NGV-Geonieuws 139 artikel 832

NGV-Geonieuws: elektronisch geologisch tijdschrift


1 Augustus 2007, jaargang 9 nr. 8 artikel 832

Auteur: prof. dr. A.J. (Tom) van Loon
Geologisch Instituut, Adam Mickiewicz Universiteit, Poznan (Polen)

Dit artikel is onderdeel van NGV-Geonieuws uitgave 139! Op de huidige pagina is alleen artikel 832 te lezen.

<< Vorig artikel: 831 | Volgend artikel: 833 >>

832 Onderzeese glaciale landschappen in beeld gebracht
Auteur: prof. dr. A.J. (Tom) van Loon

Klik hier voor alle artikelen over Geomorfologie ! Klik hier voor alle artikelen over Sedimentologie !     Klik hier om dit artikel af te drukken !

Beelden van de zeebodem zijn voor het eerst gebruikt om de vorming van onderzeese glaciale landschappen te reconstrueren. Deze nieuwe ontwikkeling zal het naar verwachting mogelijk maken om de ontwikkeling van de ijsbewegingen (vooral uit de laatste ijstijd, maar ook van eerdere Pleistocene ijstijden) beter in kaart te brengen, waardoor ook het inzicht in de wijze waarop (en de routes waarlangs) de ijskappen zich uitbreidden duidelijker zal worden. Dit kan op zijn beurt weer bijdragen aan een beter inzicht in de gevolgen van klimaatverandering, omdat de getoonde landschappen zowel informatie over zich uitbreidende als over zich terugtrekkende ijsmassa's verschaffen.


"Ploegvoren' van ijsbergen die in 300 m diep
water van het Noors continentaal plat dreven

Met behulp van 3-D seismiek is het oppervlak van een deel van het continentaal plat van Noorwegen als 3-D beeld zichtbaar gemaakt. Op de beelden zijn de sporen te zien die ijsbergen en snelstromende ijsmassa's in de bodem hebben ingeslepen. Een deel van die sporen moet al aan het begin van het Pleistoceen zijn gemaakt, ca. 2,5 miljoen jaar geleden.

De werkmethode die is gevolgd bij de interpretatie van de onderzeese glaciale landschappen wijkt uiteraard sterk af van het onderzoek van dergelijke landschappen op het land, waar vooral de aard van de sedimenten een belangrijke bron van informatie vormt. Bij de vormen die op de zeebodem zichtbaar zijn gemaakt, is de aard van die sedimenten niet of nauwelijks vast te stellen. Daar moet dus veel meer gewerkt worden met de vormen van de zeebodem. Om daaraan de juiste betekenis te kunnen toekennen, hebben de onderzoekers die vormen vergeleken met soortgelijke vormen die nu langs de randen van de ijskappen en ijsvelden rondom de Noordpool en Antarctica te vinden zijn.


Seismisch profiel over het Noorse continentaal plat, met onregelmatig reliŽf
als gevolg van de activiteit van het ijs gedurende het Pleistoceen

De onderzoekers vonden voor de kust van Noorwegen op deze wijze drie belangrijke soorten aanwijzingen voor het bestaan van vroegere ijskappen. Het meest opvallend zijn de langgerekte ruggen van sediment met een gestroomlijnde vorm. Die zijn het gevolg van snelstromende ijsmassa's. Ze zijn in bepaalde opzichten te vergelijken met drumlins op het land (maar veel langgerekter) en geven de stroomrichting van de ijsmassa aan. Een tweede groep aanwijzingen bestaat uit de 'ploegvoren' die de diepste delen van grote ijsbergen in de modderige bodem hebben uitgeschuurd op plaatsen waar het water onvoldoende diep was om de ijsbergen in hun geheel te laten drijven. Net als een schip dat op een zandbank loopt, trokken deze ijsbergen, die door hun grote massa ook bij geringe snelheid een grote bewegingsenergie hadden, lange sporen. Omdat ijsbergen worden meegevoerd door zeestromen, geven deze 'ploegvoren' de richting van de toenmalige zeestromen aan. Een derde groep vormen de morenen die - als ruggen loodrecht op de bewegingsrichting van het ijs - zijn achtergelaten toen het ijs zich stap voor stap terugtrok. Dit 'stap voor stap' moet letterlijk worden genomen: tussen de fases van terugtrekking bestonden er fases van stilstand, waarin - net als op het land - materiaal van de smeltende ijsmassa zich opstapelde en zo morenes vormde.


Gletsjerkrassen in LibiŽ uit de Laat-Ordovicische ijstijd


Onderzoeker Julian Dowdeswell


Al eerder werd verondersteld dat bepaalde onderzeese vormen het gevolg waren van glaciale gebeurtenissen, maar er bestonden tot nu toe geen voldoend gedetailleerde gegevens om dat met zekerheid te kunnen vaststellen. En het interpreteren van de diverse vormen was in feite meer giswerk dan een gedegen analyse. De moderne seismische apparatuur heeft het nu echter mogelijk gemaakt om ook van de zeebodem op honderden meters diepte een gedetailleerd 3-D beeld te krijgen.

Het onderzoeksteam voert momenteel een soortgelijk onderzoek uit in Noord-Afrika om zo het reliŽf van de zeebodem uit het Ordovicium te analyseren. Gedurende het Ordovicium nam Noord-Afrika een polaire positie in, en prof. Van Straaten heeft vroeger al duidelijk gemaakt dat sommige sporen in de Ordovicische afzettingen in de Sahara toegeschreven moeten worden aan vastlopende ijsbergen.

Referenties:
  • Dowdeswell, J.A., Ottesen, D., Rise, L. & Craig, J., 2007. Identification and preservation of landforms diagnostic of past ice-sheet activity on continental shelves from three-dimensional seismic evidence. Geology 35, p. 359-362.

Foto's uit de publicatie, welwillend ter beschikking gesteld door Tom Kirk, Office of Communication, University of Cambridge, Cambridge (Groot-BrittanniŽ).


Copyright © NGV 1999-2017
webmaster@geologischevereniging.nl