NGV-Geonieuws 145 artikel 895

NGV-Geonieuws: elektronisch geologisch tijdschrift


13 Februari 2008, jaargang 10 nr. 2 artikel 895

Auteur: prof. dr. A.J. (Tom) van Loon
Geologisch Instituut, Adam Mickiewicz Universiteit, Poznan (Polen)

Dit artikel is onderdeel van NGV-Geonieuws uitgave 145! Op de huidige pagina is alleen artikel 895 te lezen.

<< Vorig artikel: 894 | Volgend artikel: 896 >>

895 DinosauriŽrs plantten zich al jong voort
Auteur: prof. dr. A.J. (Tom) van Loon

Klik hier voor alle artikelen over Biologie & Evolutie ! Klik hier voor alle artikelen over Paleontologie, Fossielen & Uitstervingen !     Klik hier om dit artikel af te drukken !

DinosauriŽrs blijven voor verrassingen zorgen. Deze diergroep, die voortkwam uit de reptielen en waaruit de vogels evolueerden, blijken wat betreft hun voortplanting meer op grote zoogdieren (zoals de mens) te hebben geleken dan op reptielen of vogels. Zo groeiden ze heel snel tijdens wat we bij mensen hun leeftijd als pubers zouden noemen. En net zoals we nu dagelijks bij tieners in de wereld om ons heen zien, waren ook dinosauriŽrs in staat om zich op die leeftijd al voort te planten.


Groei van Allosaurus, en doorsnede door het scheenbeen van een 10 jaar jong vrouwelijk individu dat 150 miljoen jaar geleden leefde.

Evolutionair gezien is het waarschijnlijk dat een dergelijk vroegrijp gedrag te maken heeft met het voortbestaan van de soort. Dit zou erop kunnen wijzen dat een zeer groot deel van de dinoís al aan hun eind kwam voordat ze volgroeid waren. Dat zou dan weer het gevolg kunnen zijn van het feit dat deze dieren, zeker zolang ze nog niet volgroeid waren, gemakkelijk ten prooi viel aan roofdieren. Gezien het feit dat sauriŽrs de fauna in het MesozoÔcum lijken te hebben gedomineerd, vielen de jonge dinoís waarschijnlijk ten prooi aan andere sauriŽrs. Onder de prooidieren moeten zowel de vlees- als de plantetende dinoís worden gerekend.


Doorsnede door het bot van een vrouwelijk exemplaar van Tenontosaurus, waarin zowel schors (cortex) als het kalkhoudende weefsel (medullary bone tissue) zichtbaar zijn

Dit blijkt uit onderzoek van de botten van grote aantallen dinosauriŽrs. In vier gevallen vonden onderzoekers daarin bij microscopische analyse van dwarsdoorsneden dat daarin een weefsel aanwezig was dat identiek is aan weefsels zoals die nu op de rand van de mergholtes voorkomen in de botten van (uiteraard) vrouwelijke vogels die op korte termijn eieren zullen leggen. Dit calciumrijke weefsel dient als voorraad voor de opbouw van de schaal van de eieren die snel gelegd zullen worden. Dat dinoís eieren legden is bekend uit de vondst van duizenden dinonesten met eieren.

De dinobotten waarin dit bijzondere weefsel werd aangetroffen, behoorden toe aan een Allosaurus (een vleeseter) van omstreeks 10 jaar oud (1 bot) en een Tenontosaurus (een planteneter) van 8 jaar (2 botten); beide geslachten kunnen, zoals bekend uit andere hotten, leeftijden van zeker 30 jaar bereiken. Dat het om nog onvolgroeide individuen gaat, blijkt ook uit de grootte van de botten. In aanvulling op hun onderzoek melden de onderzoekers dat eerder in een bot van een 18 jaar oude Tyrannosaurux rex ook dergelijk weefsel is aangetroffen. In al deze gevallen moeten de botten afkomstig zijn van een vrouwtjesdino die omkwam enkele weken voordat ze eieren zou leggen (de calciumhoudende weefsels bestaan alleen zoín 3-4 weken voor het leggen van de eieren).


Een klauw van Allosaurus


Skelet en schedel van Tenontosaurus


Dat laatste verklaart waarom niet veel vaker botten met dit type weefsel zijn aangetroffen. Daarbij moet overigens wel worden bedacht dat van sommige soorten dinoís zo weinig botten zijn gevonden dat die niet voor het noodzakelijke destructieve onderzoek beschikbaar zijn. De onderzoekers willen daarom nu gericht gaan zoeken naar dergelijke weefsels in botten van soorten waarvan wel veel materiaal beschikbaar is.

De onderzochte botten van Tenontosaurus behoorden toe aan een exemplaar die 125-106 miljoen jaar geleden (Vroeg-Krijt) in Noord-Amerika leefde (vooral in Oklahoma zijn veel exemplaren gevonden). Deze planteneter had een lange staart, kon tot zoín 9 m lang worden, en liep op vier poten. Het gewicht bedroeg 1000-2000 kg. Het bot van Allosaurus kwam van een exemplaar dat 155-145 miljoen jaar geleden (Laat-Jura) in Utah.

Referenties:
  • Lee, A.H. & Werning, S., 2008. Sexual maturity in growing dinosaurs does not fit reptilian growth models. Proceedings of the Academy of Sciences of the United States 105, p. 582-587.

Samengestelde figuren: tekeningen van Andrew Lee (Ohio University); fotoís: University of Utah.


Copyright © NGV 1999-2017
webmaster@geologischevereniging.nl