NGV-Geonieuws 152 artikel 966

NGV-Geonieuws: elektronisch geologisch tijdschrift


15 September 2008, jaargang 10 nr. 9 artikel 966

Auteur: prof. dr. A.J. (Tom) van Loon
Geologisch Instituut, Adam Mickiewicz Universiteit, Poznan (Polen)

Dit artikel is onderdeel van NGV-Geonieuws uitgave 152! Op de huidige pagina is alleen artikel 966 te lezen.

<< Vorig artikel: 965 | Volgend artikel: 967 >>

966 Afkoelende oceanen zorgden voor grote biodiversiteit in Ordovicium
Auteur: prof. dr. A.J. (Tom) van Loon

Klik hier voor alle artikelen over Oceanografie ! Klik hier voor alle artikelen over Paleontologie, Fossielen & Uitstervingen !     Klik hier om dit artikel af te drukken !

Nieuwe onderzoekstechnieken zorgen ervoor dat steeds meer tipjes van steeds meer (geologische) sluiers worden opgelicht. Een nieuw voorbeeld daarvan is de verklaring die nu wordt gegeven voor de plotseling zeer sterke toename van de biodiversiteit zo'n 460 miljoen jaar geleden (Ordovicium). Omstreeks een half jaar geleden werd het idee gelanceerd dat die plotselinge verveelvoudiging van de levensvormen zou samenhangen met een bombardement van kilometergrote meteorieten die afkomstig zouden zijn van de gordel met asteroïden rondom de zon. Nu hebben onderzoekers, op basis van de verhouding tussen de stabiele zuurstofisotopen in fossielen, een wellicht meer prozaïsche maar zeker niet minder waarschijnlijke verklaring voor deze ontwikkeling gegeven.

Een van de opmerkelijke 'bijproducten' van het onderzoek is dat het ook een eind maakt aan de tot nu toe door velen aangehangen hypothese dat het Ordovicium (vanwege de grote hoeveelheid CO2 in de atmosfeer) een soort superbroeikastemperatuur had, waarbij zelfs waarden van 70 °C zijn gesuggereerd. Die waarde blijkt veel te hoog. Uit het onderzoek blijkt namelijk dat de temperatuur vanaf het begin van het Ordovicium, ca. 480 miljoen jaar geleden, tot aan het moment waarop de biodiversiteit plotseling sterk toenam, 20 miljoen jaar later, weliswaar aanzienlijk daalde, maar dat er (hoewel het voor onze begrippen warm bleef) geen sprake was van de eerder gesuggereerde extreem hoge temperaturen.


Conodonten hebben vaak bizarre vormen.

Volgens het onderzoek, dat werd uitgevoerd met een microprobe waarmee zeer kleine monsters werden geanalyseerd die afkomstig waren van conodonten uit het Canning Bekken (West-Australië), daalde de watertemperatuur in de desbetreffende 20 miljoen jaar van ongeveer 42 °C tot 30 °C en lager. Dat betekent dat het zeewater op het moment dat de (mariene) biodiversiteit plotseling veel groter werd, een temperatuur had die vergelijkbaar is van die van het huidige zeewater in de tropen. Die temperatuur is ook nu zeer gunstig voor allerlei mariene organismen, en er is geen reden om aan te nemen dat dat destijds anders was.


Conodonten (in gepolijst epoxyhars) rondom een korrel Durango apatiet (gebruikt als standaard).
De kleine gaatjes in de conodonten zijn veroorzaakt bij de analyse met een microprobe.

Uiteraard is het de vraag waarom bij een geleidelijk afnemende temperatuur van het zeewater de biodiversiteit niet even geleidelijk toenam. We zien iets dergelijks immers ook wanneer nu de watertemperatuur geleidelijk toeneemt. Daarbij moet echter worden bedacht dat er nu al veel leven bestaat bij lage watertemperaturen, en dat de hoeveelheid en diversiteit daarvan alleen maar hoeven toe te nemen. Bij de temperatuurdaling in het Ordovicium bestond echter een geheel verschillende beginsituatie: er was nauwelijks gevarieerd leven in de oceanen en waarschijnlijk moest eerste een drempelwaarde (naar beneden) overschreden worden voordat -eerst - de hoeveelheid plankton sterk kon toenemen en daarna de hoeveelheid en variëteit van meer complexe organismen. Zo kwamen onder meer de eerste 'echte' koralen op de zeebodem tot ontwikkeling.

Waardoor de oceaan in het Ordovicium afkoelde is nog onduidelijk. Een van de mogelijkheden is dat de relatief sterke tektoniek gedurende het Ordovicium leidde tot meer reliëf op het land, dat het sterkere reliëf leidde tot meer verwering, dat die verwering grote hoeveelheden CO2 aan de atmosfeer onttrok (een bekend proces), dat het broeikaseffect daardoor minder werd waardoor de atmosfeer kouder werd, en dat daardoor meer warmte door de atmosfeer aan de oceaan werd onttrokken.

Referenties:
  • Trotter, J.A., Williams, I.S., Barnes, C.R., Lécuyer, C. & Nicoll, R.S., 2008. Did cooling oceans trigger Ordovician biodiversification? Evidence from conodont thermometry. Science 321, p. 550-554.

Foto's welwillend ter beschikking gesteld door Julie Trotter, Research School of Earth Sciences, Australian National University, Canberra (Australië).


Copyright © NGV 1999-2017
webmaster@geologischevereniging.nl