NGV-Geonieuws 151 artikel 960

NGV-Geonieuws: elektronisch geologisch tijdschrift


24 Augustus 2008, jaargang 10 nr. 8 artikel 960

Auteur: prof. dr. A.J. (Tom) van Loon
Geologisch Instituut, Adam Mickiewicz Universiteit, Poznan (Polen)

Dit artikel is onderdeel van NGV-Geonieuws uitgave 151! Op de huidige pagina is alleen artikel 960 te lezen.

<< Vorig artikel: 959 | Volgend artikel: 961 >>

960 Massauitsterving op Perm/Trias-grens was niet abrupt
Auteur: prof. dr. A.J. (Tom) van Loon

Klik hier voor alle artikelen over Paleontologie, Fossielen & Uitstervingen !     Klik hier om dit artikel af te drukken !

Het Perm is vooral ontwikkeld in een continentale facies. Dat is een van de redenen waarom er nog steeds geen volstrekte duidelijkheid bestaat over de omstandigheden die hebben geleid tot de massauitsterving, ca. 252 miljoen jaar geleden, op de grens van Perm en Trias. In een continentale facies blijven immers veel minder fossielen die daarover uitsluitsel zouden kunnen geven, bewaard dan in een mariene facies. Er zijn inmiddels wel diverse andere methoden ontwikkeld om dramatische veranderingen vast te stellen, zoals de verhouding tussen de koolstofisotopen C-12 en C-13, maar ook daarvoor is men vooral aangewezen op mariene sedimenten omdat organisch materiaal dat aan de atmosfeer is blootgesteld snel wordt geoxideerd tot gasvormige verbindingen die ontsnappen.

Waar de grens tussen Perm en Trias is onderzocht, blijkt dat vrijwel overal een plotselinge afname optreedt in de verhouding tussen C-13 en C-12 in organisch materiaal. Een lage verhouding bleef enkele miljoenen jaren bestaan, wat wordt toegeschreven aan een langzaam herstel van nieuwe leefgemeenschappen. Daaruit wordt afgeleid dat de omstandigheden lange tijd ongeschikt bleven voor uitbundig leven. De abrupte afname van de C-13/C-12 verhouding op de Perm/Trias-grens wordt door sommigen echter toegeschreven aan erosie, waardoor een geleidelijke afname niet meer zichtbaar is. Er blijven dus vragen bestaan.


Het Buchanan-Meer op het eiland
Axel Heiberg


Het Buchanan-Meer ligt in de Canadese
poolstreken op ca. 80 graden N.B


Het Sverdrup-Bekken, dat in het poolgebied van Canada ligt, heeft nu nieuwe informatie over de verhouding tussen de koolstofisotopen verschaft. Dat het bekken niet eerder nauwkeurig op deze isotopen werd onderzocht, is te wijten aan het feit dat men eerder meende dat er alleen Vroeg-Permische afzettingen aanwezig zijn. Nu blijkt echter dat er ook Midden- en Laat-Permische afzettingen voorkomen, evenals afzettingen uit de Trias. Dat betekent dat het bekken informatie kan geven over de ontwikkelingen op de Perm/Trias-grens.

Van het bekken zijn dikke Permische afzettingen bewaard gebleven, zowel van de randen als van het centrale deel van het bekken. Die afzettingen zijn nu onderzocht op de C-13/C-12 verhouding. Uit dat onderzoek blijkt dat de sedimentpakketten die werden afgezet aan de rand van het bekken, waar - naar kon worden vastgesteld - erosie is opgetreden, op de P/T-grens een abrupte afname van de verhouding optreedt, maar dat in de afzettingen uit het centrale deel (nu ontsloten bij het Buchanan-Meer), die daar dikker zijn dan elders in de wereld en die ook geen aanwijzingen geven voor onderbreking van de sedimentatie, de verhouding geleidelijk afneemt in een opeenvolging van ca. 3 m dik. In feite geven de diverse onderzochte secties aan dat de afname van de isotopenverhouding afhangt van de plaats in het bekken waar de sedimenten werden afgezet: hoe dichter naar de bekkenrand toe (en hoe meer er sprake is van daaruit voortvloeiende erosie), hoe abrupter de afname van de isotopenverhouding is.


Sectie langs het Buchanan-Meer
met de Perm/Trias-grens net boven
de bovenste persoon


Laat-Permische ondiepwater vuursteen
en Vroeg-Triassische schalies in de
wand van de Borupfjord


Hieruit zou kunnen worden geconcludeerd dat de leefomstandigheden op aarde aan het einde van het Perm geleidelijk slechter werden. Dat er tot nu toe werd uitgegaan van een plotselinge catastrofe, zou moeten worden geweten aan hiaten in de eerder onderzochte gesteenteopeenvolgingen. De massauitsterving op de P/T-grens was dus weliswaar de grootste die we kennen uit de aardgeschiedenis, maar hij lijkt minder abrupt te zijn opgetreden dan eerdere werd aangenomen.

Referenties:
  • Grasby, S.E. & Beauchamp, B., 2008. Intrabasin variability of the carbon-isotope record across the Permian-Triassic transition, Sverdrup Basin, Arctic Canada. Chemical Geology 253, p. 141-150.

Foto's welwillend ter beschikking gesteld door Steve Grasby, Geological Survey of Canada, Calgary, Alta (Canada).


Copyright NGV 1999-2017
webmaster@geologischevereniging.nl