NGV-Geonieuws 143 artikel 879

NGV-Geonieuws: elektronisch geologisch tijdschrift


22 December 2007, jaargang 9 nr. 12 artikel 879

Auteur: prof. dr. A.J. (Tom) van Loon
Geologisch Instituut, Adam Mickiewicz Universiteit, Poznan (Polen)

Dit artikel is onderdeel van NGV-Geonieuws uitgave 143! Op de huidige pagina is alleen artikel 879 te lezen.

<< Vorig artikel: 878 | Volgend artikel: 880 >>

879 Snelheid van lahars bepaald
Auteur: prof. dr. A.J. (Tom) van Loon

Klik hier voor alle artikelen over Sedimentologie ! Klik hier voor alle artikelen over Vulkanologie !     Klik hier om dit artikel af te drukken !

Tot de grote gevaren die bewoners van vulkanische gebieden bedreigen, behoren de lahars (vulkanische modderstromen). Deze bestaan uit massa’s van door de vulkaan uitgestoten as en grover materiaal dat, met meer of minder water vermengd, langs de vulkaanhellingen omlaag stroomt. Het water dat voor dergelijke, vaak verwoestende, modderstromen nodig is, kan van uiteenlopende bronnen komen. Vaak gaat het om regenval die de verse asafzettingen op de vulkaanhelling doordrenkt, waardoor de helling instabiel wordt en gaat afglijden. Ook gebeurt het wel dat bij een eruptie de wand van een kratermeer wordt doorbroken, waarna de uitstromende watermassa zich op zijn weg omlaag vermengt met materiaal dat hij op de vulkaanhelling tegenkomt. Een derde mogelijkheid is dat de eruptie plaatsvindt boven de sneeuwgrens, waardoor neervallende hete as op het sneeuwdek terechtkomt en de sneeuw doet smelten, waardoor as en gesmolten sneeuw samen as een modderstroom omlaag denderen.


De lahars lieten een spoor van puin in de dalen achter

Dat laatste is het geval geweest bij uitbarstingen van de bekendste vulkaan van Mexico, de Popocatépetl, in 1997 en 2001. De lahars die bij die uitbarstingen omlaag stroomden kozen hun weg door kloven op de vulkaanhellingen, resp. de Tenenepanco-kloof en de Huiloac-kloof, beide op de noordoostelijke helling van de vulkaan. In beide gevallen ontstonden de lahars enkele uren na het begin van de uitbarsting.


Uitzicht op de Popocatépetl met een
puinmassa die door een lahar is achtergelaten


Lahar-afzettingen bestaan uit mengsels
van grof en fijn materiaal


Er bestaan slechts zeer weinig directe observaties van lahars waarbij de snelheid van de lahar op redelijk betrouwbare wijze kon worden ingeschat, maar duidelijk was wel dat het gaat om betrekkelijk hoge snelheden (vandaar dat zo vaak een dorp niet tijdig kan worden geëvacueerd, waardoor niet alleen een heel dorp door de modderstroom kan worden meegesleurd of er onder wordt begraven, maar waardoor ook vaak grote aantallen slachtoffers vallen. Dat gebeurde onder meer bij de uitbarsting van de Vesuvius in 79 n.Chr., waarbij de Romeinse plaats Herculaneum werd 'gefossiliseerd'.


De snelheden van de twee lahars op de Popocatépetl zijn bepaald met de zogeheten 'superelevation techniek', waarbij de snelheden worden afgeleid met behulp van geodetische metingen van bepaalde punten van de door de lahar gevormde afzetting. Het resultaat van deze analyse voor de lahars op de Popocatépetl was dat ze sterk uiteenlopende snelheden moeten hebben gehad, die varieerden van ca. 4,5 km/uur tot ca. 50 km/uur. De snelheid van de lahars was overigens niet constant, maar was afhankelijk van vooral vier factoren: de diepte (dikte) van de modderstroom, de helling, de hoeveelheid meegevoerd materiaal, en de afstand tot het brongebied.


Hele boomstammen worden door lahars meegesleurd

Interessant is dat, uit vergelijking met de snelheden van lahars op twee andere vulkanen (de Nevado del Ruiz en Mount St. Helens), blijkt dat de snelheid ook afhankelijk is van de ontstaanswijze van de lahar. Daarom was de snelheid van een lahar op de Nevado del Ruiz ongeveer gelijk aan die van de Popocatépetl, terwijl die op Mout St. Helens ongeveer tweemaal zo groot was. Dat betekent dus dat de ontstaanswijze van een lahar medebepalend is voor het gevaar dat hij voor eventuele bewoners voor het gebied oplevert, en dat daarmee dus bij risicoanalyses (en voorzorgsmaatregelen) rekening moet worden gehouden.

Referenties:
  • Muñoz-Salinas, E., Manea, V.C., Palacios, D. & Castillo-Rodriguez, M., 2007. Estimation of lahar flow velocity on Popocatépetl volcano (Mexico). Geomorphology 92, p. 91-99.

Foto's welwillend ter beschikking gesteld door Esperanza Muñoz-Salinas, Departamento de Análisis Geográfico Regional y Geografía Física, Universidad Complutense, Madrid (Spanje).


Copyright © NGV 1999-2017
webmaster@geologischevereniging.nl