NGV-Geonieuws 142 artikel 866

NGV-Geonieuws: elektronisch geologisch tijdschrift


16 November 2007, jaargang 9 nr. 11 artikel 866

Auteur: prof. dr. A.J. (Tom) van Loon
Geologisch Instituut, Adam Mickiewicz Universiteit, Poznan (Polen)

Dit artikel is onderdeel van NGV-Geonieuws uitgave 142! Op de huidige pagina is alleen artikel 866 te lezen.

<< Vorig artikel: 865 | Volgend artikel: 867 >>

866 Mangaanknollen groeien alleen aan sedimentoppervlak
Auteur: prof. dr. A.J. (Tom) van Loon

Klik hier voor alle artikelen over Mineralen ! Klik hier voor alle artikelen over Oceanografie !     Klik hier om dit artikel af te drukken !

Met het schaarser worden van allerlei metaalertsen wordt het economisch belang van diepzeeknollen steeds groter. Die knollen bevatten gewoonlijk hoge concentraties aan metalen zoals ijzer en mangaan, maar ook kobalt en tal van andere vrij zeldzame elementen, waaronder de zogeheten zeldzame aardmetalen. Vooralsnog blijkt winning vanaf de diepzeebodem, waar deze knollen soms in dichte velden voorkomen, niet economisch mogelijk, maar er wordt momenteel hard gewerkt aan technieken die daarin verandering moeten brengen. Uiteraard is voor een economische winning ook nodig dat voldoende plaatsen met economisch winbare hoeveelheden knollen bekend zijn. Om die plaatsen met redelijke kans op succes te kunnen vinden op de bodem van de uitgestrekte oceanen, is het nuttig om inzicht te hebben in het ontstaan en de groei van deze bodemschatten. Juist omdat de diepzeeknollen zo moeilijk bereikbaar zijn, en er daarom alleen maar geringe hoeveelheden uit de diepzee zijn opgevist, is er echter nog maar weinig bekend over deze aspecten.


Onregelmatige mangaanknol


Doorsnede diepzeeknol met 'groeiringen'


Iets meer is nu bekend geworden door een onderzoek door medewerkers van het Indiase Nationale Instituut voor Oceanografie. Zij isoleerden 50 mangaanknollen uit 12 kernen van boringen die werden gezet in het centrale deel van de Indische Oceaan. De "rijkste" boorkern leverde niet minder dan 15 knollen op. De diepste knollen kwamen van ongeveer 5,5 m beneden de zeebodem. Dat wijst erop dat de knollen beneden die diepte niet aangroeien en mogelijk zelfs weer oplossen. Een dergelijk oplossingsproces is waarschijnlijk, want er blijkt een verband te bestaan tussen de grootte (maar niet de chemische samenstelling) van de knollen en hun diepte onder het sedimentoppervlak: ze worden met toenemende diepte steeds kleiner. Overigens was meer dan 80% van de aangetroffen mangaanknollen kleiner dan 2 cm; dat is opvallend, want in de Atlantische Oceaan zijn de beschreven knollen grotendeels zo'n 8 cm groot, en in het Peru Bekken (in de Stille Oceaan) zijn ze merendeels groter dan 6 cm.


Zeebodem bezaaid met diepzeeknollen

De 'begraven' knollen uit de Indische Oceaan hebben soms een glad, soms een ruw oppervlak, en ze kunnen regelmatige (vaak ellipsoïdale) of onregelmatige vormen hebben. De knollen die werden aangeboord in silicarijke afzettingen bevatten relatief veel mangaan, koper, nikkel, zink, molybdeen, gallium, vanadium en rubidium, terwijl de knollen die afkomstig waren uit rode diepzeeklei verrijkt waren aan ijzer, kobalt, titanium, uranium, thorium, yttrium, chroom, niobium en zeldzame aardmetalen. De onderzoekers verklaren deze verschillende samenstellingen als een gevolg van de omstandigheden tijdens hun vorming: in tegenstelling tot de knollen uit de rode diepzeeklei zou de vorming van de knollen uit de silicarijke afzettingen nog doorgaan bij ondiepe begraving. Het is dus niet zo dat knollen alleen aangroeien zolang ze niet door sediment zijn bedekt: het hangt er ook vanaf in welk type sediment ze worden ingebed.


Monstername van diepzeeknollen

Referenties:
  • Pattan, J.N. & Parthiban, J.N., 2007. Do manganese nodules grow or disolve after burial? Results from the Central Indian Ocean Basin. Journal of Asian Earth Sciences 30, p. 696-705.

Foto's: National Institute of Oceanography, Goa (India).


Copyright © NGV 1999-2017
webmaster@geologischevereniging.nl