NGV-Geonieuws 139 artikel 835

NGV-Geonieuws: elektronisch geologisch tijdschrift


10 Augustus 2007, jaargang 9 nr. 8 artikel 835

Auteur: prof. dr. A.J. (Tom) van Loon
Geologisch Instituut, Adam Mickiewicz Universiteit, Poznan (Polen)

Dit artikel is onderdeel van NGV-Geonieuws uitgave 139! Op de huidige pagina is alleen artikel 835 te lezen.

<< Vorig artikel: 834 | Volgend artikel: 836 >>

835 Parasieten van parasieten van een paddestoel uit het Vroeg-Krijt
Auteur: prof. dr. A.J. (Tom) van Loon

Klik hier voor alle artikelen over Paleontologie, Fossielen & Uitstervingen !     Klik hier om dit artikel af te drukken !

De 'jacht' op bijzondere fossielen in barnsteen uit het Krijt heeft een uitzonderlijke vondst opgeleverd: een paddestoel (die met zijn 100 miljoen jaar de oudst bekende paddestoel is) met een parasiet die zich voedt met een andere parasiet. De vondst werd in Birma gedaan door George Poinar, een zo÷loog van Oregon State University en voorzitter van het Barnsteeninstituut (Amber Institute), samen met een amateuronderzoeker, Ron Buckley.


De hoed van de in barnsteen ingebedde paddestoel Palaeoagaracites antiquus,
met daarop mycelium (dradenstelsel) van Mycetophagites atrebora

De paddestoel zelf is wetenschappelijk niet van bijzonder belang. Uit DNA-onderzoek was namelijk reeds lang bekend dat paddestoelen al veel langer dan 100 miljoen jaar moeten hebben bestaan. Het is overigens niet uitgesloten dat er DNA uit de nu gevonden paddestoel zal kunnen worden ge´soleerd. Met enig geluk zou dat helpen om de plaats van dit exemplaar binnen de paddestoelen te verduidelijken. Volgens deskundigen is de kans dat het exemplaar bruikbaar DNA zal opleveren echter vrijwel nihil.


Hyperparasitisme van Entropezites patricii
in Mycetophagites atrebora


Lamellaire fragmenten van Palaeoagaracites
antiquus


Veel interessanter is dat de vondst meer inzicht geeft in de ecologie van de toenmalige wereld. Dat komt vooral doordat de hoed van de paddestoel (die Palaeoagaracites antiquus is gedoopt) tal van schimmels (nauwe verwanten van paddestoelen!) bevat, die op de paddestoel parasiteren (parasitisme, in dit geval mycoparasitisme = parasitisme op een paddestoel). Die parasieten blijken echter zelf ook weer als voedselbron te hebben gediend voor andere parasieten (hyperparasitisme, in dit geval mycohyperparasitisme). Poinar kwam op het spoor van deze parasieten toen hij opmerkte dat er over de hoed van de paddestoel draadvormige slierten aanwezig waren. Bij nader onderzoek bleek het te gaan om mycelium, de draden die parasieten gebruiken om hun gastheer binnen te dringen en er hun voedsel uit te halen (dit mycelium van paddestoelen zit ondergronds; het plukken van paddestoelen is daarom lang niet zo'n bedreiging voor hun voortbestaan als men vaak meent).


Omdat de vondst van het mycelium door Poinar direct als iets bijzonders werd herkend, werden de schimmels aan een nader onderzoek onderworpen. Daarbij bleek dat veel van hen zelf ook weer het slachtoffer waren van parasieten.


Sporen van Mycetophagites atrebora

Het stukje barnsteen waarin deze fascinerende vondst werd gedaan is min of meer rechthoekig, maar zeer klein (3,25 mm lang, 1,25 mm breed, en 1 mm dik). Maar ook zo'n klein stukje kan dus veel nieuwe informatie opleveren. Niet alleen de paddestoel moet als een nieuw geslacht (en dus ook als een nieuwe soort) worden beschouwd, maar dat geldt ook voor de parasieten. De parasieten van de paddestoel zijn Mycetophagites atrebora genoemd, en de hyperparasieten Entropezites patricii.

Referenties:
  • Poinar Jr., G.O. & Buckley, R., Evidence of mycoparasitism and hypermycoparasitism in Early Cretaceous amber. Mycological Research 111, p. 503-506.

Foto's welwillend ter beschikking gesteld door George Poinar, Department of Zoology, Oregon State University, Corvallis, OR (Verenigde Staten van Amerika).


Copyright ę NGV 1999-2017
webmaster@geologischevereniging.nl