NGV-Geonieuws 139 artikel 833

NGV-Geonieuws: elektronisch geologisch tijdschrift


1 Augustus 2007, jaargang 9 nr. 8 artikel 833

Auteur: prof. dr. A.J. (Tom) van Loon
Geologisch Instituut, Adam Mickiewicz Universiteit, Poznan (Polen)

Dit artikel is onderdeel van NGV-Geonieuws uitgave 139! Op de huidige pagina is alleen artikel 833 te lezen.

<< Vorig artikel: 832 | Volgend artikel: 834 >>

833 Recente toename van tropische cyclonen niet alarmerend
Auteur: prof. dr. A.J. (Tom) van Loon

Klik hier voor alle artikelen over (Paleo)Klimaat !     Klik hier om dit artikel af te drukken !

Sinds 1995 is de frequentie van tropische cyclonen ('hurricanes') in de Atlantische Oceaan sterk toegenomen. Door degenen die menen dat we momenteel een door menselijke activiteiten veroorzaakte verandering van het klimaat meemaken, wordt dat regelmatig aangehaald om hun gelijk te onderstrepen. Deze met zware stormen gepaard gaande verschijnselen boven de Atlantische Oceaan komen inderdaad veel vaker voor dan bekend is uit eerdere structurele waarnemingen. Tussen 1995 en 2005 traden er namelijk gemiddeld per jaar 4,1 van dergelijke zware stormen (meteorologische klasse 3-5) op, terwijl het van 1971 tot 1994 slechts om 1,5 tropische cyclonen per jaar ging. Deze tropische cyclonen kunnen worden gekarakteriseerd als rotatie-symmetrisch opgebouwde stormverschijnselen (die tussen 5° N.B. en 10° N.B. ontstaan en die vooral boven oceanen actief zijn), en waarin op een hoogte van 10 m gedurende ten minste één minuut ononderbroken een windsnelheid van meer dan 50 m/s optreedt.


De tropische cycloon Katrina (28-8-2005) vertoont de karakteristieke
rotatie-symmetrische opbouw (foto NOAA).

Hoe groot de frequentie van deze zware stormen was voor 1971 is niet exact bekend, omdat er toen geen doorlopende metingen werden verricht. Er kan nu echter een goede schatting van worden gemaakt omdat onderzoekers methoden hebben gevonden om het optreden van dergelijke stormen geologisch te bepalen. Die methode berust op het gegeven dat het optreden van de zware stormen in het onderzochte deel van de Atlantische Oceaan samenhangt met enerzijds de temperatuur van het oppervlaktewater, anderzijds complexe windgegevens (het vectorverschil tussen de - over augustus / oktober gemiddelde - 200 en de 850 mbar klimatologische wind volgens een bepaald meetnet). Gegevens daaromtrent konden ze, voor de periode sinds 1730, reconstrueren uit koralen en een boorkern.


Overstroming in New Orleans nadat de stad getroffen werd door
de tropische cycloon Katrina (foto US Army Public Affairs).

Uit die gegevens blijkt dat de 'hoge' stormfrequentie sinds 1995 helemaal niet zo hoog is. Hij is eigenlijk heel gewoon, alleen veel hoger dan in de twee decennia daarvoor. Maar die twee decennia vertoonden, in vergelijking met het gemiddelde over de beschouwde 270 jaar juist een extreem lage stormfrequentie. Vanaf de zestiger jaren van de 18e eeuw nam de stormfrequentie in grote lijnen steeds verder af, totdat in de zeventiger en tachtiger jaren van de twintigste eeuw juist de genoemde abnormaal lage frequentie optrad die - omdat juist toen met structurele metingen werd begonnen - tot nu toe als normaal werden beschouwd. De frequentie die we sinds 1995 kennen past heel goed in het algemene beeld over de afgelopen 270 jaar.


Palmen buigen en breken af
bij een tropische cycloon op de Bermuda's


De schade die tropische cyclonen aanrichten
is vaak enorm (foto Holiday Travel Watch)


De onderzoekers stellen ook vast dat de temperatuur van het oppervlaktewater een minder belangrijke rol lijkt te spelen bij het bepalen van de stormfrequentie dan de windkarakteristieken.

Referenties:
  • Nyberg, J., Malmgren, B.A., Winter, A., Jury, M.R., Kilbourne, K.H. & Quinn, T.M., 2007. Low Atlantic hurricane activity in the 1970s and 1980 compared to the past 270 years. Nature 447, p. 698-701.


Copyright © NGV 1999-2017
webmaster@geologischevereniging.nl