NGV-Geonieuws 146 artikel 909

NGV-Geonieuws: elektronisch geologisch tijdschrift


25 Maart 2008, jaargang 10 nr. 3 artikel 909

Auteur: prof. dr. A.J. (Tom) van Loon
Geologisch Instituut, Adam Mickiewicz Universiteit, Poznan (Polen)

Dit artikel is onderdeel van NGV-Geonieuws uitgave 146! Op de huidige pagina is alleen artikel 909 te lezen.

<< Vorig artikel: 908 | Volgend artikel: 910 >>

909 Smelten van ijs op West-Antarctica heeft mogelijk vulkanische oorzaak
Auteur: prof. dr. A.J. (Tom) van Loon

Klik hier voor alle artikelen over Glaciologie ! Klik hier voor alle artikelen over (Paleo)Klimaat ! Klik hier voor alle artikelen over Vulkanologie !     Klik hier om dit artikel af te drukken !

Het ijs op West-Antarctica stroomt op sommige plaatsen relatief snel, waardoor ook een relatief snelle afsmelting langs de ijsrand plaatsvindt. Door degenen die de broeikashypothese aanhangen wordt dat vaak als argument voor de juistheid van de hypothese aangehaald. Het lijkt echter waarschijnlijk dat er een natuurlijke factor in het spel is (of op z'n minst meespeelt) want onderzoek door de Britisch Antarctic Survey moet heeft gegevens opgeleverd die erop wijzen dat zo'n 2300 jaar geleden een uitbarsting plaatsvond van een onder het ijs gelegen vulkaan. Die uitbarsting is in feite zo kort geleden dat die vulkaan nog steeds veel warmte moet afgeven. Dat het ijs daardoor sneller gaat stromen is fysisch gezien alleen maar logisch.


Het onderzoeksteam van de British Antarctic Survey.
Foto Carl Robinson.

Dat het ijs op Oost-Antarctica veel minder snel afsmelt is eveneens logisch, want Oost-Antarctica heeft een continentale korst die geen tekenen van seismische activiteit vertoont. Op West-Antarctica ligt dat heel anders, want dat gebied vormt een grote slenk met vulkanisme langs zijn randen en een verhoogde geothermische gradiënt. Er steken ook diverse actieve vulkanen boven het ijs uit, maar de jongste uitbarsting daarvan dateert alweer van 7500 jaar geleden. Met geofysische methoden zijn ook enkele subglaciale vulkanen gevonden, maar die zijn kennelijk (op één na) al lang niet meer actief, en hun toppen zijn inmiddels door het ijs sterk afgeërodeerd. De ene bekende actieve subglaciale vulkaan was Mount Casertz, die onder een depressie in het ijs ligt, wat op een hoge warmteflux wijst; ook traden in de directe omgeving van deze vulkaan recent enkele aardbevingen op. Deskundigen menen dat daardoor subglaciale smeltwaterstromen zijn ontstaan die verantwoordelijk zijn voor de snelle stroming van het ijs in de directe omgeving van de vulkaan.


Vanuit het vliegtuig verkregen echogram waarop de subglaciale vulkaan
als een 'hoog' onder het ijs zichtbaar is, en waarop een laag met tephra
(door de vulkaan uitgestoten as etc.) met toenemende afstand van de
vulkaan geleidelijk vervaagt

Een door de Britisch Antarctic Survey vanuit een vliegtuig opgenomen echogram laat zien dat een ander bekend 'hoog' onder het ijs, het Hudson Gebergte, het centrum is van waaruit zich een langzaam vervagende laag uitstrekt die niet - zoals tot nu toe werd aangenomen - kan worden verklaard als een ijslaag. Het blijkt dat de laag een elliptische vorm heeft rondom een van de hoge pieken van het Hudson Gebergte; de onderzoekers noemen deze piek nu de Hudson Subglaciale Vulkaan. De op het echogram herkenbare laag heeft een elliptische vorm rondom deze vulkaan en beslaat een oppervlakte van ca. 23.000 km2 (156 x 190 km). De laag is volgens de onderzoekers zo goed van de onder- en bovenliggende ijslagen te onderscheiden omdat hij veel tephra (as en vulkanische bommen) bevat (pas als de laag tephra minder dan ~ 0,3 mm dik is, is hij op het echogram niet meer te onderscheiden (daarom vervaagt hij met toenemende afstand van de vulkaan). De tephra moeten zijn uitgeworpen bij een explosieve uitbarsting die, op basis van de diepte van de laag, in 207 v.Chr. (± 240 jaar). Deze datering komt overeen met gedateerde as die is aangetroffen in ijslagen die eerder via boringen in de omgeving zijn verkregen. De totale hoeveelheid tephra wordt door de onderzoekers berekend op 19-310 miljoen m3.


Een Twin Otter zorgde voor personen- en vracht-
vervoer. Foto Carl Robinson


Vanuit een vliegtuig werd met radar onder het
ijs gekeken. Foto Carl Robinson


Opvallend is dat de nieuw ontdekte subglaciale vulkaan, in tegenstelling tot de Casertz, geen ijsdepressie aan het oppervlak toont. Dat is echter goed te verklaren doordat de vulkaan precies onder een 'ijsscheiding' (vgl. een waterscheiding) ligt. Wel ligt het voor de hand dat de nog relatief grote warmteflux vanuit de vulkaan veel ijs laat smelten. Dit moet als subglaciale smeltwaterstromen worden afgevoerd naar de Pijnboom-Eiland gletsjer die vanwege zijn ligging in een diepe subglaciale trog hydrologisch gezien geïsoleerd ligt van de drie naburige gletsjers. Daarom kan de subglaciale vulkanische activiteit verklaren waarom de snelheid van de Pijnboom-Eiland gletsjer in recente tijden veranderde, terwijl dat bij de naburige gletsjers niet het geval was. Het valt volgens de onderzoekers niet uit te sluiten dat een eventuele nieuwe uitbarsting van de vulkaan tot gevolg zal hebben dat een groot deel van het gletsjerijs snel naar zee zal stromen en daar geheel smelten.

Referenties:
  • Corr, H.F.J. & Vaughan, D.G., 2008. A recent volcanic eruption beneath the West Antarctic ice sheet. Nature Geoscience 1, 122-125.

Foto's (© British Antarctic Survey, genomen door Carl Robinson) welwillend ter beschikking gesteld door Hugh Corr, British Antarctic Survey, Cambridge (Engeland).


Copyright © NGV 1999-2017
webmaster@geologischevereniging.nl