NGV-Geonieuws 145 artikel 899

NGV-Geonieuws: elektronisch geologisch tijdschrift


24 Februari 2008, jaargang 10 nr. 2 artikel 899

Auteur: prof. dr. A.J. (Tom) van Loon
Geologisch Instituut, Adam Mickiewicz Universiteit, Poznan (Polen)

Dit artikel is onderdeel van NGV-Geonieuws uitgave 145! Op de huidige pagina is alleen artikel 899 te lezen.

<< Vorig artikel: 898 | Volgend artikel: 900 >>

899 Abrupte klimaatveranderingen tasten biodiversiteit in diepe zeeën sterk aan
Auteur: prof. dr. A.J. (Tom) van Loon

Klik hier voor alle artikelen over het Milieu ! Klik hier voor alle artikelen over (Paleo)Klimaat ! Klik hier voor alle artikelen over Paleontologie, Fossielen & Uitstervingen !     Klik hier om dit artikel af te drukken !

Vaak wordt gedacht dat - geologisch gezien - abrupte klimaatveranderingen vooral het leven op het land en in oppervlaktewateren beïnvloeden. De diepzee zou daarvan echter nauwelijks iets merken. Dat idee is in de afgelopen jaren echter onjuist gebleken want de ecosystemen in de diepzee blijken juist zeer fragiel. Onderzoek van een boorkern toont nu ook aan dat de leefgemeenschappen van benthische (op de zeebodem levende) ostracoden tijdens enkele uitzonderlijke klimaatveranderingen van de afgelopen 20.000 jaar ineenstortten.


Scanning-electron microscope (SEM) foto's van enkele onderzochte diepzee-ostracoden

De onderzochte ostracoden kwamen uit een boorkern uit het noordwestelijke deel van de Atlantische Oceaan. Om veranderende leefomstandigheden vast te stellen zijn ostracoden zeer geschikt, want de soorten van deze tweekleppige arthropoden vertonen sterke voorkeuren wat betreft hun leefmilieu. Ze komen bovendien in grote aantallen voor en fossiliseren gemakkelijk. Het gevolg daarvan is dat onderzoek van de opeenvolgende lagen in een sedimentpakket (dus ook van een boorkern) een goed inzicht geeft in veranderende leefomstandigheden.


Het onderzoekschip JOIDES Resolution (foto IODP), waarmee de boring werd uitgevoerd

Uit de onderzochte boorkern (No. 1055B van het Ocean Drilling Program), die werd verkregen met een speciale boortechniek vanaf het onderzoekschip JOIDES Resolution, konden sedimenten uit de laatste 20.000 jaar worden onderzocht. In dit geologisch gezien nogal korte tijdsinterval kwamen zes momenten voor waarop aanzienlijke veranderingen in de oceanen optraden als gevolg van abrupte klimaatfluctuaties. Dat betreft Heinrich Event 1 (de laatste gebeurtenis waarbij een enorm ijsveld losbrak van de noordelijke ijskap en in de Atlantische Oceaan naar het zuiden wegdreef, waarbij het smeltwater het oceaanwater significant afkoelde), een koud interval (13.100 jaar geleden) gedurende het Allerød (een warmere fase tijdens het laatste deel van de laatste ijstijd), de Jonge Dryas (12.900-11.500 jaar geleden) en drie momenten gedurende het Holoceen.

In al deze gevallen is ook sprake van een plotselinge verstoring van de ostracodenfauna. Het sterkst waren de verstoringen gedurende de Allerød en de Jonge Dryas, waarbij ongeveer de helft van de soorten verdween. Er was dus in feite sprake van het ineenstorten van het ecosysteem. De ostracodenfauna ter plaatse kreeg pas ongeveer 8000 jaar geleden weer het 'oude' aantal soorten. Dat ging bovendien niet vanzelf, maar vond pas plaats toen water uit de Labrador-Zee voor een positieve verandering van het milieu zorgde. Zolang de ostracodenfauna op de diepzeebodem de klap nog niet te boven was, werd de beschikbaar gekomen 'ruimte' vooral ingenomen door soorten die eerder vooral op de continentale helling leefden.


Het principe van de techniek waarmee boringen werden uitgevoerd (IODP)

Een belangrijke vraag is uiteraard waardoor precies de ostracodenfauna op de diepzeebodem bij klimaatveranderingen zo sterk te lijden heeft. Het ligt voor de hand om aan te nemen dat de eigenschappen van de bodem waarop de benthische ostracoden leefden, veranderden. Dat zou bijvoorbeeld kunnen gebeuren doordat de gewijzigde circulatiepatronen van het dieptewater ander sediment aanvoerden. Daarnaast kan een rol spelen dat de fauna in de oppervlaktewateren van de klimaatveranderingen te lijden had. Daardoor zouden er dan minder organismen in het oppervlaktewater hebben geleefd, en dus zouden er ook minder afgestorven organismen naar de zeebodem zijn gezonken, waardoor er minder voedsel voor de benthische ostracoden beschikbaar kwam.

Referenties:
  • Yasuhara, M., Cronin, Th.M., deMenocal, P.B., Okahashi, H. & Linsley, B.K., 2008. Abrupt climate change and collapse of deep-sea ecosystems. Proceedings of the National Academy of Sciences of the United States of America 105, p. 1556-1560.

Foto's welwillend ter beschikking gesteld door Moriaki Yasuhara, Department of Paleobiology, National Museum of Natural History, Smithsonian Institution, Washington, DC (Verenigde Staten van Amerika).


Copyright © NGV 1999-2017
webmaster@geologischevereniging.nl