NGV-Geonieuws 152 artikel 969

NGV-Geonieuws: elektronisch geologisch tijdschrift


19 September 2008, jaargang 10 nr. 9 artikel 969

Auteur: prof. dr. A.J. (Tom) van Loon
Geologisch Instituut, Adam Mickiewicz Universiteit, Poznan (Polen)

Dit artikel is onderdeel van NGV-Geonieuws uitgave 152! Op de huidige pagina is alleen artikel 969 te lezen.

<< Vorig artikel: 968 | Volgend artikel: 970 >>

969 Aanwijzingen voor overvloedig – maar alleen vroeg - water op Mars
Auteur: prof. dr. A.J. (Tom) van Loon

Klik hier voor alle artikelen over Astronomie !     Klik hier om dit artikel af te drukken !

Al eeuwen geleden ontdekten astronomen op Mars structuren waarvan ze dachten dat het grote kanalen waren, en dat die niet alleen wezen op leven op Mars, maar zelfs op technisch hoog/ontwikkeld leven. Toen de waarnemingen beter werden, zeker via de eerste ruimtemissies naar Mars, werd al spoedig duidelijk dat er helemaal geen 'Marskanalen' bestonden, en het geloof in water op Mars (en daarmee in leven op Mars) verdween bijna geheel. In de laatste jaren is de situatie echter opnieuw veranderd: gedetailleerde opnames van het Marsoppervlak verraden kenmerken (sedimentologisch, geomorfologisch en mineralogisch) die alleen maar kunnen worden uitgelegd als het gevolg van de aanwezigheid van een stromende vloeistof. Aanvankelijk is geopperd dat het mogelijk om een andere stof dan water zou gaan (bijv. CO2), maar met behulp van tal van technieken is men er inmiddels van overtuigd geraakt dat het om water ging. Veel deskundigen denken dat er nog water (al dan niet in de vorm van ijs) onder het Marsoppervlak verborgen zit.


Delta gevormd in een meer in de Jezero-krater.
Kleimineralen zijn groen op de foto
Foto: NASA/JPL/JHUAPL/MSSS/BU.

Interessanter is echter, geologisch gezien, dat er ooit water aanwezig geweest moet zijn aan het Marsoppervlak. Over de hoeveelheid oppervlaktewater en over de tijdsduur dat het water aan het oppervlak aanwezig was, kon echter slechts worden gespeculeerd. Nieuw onderzoek wijst uit dat het om grote hoeveelheden water moet zijn gegaan, maar dat het water - beschouwd ten opzichte van de leeftijd van Mars - slechts kort aan het oppervlak verbleef. Met behulp van de OMEGA (Observatoire pour la Mineralogie, l'Eau, les Glaces et l'Activité) aan boord van de Mars Reconnaissance Orbiter (MRO) konden de onderzoekers vaststellen dat er in de zuidelijke hooglanden van Mars grote gebieden voorkomen die ooit een waterrijk milieu moeten hebben gehad. In dat milieu werden bepaalde mineralen omgezet in fyllosilicaten (kleimineralen). Dat gebeurde gedurende een relatief korte periode aan het begin van de Marsgeschiedenis, tussen 4,6 en 3,8 miljard jaar geleden.


The Nili Fossae (Nijldal) bevat fyllosilicaten (hier getoond in rood en blauw)
op de hellingen van plateaus en de dalwanden.
Foto: NASA/JPL/JHUAPL/UoA/BU.

De fyllosilicaten zijn geanalyseerd met de CRISM (Compact Reconnaissanc Imaging Spectrometer for Mars), een van de instrumenten aan boord van de MRO (zie ook Geonieuws 963). Met de CRISM is het mogelijk om de diverse fyllosilicaten van elkaar te onderscheiden, waardoor het ook mogelijk is om inzicht te krijgen in de rol die interactie van water met mineralen had. Daarbij richtten de onderzoekers zich vooral op de aanwezigheid van fyllosilicaten op bepaalde plaatsen, zoals inslagkraters, insnijdingen die als rivierdalen worden geïnterpreteerd, en duinen. Bij dat onderzoek, dat vrijwel de gehele planeet betrof, werden fyllosilicaten vooral in de fans en delta's van drie gebieden aangetroffen, het meest uitgesproken in een inslagkrater met de naam Jezero. Het is de eerste keer dat waterhoudende silicaten op Mars zijn aangetroffen in sedimenten die volgens de foto's duidelijk door stromend water zijn gevormd.


De Mars Reconnaissance Orbiter waarmee de foto's werden gemaakt.
Tekening: NASA.

De onderzoekers troffen fyllosilicaten op duizenden plaatsen in en rondom inslagkraters aan, ook op de toppen van de piekvormige structuren die vaak in het midden van een inslagkrater worden gevonden. Volgens de onderzoekers wijst dit op de aanwezigheid destijds van water op een diepte van 4-5 km onder het Marsoppervlak (deskundigen menen namelijk dat de inslagen ondergrondse mineralen de ruimte inslingeren die dan (ook) op de toppen van deze pieken kunnen worden teruggevonden; de toppen zelf zijn te hoog om ooit door water te zijn bedekt). Dit betekent dat water op grote diepte actief is geweest, en dat de kleimineralen bij een temperatuur van 100-200 °C moeten zijn gevormd. Dit betekent volgens de onderzoekers dat Mars destijds gunstige omstandigheden voor de ontwikkeling van leven moet hebben gehad.

Referenties:
  • Mustard, J.F., Murchie, S.L., Pelkey, S.M., Ehlmann, B.L., Milliken, R.E., Grant, J.A., Bibring, J.-P., Poulet, F., Bishop, J., Dobrea, E.N., Roach, L., Seelos, F., Arvidson, R.E., Wiseman, S., Green, R., Hash, C., Humm, D., Malaret, E., McGovern, J.A., Seelos, K., Clancy, T., Clark, R., Marais, D.D., Izenberg, N., Knudson, A., Langevin, Y., Martin, T., McGuire, P., Morris, R., Robinson, M., Roush, T., Smith, M., Swayze, G., Taylor, H., Titus, T. & Wolff, M., 2008. Hydrated silicate minerals on Mars observed by the Mars Reconnbaissance Orbiter CRISM instrument. Nature 454, p. 305-309.
  • Kerr, R.A., 2008. Water everywhere on early Mars but only for a geological moment? Sciuence 321, p. 484-485


Copyright © NGV 1999-2017
webmaster@geologischevereniging.nl