NGV-Geonieuws 7 artikel 89

NGV-Geonieuws: elektronisch geologisch tijdschrift


1 Maart 2000, jaargang 2 nr. 1 artikel 89

Auteur: prof. dr. A.J. (Tom) van Loon
Geologisch Instituut, Adam Mickiewicz Universiteit, Poznan (Polen)

Dit artikel is onderdeel van NGV-Geonieuws uitgave 7! Op de huidige pagina is alleen artikel 89 te lezen.

<< Vorig artikel: 88 | Volgend artikel: 90 >>

89 Afstand tussen maan en aarde neemt grillig toe, blijkt uit getijdenafzettingen
Auteur: prof. dr. A.J. (Tom) van Loon

Klik hier voor alle artikelen over Astronomie ! Klik hier voor alle artikelen over Sedimentologie !     Klik hier om dit artikel af te drukken !

De afstand van de maan tot de aarde (ca. 384.000 km) is gedurende de afgelopen 300 miljoen niet of nauwelijks toegenomen. In de 300 miljoen jaar daarvoor nam die afstand echter met zo’n 13.000 km toe, en in de daaraan weer voorafgaande periode van 300 miljoen jaar met zo’n 7.000 km. Dat blijkt uit berekeningen die hebben plaatsgevonden aan de hand van afzettingen die door getijden zijn gevormd.

Getijden ontstaan door de aantrekkingskracht van zon en - vooral - maan. Door de verandering van de plaats die deze hemellichamen ten opzichte van elkaar innemen, verplaatsen grote watermassa’s in de oceanen zich ruwweg elke 12 uur heen en weer. Nabij open kusten is dat merkbaar via eb en vloed (waarbij een van de twee getijden per dag een groter tijverschil laat zien dan de andere). De eb- en vloedstromen laten op veel plaatsen afzettingen achter, waarbij - onder gunstige omstandigheden - elke vloedfase een dun laagje achterlaat. Bij springtij is zo’n laagje gewoonlijk dikker. Op die manier is in oude afzettingen te controleren of alle getijdenbewegingen ook in het sedimentpakket aanwezig zijn.

De kracht van de getijden hangt mede af van de hoogteverschillen die in de oceaanspiegel optreden onder invloed van de aantrekkingskracht van de maan. Daarom hangen die hoogteverschillen samen met de afstand tussen aarde en maan. Op basis van die overwegingen kunnen getijdenafzettingen dus inzicht verschaffen in een veranderende afstand tussen aarde en maan in de loop van de geologische geschiedenis.

Een aantal Amerikaanse onderzoekers heeft een groot aantal karakteristieken van getijden-afzettingen van verschillende ouderdom op die basis geanalyseerd, waarbij diverse rekenkundige en statistische technieken werden toegepast, onder meer een zogeheten 'discrete Fourier transform ananalyse'. Op basis daarvan konden ze de afstand tussen aarde en maan met vrij grote nauwkeurigheid bepalen voor die momenten in de aardgeschiedenis gedurende welke de onderzochte gesteenten werden gevormd.

Tot nu toe werd vrij algemeen aangenomen dat de verwijdering van de maan van de aarde steeds sneller ging. De nu gevonden gegevens suggereren echter een nogal onregelmatig verloop. Bovendien tekenen de onderzoekers aan dat in de beginperiode van het Paleozoïcum de verwijdering waarschijnlijk extra snel ging omdat de diverse continenten toen bijeendreven, waardoor de massaverdeling van de aarde gewijzigd werd. Toen de continenten zich vanaf ca. 350 miljoen jaar geleden weer begonnen op te splitsen, zou er daarentegen juist een vertraging zijn opgetreden in de verwijdering van de maan. Het eventuele verband tussen continentverschuiving en verwijderingssnelheid van de maan vereist volgens de onderzoekers nog wel veel nadere studie.

Referenties:
  • Kvale, E.P., Johnson, H.W., Sonett, Ch.P., Archer, A.W. & Zawitoski, A., 1999. Calculating lunar retreat rates using tidal rhythmites. Journal of Sedimentary Research 69, p. 1154-1168.

N.B.: een iets afwijkende versie van dit bericht werd onder de titel 'Getijden verraden grillige toename afstand maan - aarde' geplaatst in de bijlage 'Wetenschap & Onderwijs' van NRC Handelsblad (22 januari 2000).


Copyright © NGV 1999-2017
webmaster@geologischevereniging.nl