis-cultuur nederzettingen had. Tot die plaatsen behoren zelfs locaties op een eiland voor de kust van California.


Een enorme bever (Castoroides ohioensis) maakte deel uit van de Amerikaanse megafauna

De inslag van de komeet (of de explosie daarvan in de dampkring) moet volgens de onderzoekers hebben plaatsgevonden even ten noorden van de grote meren op de grens tussen de Verenigde Staten en Canada; dat gebied was toen nog bedekt door een grote ijskap. Die plaats wordt afgeleid uit de daar relatief hoge concentraties van extraterrestrisch materiaal in de bodem, en de afname daarvan naar de rondom gelegen gebieden. De gebeurtenis moet, onder meer vanwege de opgetreden schokgolven en waarschijnlijk ook overstromingen, hebben geleid tot een decimering van de populatie in de gebieden voor het ijs. Dat die gebieden inderdaad onder invloed van een inslag hebben gestaan, blijkt uit het voorkomen van kleine metallische bolletjes, kleine koolstofbolletjes, een verhoogde concentratie iridium en houtskool (mogelijk doordat de vegetatie in brand raakte) in de koolstofrijke laagjes. Die karakteristieken komen sterk overeen met die van bodems op de K/T-grens, toen overigens geen komeet maar een meteoriet moet zijn ingeslagen. Een inslagkrater, zoals die voor de K/T-grens wel is gevonden, is echter niet van de inslag van 13.000 jaar geleden bekend. Mocht een komeet in de atmosfeer zijn geŽxplodeerd of in de landijskap zijn ingeslagen, dan is dat overigens ook geen wonder.


Niet alle beren verdwenen aan het eind
van het Pleistoceen


Critici van de inslaghypothese wijzen op
de mens, die door jacht op grote zoogdieren
(zoals blijkt uit deze fragmenten van een
stenen pijlpunt in de huid van een mammoet)
kan hebben bijgedragen aan snelle uitroeiing


Opmerkelijk is in ieder geval dat binnen korte tijd veel dieren uitstierven. Het gaat om het vrijwel gelijktijdig verdwijnen van 35 geslachten van dieren, waarvan zo'n 15 omstreeks 12.900 jaar geleden. Omdat soortgelijke uitstervingen elders in de wereld niet gelijktijdig optraden, moet de gebeurtenis weliswaar catastrofaal, maar niet wereldwijd catastrofaal zijn geweest. Lang niet alle wetenschappers die de lezing bijwoonden zijn echter overtuigd dat een inslag de directe of indirecte oorzaak van het verdwijnen van de megafauna was. Daarvoor zullen hardere bewijzen op tafel moeten komen.

Referenties:
  • Dalton, R. Blast in the past? Nature 447, p. 256-257.
  • Kerr, R.A., 2007. Mammoth-killer impact gets mixed reception from earth scientists. Science 316, p. 1265-1265.


Copyright © NGV 1999-2017
webmaster@geologischevereniging.nl