NGV-Geonieuws 143 artikel 874

NGV-Geonieuws: elektronisch geologisch tijdschrift


8 December 2007, jaargang 9 nr. 12 artikel 874

Auteur: prof. dr. A.J. (Tom) van Loon
Geologisch Instituut, Adam Mickiewicz Universiteit, Poznan (Polen)

Dit artikel is onderdeel van NGV-Geonieuws uitgave 143! Op de huidige pagina is alleen artikel 874 te lezen.

<< Vorig artikel: 873 | Volgend artikel: 875 >>

874 Komeet verantwoordelijk voor lage temperatuur Jonge Dryas
Auteur: prof. dr. A.J. (Tom) van Loon

Klik hier voor alle artikelen over Astronomie ! Klik hier voor alle artikelen over (Paleo)Klimaat ! Klik hier voor alle artikelen over Paleontologie, Fossielen & Uitstervingen !     Klik hier om dit artikel af te drukken !


De temperatuur op Groenland was tijdens de Jonge Dryas veel lager dan daarvoor en daarna

Kort voor het einde van de laatste ijstijd daalde de temperatuur sterk: met enkele graden. Dat duurde van ongeveer 12.800-11.600 jaar geleden, waarna de temperatuur plotseling weer snel opliep (waarschijnlijk met zo'n 6 °C binnen 50 jaar!). Dat de temperatuur toen weer opliep, wat het einde betekende van het IJstijdvak (Pleistoceen) en het begin van de warmere tijd (Holoceen) waarin we nu leven, kan worden verklaard door de astronomische factoren (precessie en nutatie van de aardas en eccentriciteit van de aardbaan om de zon) die ook een doorslaggevende rol spelen bij de afwisseling van ijstijden en interglacialen. Daarentegen is de voorafgaande extra koude fase (die bekend staat als de Jonge Dryas) niet op die manier te verklaren.


Aan de basis van afzettingen uit de
Jonge Dryas komen veel bolletjes voor
die van een geëxplodeerd hemellichaam
afkomstig zijn (SEM-foto Jim Wittke)


De sedimenten net onder de zwarte band in de
sectie bij Murray Springs (Arizona) bevatten
veel iridium, bolletjes en helium van andere
hemellichamen. Eronder komen artefacten en
resten van megafauna voor, erboven niet.


Voor die ruwweg 1200 koude jaren van de Jonge Dryas is, volgens een onderzoeksteam onder leiding van Richard Firestone, een komeet (of misschien een meteoor) verantwoordelijk. Die zou in de dampkring boven Noord-Amerika uiteen zijn gespat met een explosieve kracht gelijk aan die van miljoenen waterstofbommen. De komeet zou een omtrek hebben gehad in de orde van grootte van 5 km. Dat het ging om een uiteenspattend hemellichaam lijdt volgens de onderzoekers geen twijfel, want op meer dan 50 plaatsen in Amerika (maar ook soms daarbuiten) is net onder donkergekleurde horizons aan de basis van de Jonge Dryas materiaal gevonden dat van een ander hemellichaam afkomstig moet zijn (iridium, glasbolletjes, koolstofbolletjes, magnetische korrels, helium met een buitenaardse isotopenverhouding). Als meest overtuigende aanwijzing dat op z'n minst grote stukken van het hemellichaam op aarde zijn ingeslagen na zijn uiteenspatten, worden extreem kleine diamantjes (zogeheten nanodiamantjes) beschouwd, die ontstaan moeten zijn bij zulke extreme condities wat betreft temperatuur en druk dat alleen een inslag een goede verklaring biedt. De donkere kleur van de goed herkenbare horizon wordt veroorzaakt door een hoge concentratie houtskool. Die is volgens de onderzoekers het gevolg van wereldwijde branden die ontstonden na het neerkomen van de hete fragmenten van het uiteengespatte hemellichaam.


Ook in het Belgische Lommel (nabij de Nederlandse grens) komen in dekzanden
aan de basis van de Jonge Dryas dezelfde verschijnselen voor als bij Murray Springs

In Noord-Amerika stierf bij het begin van de Jonge Dryas de megafauna (met o.a. de mastodont, wolharige mammoet, reuzenluiaard en sabeltandtijger) uit, en ook verdween de zogeheten Clovis-cultuur. Opvallend is echter dat, terwijl duidelijk is dat wereldwijd een temperatuurdaling optrad, die daling die overal even groot was (maar opvallend groot in Noord-Amerika en Groenland), en dat ook de gevolgen voor fauna en flora in Amerika het grootst waren. Dat wijst op een gebeurtenis die in (of boven of nabij) Noord-Amerika plaatsvond, maar waarvan de gevolgen ook nog elders merkbaar waren. Zelfs in het Belgische Lommel is in dekzanden een niveau aangetroffen met dezelfde extraterrestrische kenmerken als in Amerika.


De Amerikaanse megafauna, waaronder de mastodont, lijkt plotseling uitgestorven
bij het begin van de Jonge Dryas (tekening Zina Deretsky, National Science Foundation).

Referenties:
  • Firestone, R.B., West, A., Kennett, J.P., Becker, L., Bunch, T.E., Revay, Z.S., Schultz, P.H., Belgya, T., Kennett, D.J., Erlandson, J.M., Dickenson, O.J., Goodyear, A.C., Harris, R.S., Howard, G.A., Kloosterman, J.B., Lechler, P., Mayewski, P.A., Montgomery, J., Poreda, R., Darrah, T., Que Hee, S.S., Smith, A.R., Stich, A., Topping, W., Wittke, J.H. & Wolbach, W.S., 2007. Evidence for an extraterrestrial impact 12,900 years ago that contributed to the megafaunal extinctions and the Younger Dryas cooling. Proceedings of the National Academy of Sciences of the United States 104, p. 16016-16021.

Illustraties welwillend ter beschikking gesteld door Rick Firestone, Lawrence Berkeley National Laboratory, Berkeley, CA (Verenigde Staten van Amerika).


Copyright © NGV 1999-2017
webmaster@geologischevereniging.nl