NGV-Geonieuws 150 artikel 947

NGV-Geonieuws: elektronisch geologisch tijdschrift


17 Juli 2008, jaargang 10 nr. 7 artikel 947

Auteur: prof. dr. A.J. (Tom) van Loon
Geologisch Instituut, Adam Mickiewicz Universiteit, Poznan (Polen)

Dit artikel is onderdeel van NGV-Geonieuws uitgave 150! Op de huidige pagina is alleen artikel 947 te lezen.

<< Vorig artikel: 946 | Volgend artikel: 948 >>

947 Complex netwerk van magmakamers onder IJsland
Auteur: prof. dr. A.J. (Tom) van Loon

Klik hier voor alle artikelen over het Inwendige van de Aarde ! Klik hier voor alle artikelen over Vulkanologie !     Klik hier om dit artikel af te drukken !

De ondergrond van IJslandse vulkanen blijkt veel ingewikkelder dan tot nu toe werd gedacht. Er blijkt een complex netwerk van magmakamers aanwezig te zijn. Dat blijkt uit wat beschouwd zou kunnen worden als een 'ondergrondse kartering’. Die werd uitgevoerd omdat een betere kennis van de ondergrond van vulkanen kan helpen om het optreden van vulkanische uitbarstingen en daarmee samenhangende aardbevingen beter te begrijpen - en wellicht ook te voorspellen.


Uitbarstingen van de Askja resulteerden in de kleine Víti krater (voorgrond) en het grote Öskjuvatn-meer

De aard van vulkanische uitbarstingen hangt voor een belangrijk deel af van de chemische samenstelling van het magma in de magmakamer(s) onder de vulkaan. Van die chemische samenstelling hangt namelijk niet alleen de mate van vloeibaarheid van uitstromend lava af, maar ook de hoeveelheid en de samenstelling van de gassen die daarbij vrijkomen.

Uit het op IJsland uitgevoerde onderzoek blijkt onder meer dat toekomstige uitbarstingen op IJsland waarschijnlijk explosief zullen zijn, waarbij stollende brokstukken (vulkanische bommen en as) tot hoog in de atmosfeer zullen worden geblazen. Die voorspelling is gebaseerd op de waarneming dat het magma onder de vulkanen snel naar het aardoppervlak kan worden opgestuwd. Bij dat proces zullen ook veel gasvormige zwavelverbindingen vrijkomen, die - net als de as - op grote hoogte in de atmosfeer over de hele aardbol zullen worden verspreid.


Een gestolde lavastroom uit 1920 aan de oever van het Öskjuvatn-meer

Mede vanwege het waarschijnlijk explosieve karakter van toekomstige aardbevingen wilden de onderzoekers ook weten wat de kans op een dergelijke uitbarsting is. Maar het ging hun niet alleen om de mogelijk verwoestende uitwerking die zo’n eruptie zelf lokaal op IJsland zou kunnen hebben, maar ook om de mogelijke gevolgen voor de rest van de wereld, in het bijzonder wat betreft het klimaat (als gevolg van de uitstoot van grote hoeveelheden broeikasgassen die zouden kunnen bijdragen aan een temperatuurstijging, en van zwavelverbindingen die voor zure regen zou kunnen zorgen). Eerdere uitbarstingen op IJsland (maar ook elders) hebben immers dergelijke wereldwijd voelbare gevolgen gehad. De uitbarsting in 1816 van de vulkaan Tambora in Indonesië is daarvan wellicht het meest aansprekende voorbeeld. Het jaar 1816 werd door die uitbarsting zelfs bekend als het 'jaar zonder zomer’, doordat de gassen en as het zonlicht in zo grote mate terugkaatsten dat de temperatuur daalde, oogsten mislukten, op tal van plaatsen hongersnood optrad, en duizenden als gevolg daarvan overleden. In 1783 had een vergelijkbare uitbarsting op IJsland soortgelijke gevolgen.


Öskjuvatn, het grote meer dat door de uitbarsting van de Askja ontstond

De resultaten van de studie zijn vooral gebaseerd op analyses van basaltisch glas. Dat glas, dat aan het aardoppervlak in de omgeving van 28 vulkanen werd verzameld, maakte het onder meer mogelijk om te berekenen onder welke druk dat glas ontstond. Daarnaast werden zo’n 500 glasmonsters geanalyseerd die door andere onderzoekers op IJsland waren verzameld. Dit leverde veel nauwkeuriger gegevens op over de magmakamers dan eerder werden verkregen met seismisch onderzoek en satellietwaarnemingen. Zo bleek onder meer dat het magma in diepe magmakamers veel heter is dan eerder werd aangenomen, tot wel 400 °C. Die magmakamers komen voor tot zo’n 35 km diep, en veel vulkanen liggen boven diverse - boven elkaar liggende - magmakamers.


Onderzoeker Daniel Kelley

Aan de onderzijde van de aardkorst onder iedere vulkaan moeten, zoals de onderzoekers concluderen, complexe patronen van magmakamers bestaan, van waaruit magma doordringt in spleten die in de aardkorst bestaan en die door die intrusies worden verwijd. Op termijn dringt zo magma tot aan het aardoppervlak door, waar dat een vulkaan ontstaat (of opnieuw actief wordt).

Referenties:
  • Kelley, D.F. & Barton, M., 2008. Pressures of crystallization of Icelandic magmas. Journal of Petrology 49, p. 465-492.

Foto’s: Ohio State University.


Copyright © NGV 1999-2017
webmaster@geologischevereniging.nl