NGV-Geonieuws 152 artikel 961

NGV-Geonieuws: elektronisch geologisch tijdschrift


1 September 2008, jaargang 10 nr. 9 artikel 961

Auteur: prof. dr. A.J. (Tom) van Loon
Geologisch Instituut, Adam Mickiewicz Universiteit, Poznan (Polen)

Dit artikel is onderdeel van NGV-Geonieuws uitgave 152! Op de huidige pagina is alleen artikel 961 te lezen.

<< Vorig artikel: 960 | Volgend artikel: 962 >>

961 'Zacht weefsel' uit Tyrannosaurus-bot wellicht niet fossiel
Auteur: prof. dr. A.J. (Tom) van Loon

Klik hier voor alle artikelen over Biologie & Evolutie ! Klik hier voor alle artikelen over Paleontologie, Fossielen & Uitstervingen !     Klik hier om dit artikel af te drukken !

In 2005 werd de paleontologische gemeenschap - en in feite ook de biologische gemeenschap vanwege de mogelijk verregaande consequenties ten aanzien van het werken met fossiel genetisch materiaal - opgeschrikt doordat onderzoekers claimden dat zij zacht weefsel hadden aangetroffen in het 68 miljoen jaar oude bot van een Tyrannosaurus rex (zie ook Geonieuws 571). Het ging daarbij om nog buigbare bloedvaten die binnen in het bot, afgeschermd van de buitenwereld, ontkomen zouden zijn aan de normale rottingsprocessen. Het ziet er nu echter naar uit dat men te vroeg heeft gejuicht: wellicht gaat het helemaal niet om fossiel materiaal, maar om een dun laagje slijmachtig materiaal dat recent door microorganismen is gevormd.


Goed bewaard gebleven bot uit de Lance-Formatie, gebruikt voor onderzoek met de scanning electron microscope.
Schaalstreep 10 mm

Het in 2005 gepresenteerd materiaal was overigens overtuigend genoeg: nadat de onderzoekers delen van het Tyrannosaurus-bot in zuur hadden opgelost, vonden ze buisjes die op bloedvaten leken, donkerrode bolletjes met een grootte die overeenkomt met die van rode bloedlichaampjes, en lange, dunne structuren die lijken op osteocyten (de meest voorkomende cellen waaruit botmateriaal is opgebouwd). Met dezelfde werkmethode vonden de onderzoekers bovendien soortgelijke 'weefsels' in andere dinosaurusbotten. Later vonden dezelfde onderzoekers dat de botten ook kleine hoeveelheden collageen bevatten (een vezelvormend eiwit, en de grootste niet-minerale component van botten).


Framboosvormige clusters van ijzeroxide uit het dinosaurusbot. Hun grootte van ca. 10 micron is gelijk aan die van rode bloedcellen.
Schaalstreep 3 micron

Een ander onderzoeksteam meent nu dat het niet gaat om fossiel materiaal, maar om een verontreiniging die bij de behandeling of via natuurlijke processen is ontstaan. Ze kwamen tot die conclusie door gebruik te maken van een nieuwe techniek. Waar de oorspronkelijk onderzoekers stukjes bot in zuur hadden opgelost en het residu analyseerden, daar kraakten de 'nieuwe' onderzoekers tientallen botten gewoon om te kijken of er zacht weefsel in te vinden was. Tot de botten die ze zo bekeken behoorden ook botten van Tyrannosaurus rex uit dezelfde 68 miljoen jaar oude formatie waaruit de oorspronkelijk onderzochte botten waren gekomen. Andere botten waren ca. 30 miljoen jaar oud, en weer andere 'slechts' zo'n 10.000 jaar of zelfs maar enkele tientallen jaren.


Zich vertakkende buisvormige structuren die vergelijkbaar zijn met de structuur in poreuze botten. De structuren blijven achter na demineralisatie in een zuurbad.
Schaalstreep 100 micron

Inderdaad werden bij het nieuwe onderzoek weer de framboÔdale (framboosvormige) structuren gevonden die de oorspronkelijke onderzoekers aanzagen voor clusters van rode bloedlichaampjes. Zulke structuren zijn mineralogisch vooral bekend van pyriet (FeS2). Bij analyse bleek het echter te gaan om ijzeroxiden. Dat is niet zo merkwaardig, want het is bekend dat framboÔdaal pyriet onder oxiderende omstandigheden op den duur overgaat in ijzeroxide met nog steeds dezelfde framboosachtige vorm. Het is daarom aannemelijk volgens de onderzoekers dat het niet gaat om fossiele rode bloedlichaampjes, maar om een normaal mineraal.


SEM-foto van coatings van vaatwanden die op natuurlijke wijze loslaten van een gebroken bot.
Schaalstreep 150 mm

Het nog plooibare zachte weefsel dat werd aangetroffen is volgens de onderzoekers evenmin fossiel organische materiaal: het zou gaan om recente dunne laagjes die door microorganismen worden gevormd. Ze baseren dat op het feit dat ze dergelijke laagjes in bijna alle fossiele botten aantroffen, ook in botten die ze uit een groeve opdiepten en waarvan C-14 dateringen aangeven dat het bot dateert van na 1950. Iets dergelijks geldt voor het eerder aangetroffen collageen: de onderzoekers verwijzen naar recente publicaties waaruit blijkt dat sommige bacteriŽn een laagje eiwit op hun oppervlak vormen dat wel op collageen lijkt, maar het niet is. Daardoor kunnen analyses collageen aangeven waar het niet aanwezig is.

De oorspronkelijke onderzoekers zijn nog niet overtuigd dat hun 'weefsels' niet fossiel zijn. Ze wijzen erop dat de laagjes die bacteriŽn vormen dikker zijn dan de laagjes die zij aantroffen, en dat 'hun' laagjes overal even dik zijn, wat bij bacterieel gevormde laagjes onwaarschijnlijk is. Uit geen enkel onderzoek is bovendien bekend dat dergelijk bacteriŽle laagjes ook buisvormig kunnen zijn. Verder wijzen ze erop dat hun collageen eigenschappen vertoont (o.a. de verhouding tussen glycine en alanine) die bekend zijn van het collageen van recente kippen (relatief nauwe verwanten van dinosauriŽrs). Het aangetroffen collageen zou volgens John Asara, een analytisch chemicus van Harvard, bovendien bot-specifiek zijn en geen veelvoorkomende eiwitachtige verontreiniging.

Het laatste woord over deze materie is zeker nog niet gesproken. Verwacht mag worden dat er in de komende tijd nog heel wat harde noten (en Tyrannosaurus-botten) zullen worden gekraakt.

Referenties:
  • Kaye, Th.G., Gaugler, G. & Sawlowicz, Z., 2008. Dinosaurian soft tissues interpreted as bacterial biofilms. PloS ONE 3(7):e2808. Doi:10.1371/journal.pone.0002808.
  • Zimmer, C., 2008. Is dinosaur 'soft tisue' really slime? Science 321, p. 623.

Foto's: Thomas Kaye, Department of Paleontology, Burke Museum of Natural History, Seattle, WA (Verenigde Staten van Amerika).


Copyright © NGV 1999-2017
webmaster@geologischevereniging.nl