NGV-Geonieuws 1 artikel 9

NGV-Geonieuws: elektronisch geologisch tijdschrift


1 Januari 1999, jaargang 1 nr. 1 artikel 9

Auteur: prof. dr. A.J. (Tom) van Loon
Geologisch Instituut, Adam Mickiewicz Universiteit, Poznan (Polen)

Dit artikel is onderdeel van NGV-Geonieuws uitgave 1! Op de huidige pagina is alleen artikel 9 te lezen.

<< Vorig artikel: 8 | Volgend artikel: 10 >>

9 Het borrelt onder Yellowstone
Auteur: prof. dr. A.J. (Tom) van Loon

Klik hier voor alle artikelen over Vulkanologie !     Klik hier om dit artikel af te drukken !

Yellowstone Park is vooral beroemd vanwege zijn vulkanische verschijnselen, waarvan de geiser 'Old Faithful' wel de bekendste is. De vulkanische activiteiten hangen samen met het feit dat een groot deel van het park deel uitmaakt van een enorme caldera, een krater die vroeger bij een enorme explosie inzakte. Die uitbarsting vond ongeveer 630.000 jaar geleden plaats, en daarbij werd ongeveer 1000 km3 materiaal uitgestoten, veel meer dan bij welke historisch bekende vulkaanuitbarsting dan ook, en ongeveer 1000 maal zoveel als bij de ook als aanzienlijk omschreven uitbarsting van Mount St. Helens (1980). Geen wonder dus dat de vulkaan deels in de lege ondergrond wegzakte. De caldera beslaat zon 3000 km2.


OLD FAITHFUL

Hoewel er in de laatste 70.000 jaar geen echte uitbarsting meer plaatsvond, vertoont de ondergrond nog steeds activiteit. Magma stijgt op, daalt weer, dringt zich min of meer horizontaal tussen oude gesteentepakketten binnen, etc. De kennis daaromtrent wordt voornamelijk via geofysische metingen verkregen maar ook bijzondere vormen van radar vanuit satellieten leveren informatie op. Zo blijkt uit dergelijke opnamen dat de bodem binnen de caldera tot 1995 daalde, maar niet steeds op dezelfde plaats. Tussen augustus 1992 en augustus 1995 verplaatste het dalingsgebied zich duidelijk. Tussen augustus 1995 en september 1996 begon daarentegen een gebied in het noordoostelijk deel van de caldera weer te stijgen, en tussen september 1996 en juni 1997 verplaatste dat opheffingsgebied zich geleidelijk naar het zuidwesten. Deze lokale, zich verplaatsende, opheffingen en dalingen worden toegeschreven aan hydrothermale of magmatische vloeistoffen die, op ongeveer 8 km diepte onder het zuidwestelijke deel van de caldera, in en uit twee sill-lichamen bewegen.

De vanuit de satelliet gemeten dalingen en stijgingen van het aardoppervlak binnen de caldera zijn veel te gering om in het terrein zelf vast te stellen. De meeste bewegingen liggen in de orde van grootte van 1-2 cm per jaar. Dat lijkt niet veel (al is het voor dergelijke processen wel degelijk een zeer hoge waarde), maar vanwege de daarvoor noodzakelijke verplaatsingen van materiaal in de ondergrond kan men toch concluderen dat zich daar grootschalige processen voordoen. Te berekenen valt dat het grootste sill-lichaam tussen juni 1993 en augustus 1995 in volume afnam met 0,016-0,027 km3 per jaar; vergeleken met 1000 km3 misschien niet veel, maar nog altijd wel vergelijkbaar met de inhoud van zon 3.000.000 gemiddelde Nederlandse huizen!

Referenties:
  • Wicks Jr., Ch.W., Thatcher, W. & Dzurisin, D., 1998. Migration of fluids beneath Yellowstone caldera uinferred from satellite radar interferometry. Science 282, p. 458-462.


Copyright NGV 1999-2017
webmaster@geologischevereniging.nl