NGV-Geonieuws 150 artikel 941

NGV-Geonieuws: elektronisch geologisch tijdschrift


1 Juli 2008, jaargang 10 nr. 7 artikel 941

Auteur: prof. dr. A.J. (Tom) van Loon
Geologisch Instituut, Adam Mickiewicz Universiteit, Poznan (Polen)

Dit artikel is onderdeel van NGV-Geonieuws uitgave 150! Op de huidige pagina is alleen artikel 941 te lezen.

<< Vorig artikel: 940 | Volgend artikel: 942 >>

941 Twee extreem snelle temperatuurstijgingen binnen 400 jaar
Auteur: prof. dr. A.J. (Tom) van Loon

Klik hier voor alle artikelen over (Paleo)Klimaat !     Klik hier om dit artikel af te drukken !

Het einde van de laatste ijstijd werd - uiteraard - gekenmerkt door een stijging van de temperatuur. Dat ging niet overal op aarde even snel, en de temperatuurstijging was uiteraard ook niet overal gelijk. Door onderzoek op tal van plaatsen op aarde is echter steeds meer duidelijkheid ontstaan over de klimaatveranderingen die toen optraden. Daarbij bleek onder meer dat de ijskappen op Antarctica en Groenland een uiterst waardevol archief vormen, omdat de ouderdom van de afzonderlijke 'jaarlagen”¦ in het ijs is vast te stellen, en omdat de in het ijs opgesloten luchtbelletjes - via onder meer isotopenverhoudingen en het voorkomen van diverse gasvormige verbindingen zoals CO2 en CH4 - een beeld opleveren van de destijds heersende temperatuur. Zo kan de verandering van de temperatuur in de loop der tijd worden bepaald.


De locatie van boring GRIP2 op Groenland

Uit de kernen van boringen in dat ijs, zowel op Groenland als op Antarctica, bleek ca. 10 jaar geleden dat de opwarming aan het einde van de Jonge Dryas (11.710 jaar geleden), het laatste tijdsinterval van het Pleistoceen, zeer snel moet zijn gegaan. Dacht men aanvankelijk dat het ging om een stijging van enkele graden binnen een paar eeuw, inmiddels is komen vast te staan dat de temperatuur op Groenland toen binnen slechts enkele decennia steeg met niet minder dan 8 °C (plus of min 2,5 °C. Die temperatuurstijging was dus van een geheel andere orde dan die van de 20e eeuw (waarvan wel wordt beweerd dat de temperatuur, als gevolg van menselijk handelen, nooit eerder zo sterk steeg), toen de temperatuur met 0,5-1,0 °C toenam. Aan het eind van de Jonge Dryas vond dus echt een grote, abrupte klimaatverandering plaats.


Een boorkern van GRIP2 wordt uit zijn 'mantel'
gehaald
(foto Kendrick Taylor, University of Nevada, Reno)


Boorkern van GRIP2
(foto Marck Twickler, University of New Hampshire)


Intussen gaat het onderzoek van 'fossiel”¦ ijs steeds verder, en ook met steeds nauwkeuriger apparatuur. Daardoor kunnen ook relatief kleine temperatuurschommelingen worden vastgesteld. Zo blijkt uit een kern van de boring GRIP2 op Groenland binnen het onderzochte deel dat een tijdsbestek beslaat van 1000 jaar (11.860-10.860 jaar geleden), dat maar liefst 4 duidelijke, plotselinge temperatuurveranderingen optraden. Twee daarvan zijn relatief bescheiden (onder andere de al eerder bekende zogeheten Preboreale Oscillatie die van 11.460-11.330 jaar geleden optrad en die een koude interruptie was van de langzame temperatuurstijging ervoor); de derde is de abrupte temperatuurstijging aan het einde van de Jonge Dryas. De vierde betreft de temperatuurstijging aan het einde van de Preboreale Oscillatie. Daarvan was wel bekend dat toen een duidelijke temperatuurstijging optrad, maar tot nu toe was onduidelijk hoeveel de temperatuur steeg en hoe snel dat gebeurde. De gegevens uit de kern van de boring GRIP2 brengen daarin nu duidelijkheid.


Opslagruimte voor de boorkernen van GRIP2


Bij de boring GRIP2 betrokken onderzoekers met
onder andere Takuro Kobashi (tweede van links)
en Jeffrey Severinghaus (derde van links)


De uitkomst van het nieuwe onderzoek is opzienbarend. Weliswaar was de stijging minder groot dan aan het einde van de Jonge Dryas (namelijk 4 °C plus of min 1,5 °C, maar dat gebeurde binnen slechts enkele jaren! Na deze extreem abrupte temperatuurstijging bleven verdere echt grote schommelingen uit. Daarom zou mogelijk het einde van de Preboreale Oscillatie nog een betere grens tussen Pleistoceen en Holoceen vormen dan het einde van de Jonge Dryas, hoewel toen de temperatuurstijging groter was.


De extreme temperatuurstijgingen aan het einde van de Jonge Dryas (links)
en het einde van de Preboreale Oscillatie (die grijs is aangegeven)

Referenties:
  • Kobashi, T., Severinghaus, J.P. & Barnola, J.-M., 2008. 4 ”Ó 1.5 ƒµC abrupt warming 11,270 yr ago identified from trapped air in Greenland ice. Earth and Planetary Science Letters 268, p. 397-407.


Copyright © NGV 1999-2017
webmaster@geologischevereniging.nl