NGV-Geonieuws 8 artikel 97

NGV-Geonieuws: elektronisch geologisch tijdschrift


1 Juni 2000, jaargang 2 nr. 2 artikel 97

Auteur: prof. dr. A.J. (Tom) van Loon
Geologisch Instituut, Adam Mickiewicz Universiteit, Poznan (Polen)

Dit artikel is onderdeel van NGV-Geonieuws uitgave 8! Op de huidige pagina is alleen artikel 97 te lezen.

<< Vorig artikel: 96 | Volgend artikel: 98 >>

97 Een blik onder ons nationale stukje buitenland
Auteur: prof. dr. A.J. (Tom) van Loon

Klik hier voor alle artikelen over Olie, Gas & Mijnbouw !     Klik hier om dit artikel af te drukken !

Weinig Nederlanders weten waarom ons land zo’n merkwaardig 'aanhangsel' heeft in de vorm van Zuid-Limburg. Het heeft een economische oorzaak: dit gebied werd aan Nederland toegewezen na de afscheiding van België, omdat dit gebied de toen zeer belangrijke steenkolen op winbare diepte bevatten. Dat 'winbaar' moet overigens met enige korrels zout worden genomen. Wie ooit nog in een van de Nederlandse mijnen ondergronds is geweest, was blij weer boven te zijn. Vooral vanwege het allesdoordringende kolenstof dat, in combinatie met de hoge temperatuur, zorgde voor werkomstandigheden die nu in Nederland niet acceptabel meer worden geacht.

Door de mijnen (tot meer dan een kilometer diep!) weten we nu echter veel meer details van de Nederlandse ondergrond dan anders mogelijk zou zijn geweest. Toch hebben nieuwe, vooral geofysische, methoden ook veel bijgedragen aan de uitbreiding van de kennis die ook na de sluiting van onze kolenmijnen doorging. Die kolen blijven overigens interessant als energiebron. Mogelijk zal in de toekomst energiewinning in Limburg (en elders) plaatsvinden via ondergrondse kolenvergassing. Dat maakt een blik onder het oppervlak in Limburg des te interessanter.

Zo’n blik kan iedereen nu werpen. Misschien niet echt, maar dan toch wel via kaartblad XV (Sittard-Maastricht) van de diepe ondergrond, die op 25 november door het Nederlands Instituut voor Toegepaste Geowetenschappen TNO (de voormalige Rijks Geologische Dienst) werd gepresenteerd in Maastricht. Juist met het oog op de verwachte interesse is de uitgave niet alleen in het Engels maar is er ook een Nederlandstalige versie.

Het meest bijzondere karakter van Zuid-Limburg blijft zonder enige twijfel de rijkdom aan delfstoffen. Het gaat daarbij niet alleen om steenkool, maar ook om de nog steeds omstreden winning van 'mergel', een in feite zeer zuivere soort kalksteen. De delfstoffen maken Zuid-Limburg tot een wetenschappelijk (en economisch) interessant gebied. Maar niet nu alleen: al in prehistorische tijden werd er druk mijnbouw in Zuid-Limburg bedreven, zoals onder meer blijkt uit de inmiddels tot archeologisch monument verklaarde, 4000 jaar oude, ondergrondse vuursteenmijnen bij Rijckholt. En ook in de toekomst zal Limburg interessante delfstoffen blijven opleveren, zoals grondwater voor de drinkwatervoorziening, maar ook mineraalrijk water van grotere diepte ten behoeve van thermaalbaden.

Dat alles valt op te maken uit een toelichting (ISBN 90-6743-590-2), die ook een duidelijk inzicht geeft in de geologische opbouw van het gebied. Daarbij wordt veel aandacht besteed aan de vraag waarom bepaalde delfstoffen ergens voorkomen, hoe ze zijn ontstaan, en ook waarom ze elders niet voorkomen. Die informatie vult de eigenlijke kaart van de diepe ondergrond aan. Overigens is 'kaart' hier eigenlijk een onjuiste benaming, want het gaat om een set van vijftien kaarten, die uiteenlopende onderwerpen omvatten, zoals de diepte van de top van het Perm (het tijdvak direct voor het Carboon met zijn steenkoollagen), de dikte van het Zechstein (met zijn zoutafzettingen), en structurele profielen waarbij in dwarsdoorsnede de afzonderlijke geologische eenheden worden getoond, inclusief hun plooien, breuken, etc.

Voor wie echt geďnteresseerd is in ons nationale stukje buitenland, en voor wie meer van het landschap met zijn voor Nederland uitzonderlijke gesteenten wil genieten door de opbouw ervan beter te begrijpen, vormt de set kaarten met de daarbij gevoegde toelichting een bron van informatie. Enige geologische voorkennis is soms vereist, maar dat wordt elders door aanschouwelijke illustraties meer dan goed gemaakt.

Referenties:
  • NITG-TNO, 1999. Geologische atlas van de diepe ondergrond van Nederland, Kaartblad XV: Sittard-Maastricht. Nederlands Instituut voor Toegepaste Geowetenschappen TNO (Delft).


Copyright © NGV 1999-2017
webmaster@geologischevereniging.nl