NGV-Geonieuws 140 artikel 849

NGV-Geonieuws: elektronisch geologisch tijdschrift


21 September 2007, jaargang 9 nr. 9 artikel 849

Auteur: prof. dr. A.J. (Tom) van Loon
Geologisch Instituut, Adam Mickiewicz Universiteit, Poznan (Polen)

Dit artikel is onderdeel van NGV-Geonieuws uitgave 140! Op de huidige pagina is alleen artikel 849 te lezen.

<< Vorig artikel: 848 | Volgend artikel: 850 >>

849 Jonge mammoet werd minstens vijf jaar gezoogd
Auteur: prof. dr. A.J. (Tom) van Loon

Klik hier voor alle artikelen over Biologie & Evolutie ! Klik hier voor alle artikelen over Paleontologie, Fossielen & Uitstervingen !     Klik hier om dit artikel af te drukken !

Slagtanden van olifantachtigen (Proboscidae) kunnen veel informatie opleveren over de omstandigheden waaronder de 'eigenaars' leefden. Dat blijkt opnieuw uit een recent gepubliceerd, lang verwacht artikel van onderzoekers die de desbetreffende (voorlopige) gegevens al op een conferentie van de Society of Vertebrate Paleontology (Mesa, Arizona) in oktober 2005 hadden gepresenteerd. Ze onderzochten de slagtand van een jonge wolharige mammoet (Mammuthus primigenius). Slagtanden van mammoeten groeiden continu door en werden ieder jaar ongeveer een halve centimeter dikker. Dat gebeurde door de afzetting van dentine (een chemische stof die we in het dagelijks leven kennen als 'ivoor'). Bij nauwkeurige waarneming blijken de mammoetslagtanden opgebouwd uit concentrische laagjes die bestaan uit een donker- en een lichtergekleurd deel dentine. De kleurverschillen hangen samen met de mate van mineralisatie van de eiwitmatrix. De concentrische adenineafzettingen bestaande uit een donkerder en een lichter gedeelte vormen jaarringen. Binnen iedere jaarring kunnen met de microscoop weer 365 laagjes worden onderscheiden die 'dagringen' vormen. Omstreeks elke zevende dagring komt er een donkergekleurd laagje voor, wat er op lijkt te wijzen dat zelfs weken op de een of andere - nog niet goed verklaarde - wijze invloed uitoefenden op de wijze waarop dentine in een mammoetslagtand werd afgezet. Door deze zeer fijne gelaagdheid, waarin via de verhouding tussen diverse isotopen de aard van het menu wordt vastgelegd, vormen de slagtanden een nauwkeurig 'dagboek' van wisselingen in het dieet.


De onderzochte mammoetslagtand

Uit de slagtand van het onderzochte jong maken de onderzoekers op dat het jong 5,5 tot 6 jaar oud moet zijn geweest toen het overleed. De slagtand vertoont, vooral in de oudst bewaard gebleven jaarring (in de eerste twee jaar werd nog geen slagtand gevormd), een overmaat aan het stikstofisotoop N-15, waarvan bekend is dat dit veroorzaakt wordt door het drinken van moedermelk. In de jongere jaarringen neemt het 'extra' gehalte aan N-15 af, waaruit blijkt dat het jong steeds minder afhankelijk werd van moedermelk, maar tot zijn overlijden nog wel steeds werd gezoogd.

De afname van N-15 is niet geleidelijk, maar trendmatig. In de concentratie komen schommelingen voor, die samenvallen met schommelingen in de relatieve concentratie van de koolstofisotoop C-13. Deze gegevens wijzen op seizoensafhankelijke variaties in het dieet van de jonge mammoet. Het seizoen waarin planten groeiden in het arctische klimaat waarin de mammoet leefde, was - zoals reeds bekend uit andere gegevens, maar nu ook bevestigd door de chemische opbouw van de onderzochte slagtand - heel kort. Dit is duidelijk terug te vinden in de verhouding tussen de koolstofisotopen en die tussen de stikstofisotopen: gedurende het korte groeiseizoen van de planten vulde het jong zijn dieet van vooral moedermelk aan met planten, waarvan de proteļnen in de slagtand zijn terug te vinden.

Omdat het jong tot zijn overlijden (ook) werd gezoogd, kunnen de onderzoekers niet uitmaken hoe lang de zoogtijd van mammoeten moet hebben geduurd. De minimale tijd van 5,5-6 jaar komt echter overeen met de zoogtijd van Afrikaanse olifanten die leven onder omstandigheden waarbij ze grote moeite hebben om aan voldoende voedsel te komen.

Referenties:
  • Rountrey, A.N., Fisher, D.C., Vartanyan, S. & Fox, D.L., 2007. Carbon and nitrogen isotope analyses of a juvenile woolly mammoth tusk: evidence of weaning. Quaternary International 169-170, p. 166-173.

Foto welwillend ter beschikking gesteld door Adam Rountrey, Department of Geological Sciences, University of Michigan, Ann Arbor, MI (Verenigde Staten van Amerika).


Copyright © NGV 1999-2017
webmaster@geologischevereniging.nl