NGV-Geonieuws 145 artikel 892

NGV-Geonieuws: elektronisch geologisch tijdschrift


2 Februari 2008, jaargang 10 nr. 2 artikel 892

Auteur: prof. dr. A.J. (Tom) van Loon
Geologisch Instituut, Adam Mickiewicz Universiteit, Poznan (Polen)

Dit artikel is onderdeel van NGV-Geonieuws uitgave 145! Op de huidige pagina is alleen artikel 892 te lezen.

<< Vorig artikel: 891 | Volgend artikel: 893 >>

892 Zeespiegel zal sneller stijgen dan nu wordt aangenomen
Auteur: prof. dr. A.J. (Tom) van Loon

Klik hier voor alle artikelen over Oceanografie ! Klik hier voor alle artikelen over (Paleo)Klimaat !     Klik hier om dit artikel af te drukken !

Gedurende het laatste interglaciaal, het Eemien (dat van 124.000 tot 119.000 jaar geleden duurde), was de gemiddelde temperatuur op aarde zo’n 2 °C hoger dan nu. Als de temperatuur op aarde nu zou blijven stijgen door het broeikaseffect (zoals het IPCC aanneemt, maar wat lijkt te worden tegengesproken door uiteenlopende metingen), komt er dus op een gegeven moment een met het Eemien vergelijkbare situatie. Bekend is dat het zeeniveau gedurende het Eemien 4-6 m hoger stond dan nu (vooral door het voor een groot deel afsmelten van de ijskap op Groenland, maar ook door het afsmelten van ijs op Antarctica) en veel voorspellingen gaan dan ook nu uit naar een dergelijke zeespiegelstijging.


IJsberg bij West Antarctica (foto Sara de la Rosa)

Opvallend is dat de zeespiegelstijging in het Eemien zeer snel plaatsvond: omstreeks 1,6 m per eeuw; dat geldt althans voor de tijd dat de temperatuur in het Eemien net zo hoog was als hij volgens het IPCC over 50-100 jaar zal zijn. Als aan het eind van deze eeuw inderdaad net zo’n snelle zeespiegelstijging zal optreden als gedurende het Eemien, moeten de huidige - veel conservatievere - schattingen aanzienlijk worden bijgesteld: de zeespiegel zou dan namelijk tweemaal zo snel stijgen als in het meest alarmerende scenario van het nieuwe ICCP-rapport wordt aangenomen. Dat de werkelijke zeespiegelstijging veel sneller zou kunnen gaan dan tot nu toe wordt aangenomen, schrijven de onderzoekers toe aan het feit dat in de ICCP- en andere studies vrijwel uitsluitend rekening is en wordt gehouden met de uitzetting van het zeewater (door de hogere temperatuur van het oppervlaktewater) en met het afsmelten van ijs aan het oppervlak van de grote landijskappen. Er is echter geen rekening gehouden met de dynamica van het ijs zelf: dat zou bij temperatuurstijging sneller gaan stromen en dus meer ijs in de zeeën rondom Antarctica en Groenland doen smelten dan nu het geval is.


De Rode Zee, waar het onderzoek werd uitgevoerd (foto NASA)

De onderzoekers komen tot hun conclusie op basis van hun analyse van de zeespiegelfluctuaties die zijn opgetreden in de Rode Zee. De gegevens over de zeespiegelstand daar maken reconstructie van een vrijwel ononderbroken ontwikkeling mogelijk; ook voor het Eemien zijn die gegevens aanwezig. In het Eemien was de concentratie van CO2 in de atmosfeer net zo hoog als vlak voor de industriële revolutie. Vanwege een andere astronomische situatie ontving de aarde toen echter meer zonnewarmte, waardoor de temperatuur toen 2 °C hoger was dan nu; Groenland was zelfs 3-5 °C warmer. Dat lijkt overeen te komen met de situatie op aarde omstreeks het jaar 2100.

De Rode Zee was goed geschikt voor het uitgevoerde onderzoek omdat er veel verdamping plaatsvindt en aanvulling door rivierwater of neerslag nauwelijks plaatsvindt, en er een nauwe, ondiepe verbinding is met de open zee. Het gevolg is dat het water zeer zout is. Tegelijk verandert de verhouding tussen de zuurstofisotopen, wat weerspiegeld wordt in de kalkschaaltjes van microfossielen (o.a. de foraminifeer Globigerinoides ruber). Een en ander maakt het mogelijk om de zeespiegelfluctuaties te reconstrueren. Soortgelijk onderzoek was eerder uitgevoerd in de Middellandse Zee, maar omdat die veel dieper is dan de Rode Zee en er via de Straat van Gibraltar veel meer water in- en uitstroomt, waren de resultaten van dat onderzoek minder betrouwbaar.


Globigerinoides ruber, een van de foraminiferen waarvan de verhouding tussen de stabiele zuurstofistopen werd bepaald

De onderzoekers concluderen dat een zeespiegelstijging van 0,6-2,6 m per eeuw kan worden verwacht, waarbij het gemiddelde van 1,6 m per eeuw het meest waarschijnlijk is.

Referenties:
  • Rohling, E.J., Grant, K., Hemleben, Ch., Hoogakker, B.A.A., Bolshaw, M. & Kucera, M., 2008. High rates of sea-level rise during the last interglacial period. Nature Geoscience 1, 38-42.

Foto’s welwillend ter beschikking gesteld door Eelco Rohling, National Oceanography Centre, Southampton, Groot-Brittannië.


Copyright © NGV 1999-2017
webmaster@geologischevereniging.nl