NGV-Geonieuws 143 artikel 873

NGV-Geonieuws: elektronisch geologisch tijdschrift


4 December 2007, jaargang 9 nr. 12 artikel 873

Auteur: prof. dr. A.J. (Tom) van Loon
Geologisch Instituut, Adam Mickiewicz Universiteit, Poznan (Polen)

Dit artikel is onderdeel van NGV-Geonieuws uitgave 143! Op de huidige pagina is alleen artikel 873 te lezen.

<< Vorig artikel: 872 | Volgend artikel: 874 >>

873 Nieuw 'koud' aards mineraal vernoemd naar locatie op Mars
Auteur: prof. dr. A.J. (Tom) van Loon

Klik hier voor alle artikelen over Astronomie ! Klik hier voor alle artikelen over Mineralen !     Klik hier om dit artikel af te drukken !

In 2005 verzamelde de Mars Exploration Rover Opportunity stof op Mars dat bestond uit een magnesiumsulfaat. Het gebied waar dat gebeurde heet Meridani Planum. Volgens de mineraloog Ron Peterson ging het om een tot dan onbekende, plaatvormige variëteit van magnesiumsulfaat dat, in tegenstelling tot het zogeheten Epsomzout (MgSO,4.7H2O) geen 7 maar 11 watermoleculen als kristalwater bindt. Dat het, gezien de temperatuur om Mars, om een lagetemperatuur zout moest gaan, was duidelijk. Ook maakte de Mars Exploration Rover foto's van gesteenten waarin holtes zichtbaar waren die achterbleven toen daaruit kristallen verdwenen (bijv. door oplossing).


Ron Peterson bij een boomstronk met meridianiiet

Als het op Mars werkelijk zou gaan om een verbinding met een aanzienlijke hoeveelheid kristalwater, zou dat een duidelijke aanwijzing zijn dat er op Mars vroeger water aanwezig moet zijn geweest. Maar dan zou het kristalwaterbevattende magnesiumsulfaat ook werkelijk vanuit een waterige oplossing moeten zijn ontstaan. Of dat ook werkelijk het geval was, kon moeilijk met zekerheid worden vastgesteld, omdat een dergelijke stof op aarde niet van nature bekend was.


De ijzige omgeving waarin het nieuwe mineraal werd ontdekt

Daarom begon Peterson met experimenten, waarbij hij een oplossing met epsomzout in zijn onverwarmde garage gedurende enkele dagen liet uitkristalliseren. Daarbij bleek een stof te ontstaan met dezelfde eigenschappen als die van de stof die de Mars Exploration Rover had aangetroffen. De vraag rees toen of die stof ook op aarde bestond zonder menselijke tussenkomst.


Detail van boomstronk met bovenop sneeuw en onderaan meridianiiet

Met het oog hierop is Peterson met enkele collega's naar die stof op zoek gegaan. In koude gebieden, uiteraard. En de moeite werd beloond, want de stof werd gevonden. Zelfs in aanzienlijke hoeveelheden: een paar kilogram. De sneeuwwitte kristallen werden aangetroffen in het gerafelde uiteinde van een boomstronk die in het ijs van een meer in het Okanagan-dal, nabij Ashcroft (Brits Columbia, Canada) vast zat. Dat de kristallen daar konden ontstaan, kwam doordat water uit het meer door de capillaire werking van het hout werd opgezogen. In het water bevonden zich magnesium- en sulfaationen, afkomstig uit oude mijnen in de nabijheid. Toen het water met de zouten tussen de boomrafels opsteeg, werd het blootgesteld aan de vrieslucht. Daardoor kon het kristalwaterbevattende magnesiumsulfaat uitkristalliseren.


Enkele korreltjes meridianiiet

De kristallen werden door het onderzoek gevriesdroogd en meegenomen voor onderzoek onder de microscoop en via röntgenanalyse. Toen bleek het inderdaad om de stof te gaan die ook op Mars was aangetroffen. Omdat het om een natuurlijk gevormde stof op aarde gaat, mag het een mineraal genoemd worden. De onderzoekers noemen het meridianiiet, naar de plaats waar de Mars Exploration Rover de stof het eerst had aangetroffen. Ze verwachten dat op de ijsvlakten in de poolgebieden van Mars grote hoeveelheden meridianiiet kunnen worden aangetroffen.

Referenties:
  • Peterson,R.C., Nelson,W., Madu,B. & Shurvell, H.F., 2007. Meridianiite: A new mineral species observed on Earth and predicted to exist on Mars. American Mineralogist 92, p. 1756-1759.

Foto's welwillend ter beschikking gesteld door Ron Peterson, Department of Geological Sciences and Geological Engineering, Queen's University, Kingston, Ont. (Canada).


Copyright © NGV 1999-2017
webmaster@geologischevereniging.nl