NGV-Geonieuws 149 artikel 933

NGV-Geonieuws: elektronisch geologisch tijdschrift


7 Juni 2008, jaargang 10 nr. 6 artikel 933

Auteur: prof. dr. A.J. (Tom) van Loon
Geologisch Instituut, Adam Mickiewicz Universiteit, Poznan (Polen)

Dit artikel is onderdeel van NGV-Geonieuws uitgave 149! Op de huidige pagina is alleen artikel 933 te lezen.

<< Vorig artikel: 932 | Volgend artikel: 934 >>

933 Koude delen van China ondervinden gevolgen van temperatuurstijging
Auteur: prof. dr. A.J. (Tom) van Loon

Klik hier voor alle artikelen over Glaciologie ! Klik hier voor alle artikelen over (Paleo)Klimaat !     Klik hier om dit artikel af te drukken !

In China hebben de veranderingen in het wereldwijde klimaat in de afgelopen 45 jaar duidelijk hun sporen nagelaten. Die sporen zijn vooral te vinden in de zogeheten 'cryosfeer’ (de onregelmatige ruimten waarin ijs en sneeuw voorkomen; vgl. Lithosfeer en hydrosfeer) van China, waar een duidelijke afname van 'koude’ verschijnselen is geconstateerd. Een en ander betekent dat China als geheel deel uitmaakt van dat gedeelte van de aarde waar de huidige klimaatveranderingen leiden tot een stijging van de temperatuur. Veranderingen binnen de cryosfeer zijn van belang vanwege de consequenties voor de water- en energiehuishouding van de aarde.


Verspreiding en omvang van de gletsjers in China

Momenteel telt China ruim 46.000 gebergtegletsjers, die samen een gebied beslaan van ruim 59.000 km2, dat is bijna tweemaal zoveel als de oppervlakte van Nederland. Deze enorme oppervlakte van de gletsjers is iets meer da dat van alle overige gebergtegletsjers in Azië samen. Zelfs rekening houdend met de uitgestrekte ijskappen op Antarctica en Groenland gaat het ook om ca. 11% van het totale ijsoppervlak (op land) van de hele aarde. Dit tekent het belang van de Chinese cryosfeer. De totale ijsinhoud van de Chinese gletsjers wordt berekend op 5600 km3, en jaarlijks levert die ijsmassa ruim 60 miljard kubieke meter smeltwater.


Verspreiding en dikte van de jaarlijkse sneeuwval in China

De hoeveelheid sneeuw in China is eveneens zeer groot. Een gebied van ruim 3 miljoen km2 is jaarlijks gemiddeld langer dan 2 maanden met sneeuw bedekt (ongeveer anderhalf miljoen km2 zelfs meer dan 4 maanden), en in deze gebieden bedraagt de jaarlijkse sneeuwval gemiddeld - omgerekend in water - bijna 100 miljard m3. Deze hoeveelheid wordt jaarlijks weer als smeltwater afgevoerd; de hoeveelheid is vergelijkbaar met 10% van het debiet van de Yangtze (Gele Rivier).


Verspreiding van de permafrost en van de in de winter bevroren bodems

Een groot deel van China (ca. 1,72 miljoen km2) - bepaald door de hoogte van het gebied en/of de geografische breedtegraad - heeft een permanent bevroren bodem (permafrost) en in een driemaal zo groot gebied is de bodem seizoensgebonden bevroren. Gezamenlijk beslaan deze gebieden 72% van het totale landoppervlak in China. De bevroren bodem bevat een enorme hoerveelheid ijs. Alleen al voor de Tibetaanse Hoogvlakte (door de auteurs als een onderdeel van China aangeduid en het “Quinghai-Tibetaans Plateau” genoemd) gaat het om ca. 11.000 km3.


Afname (rood) en toename (groen) van het vergletsjerde oppervlak

Uit langdurige waarnemingen blijkt dat de omvang van de cryosfeer geleidelijk afneemt. In de onderzoeksperiode van 45 jaar zijn de door gletsjers bedekte gebieden met 2-10% in omvang afgenomen, gemiddeld met 5,5%. Er zijn slechts enkele plaatsen waar de omvang van de gletsjers is toegenomen. Daar staat tegenover dat de neerslag van de sneeuw licht is toegenomen. De permafrost neemt duidelijk in omvang af. Dit betreft zowel de omvang van het gebied met permafrost als de dikte van de permafrost: de zogeheten 'actieve laag' (dat is het bovenste deel van de bodem waarin het ijs 's zomers smelt) wordt steeds dikker, en de onderkant van het ijs in de bodem komt steeds hoger te liggen. Ook de diepte tot waar de bodem bevriest in de gebieden met alleen 's winters bevroren bodem neemt in omvang af.

Het is waarschijnlijk dat de huidige tendens zich zal voortzetten. Volgens sommige modellen zal het vergletsjerde gebied in 2050 zelfs met een kwart zijn verminderd; het afsmelten zal steeds sneller gaan, totdat in 2030 een maximumwaarde zal zijn bereikt. Ook de permafrost zal in omvang blijven afnemen; op de Tibetaanse Hoogvlakte zal volgens modellen een derde tot de helft van de permafrost in 2100 zijn verdwenen.

Referenties:
  • Li, X., Cheng, G., Jin, H., Kang, E., Che, T., Jin, R., Wu, L., Nan, Z., Wang, J. & Shen, Y., 2008. Cryospheric change in China. Global and Planetary Change 62, p. 210-218.

Figuren uit het aangehaalde artikel.


Copyright © NGV 1999-2017
webmaster@geologischevereniging.nl