NGV-Geonieuws 140 artikel 841

NGV-Geonieuws: elektronisch geologisch tijdschrift


1 September 2007, jaargang 9 nr. 9 artikel 841

Auteur: prof. dr. A.J. (Tom) van Loon
Geologisch Instituut, Adam Mickiewicz Universiteit, Poznan (Polen)

Dit artikel is onderdeel van NGV-Geonieuws uitgave 140! Op de huidige pagina is alleen artikel 841 te lezen.

<< Vorig artikel: 840 | Volgend artikel: 842 >>

841 Engeland werd eiland door enorme smeltwaterstromen
Auteur: prof. dr. A.J. (Tom) van Loon

Klik hier voor alle artikelen over Geomorfologie !     Klik hier om dit artikel af te drukken !

Het idee dat het huidige eiland waaruit Engeland, Schotland en Wales bestaat van het vasteland van Europa werd afgescheiden door de eroderende werking van een enorme waterstroom, is niet nieuw. Voor die hypothese werden echter nooit overtuigende bewijzen gevonden. Nu zijn die er wel, dankzij de analyse van gegevens die gedurende 24 jaar bijeen werden gegaard.


Het dal met de brede rivier - met langgerekte eilanden -
tussen Engeland (links) en Frankrijk (rechts).
Kleur geeft waterdiepte aan

De gegevens werden verkregen door onderzoek met hogeresolutie sonar van de bodem van het Kanaal. Dat vormde destijds een dal van tientallen kilometers breed; de diepte was plaatselijk 50 m. Het dal werd uitgeschuurd in de beroemde witte kalksteenformaties die nu ook in het Krijt van Engeland (de 'white cliffs') en Frankrijk (Cap Blanc Nez) voorkomen. De diep uitgeschuurde geulen - met daarin langgerekte eilanden - ontstonden toen kolkende watermassa's zich uitstortten over wat toen een drooggevallen gebied was.


Satellietopname van het huidige kanaal (foto NASA)

Ten noorden van dit dal lag een meer in wat nu het zuidelijk deel van de Noordzee is. In het noorden was het meer begrensd door de toenmalige ijskap, en in het zuiden werd het van het dal in het huidige Kanaal gescheiden door een kalksteenrug die zich van oost naar west uitstrekte. Het meer werd gevoed door de Rijn en de Theems. Omdat het aangevoerde water nergens heen kon, steeg het water in het meer, totdat de kalksteenrug overstroomde. De kracht van het water schuurde toen een steeds breder en dieper wordende geul in de kalksteenrug uit, totdat waarschijnlijk ongeveer een miljoen kubieke meter per seconde uit het meer wegstroomde. Deze extreme gebeurtenis, die moet worden beschouwd als een van de grootste waterverplaatsingen op een continent uit de geologische geschiedenis, zou ca. 425.000 jaar geleden moeten hebben plaatsgevonden.

Tijdens een latere ijstijd ontstond een soortgelijke situatie, waarbij opnieuw, ongeveer 200.000 jaar geleden, een door ijs afgedamd meer op de plaats van de zuidelijke Noordzee plotseling leegliep. Mogelijk was de waterstroom toen zelfs nog groter dan de eerste keer. De in het dal van het Kanaal uitstromende watermassa’s schuurden het dal deze tweede keer zoveel verder uit dat het Kanaal ontstond en Engeland een eiland werd (dat alleen weer met het continent verbonden werd tijdens de lage zeestanden van de daarop volgende ijstijden). Uiteraard had deze gebeurtenis ook invloed op de ontwikkeling van het omliggende gebied. Zo gingen de Rijn en de Theems als een grote, gecombineerde rivier zuidwaarts door het Kanaal stromen. Ook had het invloed op de menselijke bewoning: het Kanaal werd een onneembare hindernis; de daar levende prehistorische mens kon onvoldoende meer met de jachtdieren meetrekken, waardoor de bevolking langzaam uitstierf. Ongeveer 100.000 jaar geleden woonden er geen mensen meer op het eiland.

Referenties:
  • Gibbard, Ph., 2007. Europe cut adrift. Nature 448, p. 259-260.
  • Gupta, S., Collier, J.S., Palmer-Felgate, A. & Potter, G., 2007. Catastrophic flooding origin of shelf valley systems in the English Channel. Nature 448, p. 342-345.
  • Kerr, R.A., 2007. Did a megaflood slice off Britain? Science 317, 307.


Copyright © NGV 1999-2017
webmaster@geologischevereniging.nl