NGV-Geonieuws 147 artikel 912

NGV-Geonieuws: elektronisch geologisch tijdschrift


1 April 2008, jaargang 10 nr. 4 artikel 912

Auteur: prof. dr. A.J. (Tom) van Loon
Geologisch Instituut, Adam Mickiewicz Universiteit, Poznan (Polen)

Dit artikel is onderdeel van NGV-Geonieuws uitgave 147! Op de huidige pagina is alleen artikel 912 te lezen.

<< Vorig artikel: 911 | Volgend artikel: 913 >>

912 Nieuwe prehistorische ‘hobbit’ uit Micronesië
Auteur: prof. dr. A.J. (Tom) van Loon

Klik hier voor alle artikelen over Archeologie ! Klik hier voor alle artikelen over Paleontologie, Fossielen & Uitstervingen ! Klik hier voor alle artikelen over Sedimentologie !     Klik hier om dit artikel af te drukken !

Op de Rock Islands, die deel uitmaken van Palau (Micronesië), hebben onderzoekers in twee grotten waarvan de locatie nog angstvallig geheim worden gehouden, de restanten ontdekt van een prehistorische bevolking die inmiddels is uitgestorven. Opvallend zijn de geringe afmetingen van de individuen, waardoor vergelijking met de 'hobbits’ (Homo floriensis) die kort geleden op Flores werden ontdekt, voor de hand ligt. Inderdaad hebben de nu aangetroffen restanten diverse kenmerken gemeen met de Homo floriensis, die echter aanleiding heeft gegeven tot verhitte wetenschappelijke discussies over de vraag of het gaat om een nieuwe, kleine soort van mensachtigen, of dat het gaat om een individuele, pathologische afwijking.


Kaart van Palau met de Rock Islands
waar de vondsten zijn gedaan (LB)


Karakteristieke kust van Palau (LB)


De nu gevonden restanten hebben toebehoord aan individuen die 3000-1400 jaar geleden op de eilanden moeten hebben gewoond. Als het zou gaan om een nieuwe soort van mensachtigen, zou dat opzienbarend zijn, gezien het feit dat de individuen nog zo kort geleden leefden. Dat het inderdaad gaat om een afzonderlijke soort (die mogelijk gelijk of identiek is aan Homo floriensis) is vooral waarschijnlijk omdat de afstand tot Flores relatief gering is, omdat er geen vondsten zijn gedaan van individuen met een 'normale’ grootte, en omdat er veel overeenkomsten met Homo floriensis zijn. Dat betreft niet alleen de geringe lichaamsgrootte, maar ook de relatief grote tanden, het kleine aangezicht, en de kleine kin. Er zijn echter ook verschillen. Zo lijkt de (in vergelijking met de moderne mens) zeer geringe herseninhoud duidelijk groter dan die van Homo floriensis.


Eilandje met een van de grotten waar naar restanten van
prehistorische mensen is gezocht; op dit eilandje werden
overigens geen vondsten gedaan (LB)

Dit laatste blijkt uit de diverse schedels die zijn aangetroffen, maar die nog wel nader onderzoek vereisen. Ze zijn namelijk in de loop der tijd ingebed geraakt in vlietsteen, een type kalksteen dat ontstaat wanneer kalkhoudend water langzaam langs de wanden van een grot afstroomt en op die wand (en voorwerpen die met de wand in contact staan) door verdamping van het water een kalklaagje afzetten. Nadeel hiervan is natuurlijk dat de schedels niet direct in detail kunnen worden bekeken en opgemeten, maar daar staat het grote voordeel tegenover dat de schedels in hun totaliteit - en waarschijnlijk zonder enige beschadiging - bewaard zijn gebleven.


Een van de in vlietsteen ingebedde
schedels (LB)


Dezelfde schedel, maar vanuit een
andere richting (UW).


De gevonden restanten hebben toebehoord aan tientallen individuen. Ze vulden letterlijk een van de grotten, waarvan de bodem bovendien leek te bestaan uit vergruisde beenderen. Toen de onderzoekers daarin een put groeven van een vierkante meter en van 50 cm diep, troffen ze alleen daarin al meer dan 1200 fragmenten van prehistorische mensen aan. Op de tweede vindplaats werd een vergelijkbare hoeveelheid menselijke beenderen aangetroffen, en vervolgonderzoek zal dan ook nog lang duren.


Onderzoeksleider Lee Berger (UW).

De onderzoekers spreken van een fascinerende vondst, vooral omdat uit de context blijkt dat de mensen die de eilanden in het verre verleden bereikten, zich binnen enkele generaties aan het leven op de geïsoleerd liggende eilandengroep moeten hebben aangepast. Er waren destijds geen landdieren van enig formaat aanwezig, en de bewoners waren voor eiwitten dus geheel op het leven in zee aangewezen. Waarschijnlijk hebben ze een zeer beperkt dieet gehad. Wellicht daarom hebben ze zich tot een afwijkend soort hominide ontwikkeld, zoals tal van dieren dat deden op de Galapagos Eilanden.

Referenties:
  • Berger, L.R., Churchill, S.E., De Klerk, B. & Quinn, R.L., 2008. Small-bodied humans from Palau, Micronesia. PloS One 3 (3): e1780. doi:10.1371/journal.pone.0001780, 11 blz.

Foto’s: Lee Berger, School of Geosciences, University of Witwatersrand (Zuid-Afrika) (LB) en Universiteit van Witwatersrand (UW).


Copyright © NGV 1999-2017
webmaster@geologischevereniging.nl