NGV-Geonieuws 142 artikel 867

NGV-Geonieuws: elektronisch geologisch tijdschrift


22 November 2007, jaargang 9 nr. 11 artikel 867

Auteur: prof. dr. A.J. (Tom) van Loon
Geologisch Instituut, Adam Mickiewicz Universiteit, Poznan (Polen)

Dit artikel is onderdeel van NGV-Geonieuws uitgave 142! Op de huidige pagina is alleen artikel 867 te lezen.

<< Vorig artikel: 866 | Volgend artikel: 868 >>

867 Stof, stof, en nog eens stof
Auteur: prof. dr. A.J. (Tom) van Loon

Klik hier voor alle artikelen over Geomorfologie ! Klik hier voor alle artikelen over (Paleo)Klimaat ! Klik hier voor alle artikelen over Sedimentologie !     Klik hier om dit artikel af te drukken !

In Nederland komt het niet zo vaak voor, maar in Zuid-Europa regelmatig: het regent en als het droog wordt zijn huizen, straten en (vooral goed zichtbaar) auto's bedekt met een dun laagje rood stof. Dat stof is bijna altijd afkomstig uit de Sahara, waar het is opgewaaid, door turbulentie in de atmosfeer tot grote hoogte is gestegen, met de wind verspreid om, uiteindelijk, gehecht aan regendruppeltjes, weer op aarde terug te keren. Veel van het Saharastof is afkomstig uit de Bodélé, een depressie in Tsjaad die in feite een drooggevallen meer voorstelt. Hier waait zoveel stof op dat de Bodélé wordt beschouwd als het meest stoffige gebied op aarde.


Een stofstorm maakt het kamp bijna onzichtbaar

De depressie werd tot ongeveer 6000 jaar geleden bedekt door het Mega-Tsjaad-meer, dat groter was dan de huidige Kaspische Zee. Het ontving zijn water via diverse rivierbeddingen die, na regenval, met water werden gevuld en het water afvoerden naar de laagst gelegen plek, vanwaar het niet meer verder kon. Duizenden jaren hielden verdamping en de aanvoer van regenwater elkaar min of meer in evenwicht, maar omstreeks 2000 jaar geleden, toen het klimaat aanzienlijk droger werd, droogde het meer op. Daarbij werden de in het meer gevormde afzettingen zichtbaar; die afzettingen bestaan voor het overgrote deel uit diatomeeënslik (diatomeeën zijn kleine - in dit geval zoetwater - organismen met een kiezelskeletje). Dit diatomeeënslik, waarvan jaarlijks enkele honderden miljoenen tonnen worden verspreid, is de veruit belangrijkste bron van het stof, die zelfs helpt om het Amazonegebied vruchtbaar te houden (zie Geonieuws 752).


Na de stofstorm steken de tenten nauwelijks meer boven het stof uit

Dat de Bodélé zo'n grote bijdrage levert aan de totale stofhoeveelheid die uit de Sahara opstijgt, heeft lang veel verbazing gewekt, want het gebied vormt slechts een miniem deel van de Sahara. Vanuit klimaatoogpunt is dit belangrijk, want de grote hoeveelheden stof in de atmosfeer hebben waarschijnlijk veel invloed op het klimaat, al is die invloed nog niet duidelijk: het zou kunnen zijn, in geval terugkaatsing van zonlicht door het stof overheerst, dat de aarde afkoelt; het zou echter ook kunnen zijn, indien absorptie door het stof van straling van de aarde en de zon overheerst, dat dit afkoeling veroorzaakt. Onderzoek naar de achterliggende oorzaken van de stofbron zijn daarom van belang.


Meetapparatuur op een met een zoutkorst bedekte stofvlakte

Uit onderzoek blijkt nu dat een aantal factoren verantwoordelijk is voor de stoffigste plaats op aarde. Het blijkt dat de jet stream (een stroming in de atmosfeer van honderden kilometers per uur, die gewoonlijk op een hoogte van ca. 10 km voorkomt) door de regionale topografie ter plaatse in cycli laag voorkomt. Dat gebeurt gedurende omstreeks honderd dagen per jaar. Gedurende die dagen wordt het stof, dat in meer dan voldoende mate aanwezig is, door de wind opgenomen en weggevoerd. Dat stof is in zo ruime mate aanwezig omdat de diatomeeënschilfertjes bij het salteren (opspringen en weer terugvallen door de wind) in zeer kleine deeltjes uiteenvallen. Dat gebeurt vooral bij de uiteinden van de barchanen, waar de windstromen die langs de barchanen strijken weer op elkaar botsen (de barchanen kunnen daarom worden beschouwd als een soort 'stofmolens'). Dit betekent ook dat niet de hele Bodélé als grote stofbron functioneert, maar dat het vooral de oostelijke en noordelijke randgebieden zijn (waar veel barchanen voorkomen) die voor de stofproductie verantwoordelijk zijn.

Referenties:
  • Warren, A., Chappell, A., Todd, M.C., Bristow, Ch., Drake, N., Engelstaedter, S., Martins, V, M'bainayel, S. & Washington, R., 2007. Dust-raising in the dustiest place on earth. Geomorphology 92, p. 25-37.

Foto's (© Richard Washington, School of Geography, Oxford University Centre for the Environment, Oxford, Engeland) welwillend ter beschikking gesteld door Andrew Warren, Department of Geography, University College of London, Londen (Engeland).


Copyright © NGV 1999-2017
webmaster@geologischevereniging.nl