NGV-Geonieuws 7 artikel 87

NGV-Geonieuws: elektronisch geologisch tijdschrift


1 Maart 2000, jaargang 2 nr. 1 artikel 87

Auteur: prof. dr. A.J. (Tom) van Loon
Geologisch Instituut, Adam Mickiewicz Universiteit, Poznan (Polen)

Dit artikel is onderdeel van NGV-Geonieuws uitgave 7! Op de huidige pagina is alleen artikel 87 te lezen.

<< Vorig artikel: 86 | Volgend artikel: 88 >>

87 Verschuivende aardschol blokkeerde opening tussen Noord- en Zuid-Amerika
Auteur: prof. dr. A.J. (Tom) van Loon

Klik hier voor alle artikelen over Structurele geologie, (Plaat)tektoniek & Aardbevingen !     Klik hier om dit artikel af te drukken !

Noord- en Zuid-Amerika waren tot ongeveer 4,2 miljoen jaar geleden geheel van elkaar gescheiden door een brede oceaan. Toen schoof echter een landmassa tussen beide continenten, meegedragen op de 'rug' van de Caraïbische aardschol, die vanuit de (nu) Stille Oceaan in de richting van de (nu) Atlantische Oceaan bewoog. De meegevoerde landmassa kwam als een soort 'prop' tussen de Noord- en Zuid-Amerikaanse continenten vast te zitten, waardoor beide continenten met elkaar werden verbonden. Dat uit zich onder meer in de fossiele resten van dieren: de vroeger gescheiden soorten konden sindsdien van noord naar zuid trekken, en andersom.

Dat was echter zeker niet het belangrijkste gevolg: veel meer invloed had de nieuwe verbinding tussen de beide continenten op het patroon van oceaanstromen. Waar tevoren grote watermassa’s zich tussen beide continenten verplaatsten, was een hindernis ontstaan die de zeestromen dwong een andere route te volgen. Hoe dat gebeurde, wordt uiteengezet door de Engelse aardwetenschappers Reynolds, Frank en O’Nions. Zij reconstrueerden de veranderende routes van de zeestromen op basis van een aantal chemische elementen die op de zeebodem zijn afgezet en die tevens radiometrische datering mogelijk maken.

De onderzoekers hebben gesteentemonsters onderzocht van 8 miljoen jaar oud en jonger en hebben daarbij ontdekt dat de verhoudingen tussen de diverse isotopen van bepaalde elementen (in het bijzonder neodynium en lood) in die monsters veranderden met de tijd. De oorzaak van die veranderingen hebben ze ook ontdekt: in de loop der tijd werden verschillende kustgebieden geërodeerd, zodat in het water deels andere stoffen oplosten dan daarvoor. Zo is te traceren dat de zeestroom die eerst tussen Noord- en Zuid-Amerika door stroomde, zijn koers ongeveer 5 miljoen jaar geleden begon te verleggen, en dat er later helemaal geen water meer tussen beide continenten kon stromen.

Een belangrijk gevolg was dat het water, opgestuwd door de draaiing van de aarde, zijn weg moest zoeken om de continenten heen, en dus in koude gebieden terechtkwam. Daarmee nam het warmtetransport vanuit de tropen naar hoge breedtes sterk toe. Dat moet wereldwijd invloed op het klimaat hebben gehad. Het lijkt de onderzoekers echter onwaarschijnlijk dat deze verandering van het circulatiepatroon in de oceanen de directe oorzaak was van het IJstijdvak, dat ca. 2,5 miljoen jaar geleden begon; daarvoor is het tijdsverschil tussen de 'sluiting' van Amerika en het begin van het IJstijdvak te groot. Ze achten het echter niet uitgesloten dat deze factor wel aan de wereldwijde klimaatverandering heeft bijgedragen, en mogelijk zelfs een van de noodzakelijke voorwaarden daarvoor was. Het is in ieder geval opmerkelijk dat de isotopenverhouding van lood omstreeks 1,8 miljoen jaar geleden, toen het IJstijdvak echt goed was begonnen, drastisch veranderde.

Referenties:
  • Reynolds, B.C., Frank, M. & O’Nions, R.K., 1999. Nd- and Pb-isotope time series from Atlantic ferromanganese crusts: implications for changes in provenance and paleocirculation over the last 8 Myr. Earth and Planetary Science Letters 173, p. 381-396.

N.B.: een iets afwijkende versie van dit bericht werd onder de titel 'Kleine verschuiving van aardschol had wereldwijde gevolgen' geplaatst in de bijlage 'Wetenschap & Onderwijs' van NRC Handelsblad (15 januari 2000).


Copyright © NGV 1999-2017
webmaster@geologischevereniging.nl