NGV-Geonieuws 152 artikel 963

NGV-Geonieuws: elektronisch geologisch tijdschrift


8 September 2008, jaargang 10 nr. 9 artikel 963

Auteur: prof. dr. A.J. (Tom) van Loon
Geologisch Instituut, Adam Mickiewicz Universiteit, Poznan (Polen)

Dit artikel is onderdeel van NGV-Geonieuws uitgave 152! Op de huidige pagina is alleen artikel 963 te lezen.

<< Vorig artikel: 962 | Volgend artikel: 964 >>

963 Kleien wijzen op nat verleden van Mars
Auteur: prof. dr. A.J. (Tom) van Loon

Klik hier voor alle artikelen over Astronomie ! Klik hier voor alle artikelen over Mineralen !     Klik hier om dit artikel af te drukken !

Op een mogelijke toekomstige landingsplaats voor Mars Rovers, Mawrth Vallis, zijn kleirijke gesteenten ontdekt vanuit de Mars Reconnaissance Orbiter (MRO). Uit de aard van de kleimineralen kan worden opgemaakt dat Mars op enig moment in het verleden nat moet zijn geweest, en dat er ook hydrothermale activiteit (warme bronnen, geysers, etc.) moet zijn geweest. Het gebied met de vreemde naam Mawrth Vallis vormt een soort afwateringssysteem; voor deskundigen kan het veel informatie over de ontwikkeling van Mars opleveren.


De topografie van het westelijk deel van Mawrth Vallis. Hoogte 20 x overdreven.
Fe/Mg-smectiet is oranje/rood, Al-fyllosilicaten zijn blauw, en Fe-fyllosilicaten zijn geel/groen.
Foto: NASA/JPL/JHUAPL/MSSS/SETI Institute.

Mawrth Valis is enkele kilometers breed, en lijkt op de brede bedding van een opgedroogde rivier. De kleimineralen die in dit gebied aan het oppervlak liggen zijn onderzocht met de zogeheten Compact Reconnaissance Imaging Spectrometer for Mars (CRISM) aan boord van de MRO door analyse van het infrarode spectrum dat vanaf het Marsoppervlak door kleimineralen wordt teruggekaatst als er zichtbaar licht op valt.

Analyse van de zo verkregen gegevens wijst erop dat er veel ijzer- en magnesiumhoudende kleimineralen (montmorilloniet en kaoliniet) voorkomen die in water worden gevormd, en die op aarde (behalve in 'fossiele' gesteenten vooral voorkomen in oceanen en rivieren. Ook wijzen de gegevens erop dat er waterhoudend silica voorkomt, een verbinding die in schone, zuivere vorm bekend staat als opaal.


Met de CRISM worden 544 verschillende weer-
kaatste kleuren van het Marsoppervlak onder-
scheiden. De kleurverschillen wijzen op
coatings van ijzeroxide op de rotsbodem.
Foto: NASA/JPL/APL


Zo moet de Mars Reconnaissance Orbiter
het landschap van Mars in kaart brengen.
Tekening: NASA.


De onderzoekers combineerden deze gegevens met die van de Mars Orbiter Laser Altimeter (MOLA), waarmee de hoogteverschillen in het terrein nauwkeurig kunnen worden bepaald. Uit de vergelijking blijkt dat de kleirijke eenheden laagsgewijs voorkomen, met aluminiumhoudende kleien bovenop de gehydrateerde silica en de ijzer/magnesiummineralen. Deze kleien werden waarschijnlijk gevormd toen water in contact kwam met basalt (het meest voorkomende gesteente op de hoogvlaktes van Mars); ze ontstonden waarschijnlijk door omzetting van mineralen in de vulkanische as waarmee Mars destijds was bedekt.

De onderzoekers zijn niet alleen verbaasd over de grote hoeveelheden kleimineralen die ze aantroffen, maar vooral ook door de steeds herhaalde wijze waarop de verschillende soorten kleien boven elkaar voorkomen. Bovendien wordt elke 'cyclus' besloten met een lavalaag en een laag stof. De cycliciteit is vooral goed waar te nemen waar inslagen van hemellichamen diepe putten in het Marsoppervlak hebben geslagen, en op plaatsen waar sterke erosie voor diepe geulen heeft gezorgd. Het lijkt niet waarschijnlijk dat dergelijke kleipakketten alleen in Mawrth Vallis te vinden zijn. Waarschijnlijker is heel Mars ooit nat geweest, waardoor verwering onder aquatische omstandigheden kon plaatsvinden.

Eerder waren er ook al waarnemingen gedaan die op kleimineralen wezen, maar die waren zeer grof (enkele honderden meters Marsoppervlak per pixel). De resolutie van de CRISM is 18 m per pixel, maar met gebruikmaking van een speciale camera kan de resolutie (voor kleinere gebieden) worden opgevoerd tot 26 cm per pixel. Dan tonen de kleipakketten duidelijke structuren. De onderzoekers tekenen aan dat het voorkomen van montmorilloniet, kaoliniet en waterhoudende silica op zich geen aanwijzing is voor leven, maar dat hun voorkomen wel wijst op omstandigheden die ooit het ontstaan van leven op Mars mogelijk moeten hebben gemaakt.

Referenties:
  • Bishop, J.L., Dobrea, E.Z.N., McKeown, N.K., Parente, M., Ehlmann, B.L., Michalski, J.R., Milliken, R.E., Poulet, F., Swayze, G.A., Mustard, J.F., Murchie, S.L. & Bibring, J.-P., 2008. Phyllosilicate diversity and past aqueous activity revealed at Mawrth Vallis, Mars. Science 321, p. 830-833.


Copyright NGV 1999-2017
webmaster@geologischevereniging.nl