NGV-Geonieuws 8 artikel 92

NGV-Geonieuws: elektronisch geologisch tijdschrift


1 Juni 2000, jaargang 2 nr. 2 artikel 92

Auteur: prof. dr. A.J. (Tom) van Loon
Geologisch Instituut, Adam Mickiewicz Universiteit, Poznan (Polen)

Dit artikel is onderdeel van NGV-Geonieuws uitgave 8! Op de huidige pagina is alleen artikel 92 te lezen.

<< Vorig artikel: 91 | Volgend artikel: 93 >>

92 Het bizarre einde van de laatste ijstijd
Auteur: prof. dr. A.J. (Tom) van Loon

Klik hier voor alle artikelen over Dateringen ! Klik hier voor alle artikelen over Glaciologie ! Klik hier voor alle artikelen over (Paleo)Klimaat !     Klik hier om dit artikel af te drukken !

Niet voor niets vormde het einde van de laatste ijstijd de rode draad op de workshop 'Rapid climate warming at the end of the last glacial: palaeodata analysis and climate modelling' in Haarlem (zie de bijdrage aan Geonieuws hiervoor). Over de temperatuurfluctuaties die toen optraden, is namelijk veel bekend, zij het dat die kennis vooral berust op wat tegenwoordig 'proxies' worden genoemd. Het zijn indirecte gegevens, die door interpretatie (met alle mogelijke fouten van dien) inzicht geven in het onderwerp van onderzoek.

Voor het nabije geologische verleden, en daaronder valt het einde van de laatste ijstijd, zo’n 11.500 jaar geleden, heeft van oudsher analyse van stuifmeelkorrels (pollen) - via een reconstructie van de vegetatie - een hoofdrol gespeeld bij paleoklimatologisch onderzoek. Om de fluctuaties in temperatuur te kunnen vaststellen, moet echter ook een soort 'klok' worden geraadpleegd. Dat is sinds de veertiger jaren de radiometrische ouderdomsbepaling van organische stoffen geweest op basis van hun gehalte aan koolstof-14 (C-14).

Juist die C-14-bepalingen hebben echter de laatste tijd aan waarde ingeboet, omdat tal van factoren (zoals variaties in de intensiteit van de zonnestraling) ervoor hebben gezorgd dat de verhouding tussen C-14 en (het normale) C-12 in de atmosfeer niet constant was; integendeel: er zijn aanzienlijke fluctuaties in opgetreden, zodat bepaalde dateringen - waaronder juist die aan het einde van de laatste ijstijd - principieel een zeer grote onzekerheidsmarge vertonen. Daarnaast is duidelijk geworden dat bijv. stuifmeelkorrels in een sediment door de aanvoer van koolstofhoudend water naderhand 'verontreinigd' kunnen worden, wat een juiste datering nog verder bemoeilijkt. Niettemin zijn er inmiddels zoveel andere - onderling toetsbare - dateringsmethoden gevonden dat er een uiterst betrouwbaar beeld is ontstaan van de temperatuurfluctuaties aan het einde van de laatste ijstijd. De mate van detail is zo groot dat voor veel gebieden zelfs aparte temperatuurcurves voor de warmste maand en voor de winter kunnen worden gereconstrueerd.

Die curves vertonen een schokkend beeld: de temperatuur ging na het laatste deel (Jonge Dryas) van de laatste ijstijd (Weichselien) binnen korte tijd met meer dan 5 °C omhoog. Het begin (Preboreaal) van de postglaciale tijd (Holoceen) kwam dus abrupt. We weten nu dat die temperatuurstijging binnen enkele decennia plaatsvond, eerder binnen 20 dan binnen 50 jaar. Dat betekent dus een - voor huidige begrippen - bizarre temperatuurstijging van ca. 0,2 °C per jaar. Dat is wel iets anders dan de temperatuurstijging sinds het begin van de industriële revolutie, die ongeveer 0,5 °C bedroeg in meer dan een eeuw.

Opvallend is dat in het Weichselien al eerder een abrupte temperatuurstijging was opgetreden, die zelfs nog veel sterker was. Geologisch gezien betekent dit dat de huidige temperatuurstijging, die tot zoveel politieke en maatschappelijke commotie leidt, zeer gering is ten opzichte van natuurlijke fluctuaties.

Referenties:
  • Björck, S., 2000. Late Glacial chronology: the key for correlations and understanding of rapid clamatic changes. Program Workshop 'Rapid climate warming at the end of the last glacial: palaeodata analysis and climate modelling (Haarlem, 2000)'.
  • Goslar, T., Arnold, M., Tisnerat-Laborde, N., Czernik, J. & Wieckowski, K., 2000. Variations of Younger Dryas atmospheric radiocarbon explicable without ocean circulation changes. Nature 403, p. 877-880.
  • Isarin, R.F.B., 2000. A short introduction to proxy data and chronology. Program Workshop 'Rapid climate warming at the end of the last glacial: palaeodata analysis and climate modelling (Haarlem, 2000)'.


Copyright © NGV 1999-2017
webmaster@geologischevereniging.nl