NGV-Geonieuws 153 artikel 974

NGV-Geonieuws: elektronisch geologisch tijdschrift


9 Oktober 2008, jaargang 10 nr. 10 artikel 974

Auteur: prof. dr. A.J. (Tom) van Loon
Geologisch Instituut, Adam Mickiewicz Universiteit, Poznan (Polen)

Dit artikel is onderdeel van NGV-Geonieuws uitgave 153! Op de huidige pagina is alleen artikel 974 te lezen.

<< Vorig artikel: 973 | Volgend artikel: 975 >>

974 Succes van de dinosauriŽrs was grotendeels toeval
Auteur: prof. dr. A.J. (Tom) van Loon

Klik hier voor alle artikelen over Biologie & Evolutie ! Klik hier voor alle artikelen over Paleontologie, Fossielen & Uitstervingen !     Klik hier om dit artikel af te drukken !

Het - ook onder geologen - wijdverspreide idee dat de dinosauriŽrs de wereld gedurende het MesozoÔcum als superieure dieren domineerden, moet worden bijgesteld. Dat is althans de opvatting van doctoraalstudent Steve Brusatte en enkele medeonderzoekers op basis van nieuwe gegevens en wat rekenwerk. Ze kwamen tot die opvatting door de vroege dinosauriŽrs te vergelijken met de belangrijkste diergroep waarmee ze moesten wedijveren: de crurotarsiŽrs, die de voorouders vormen van de huidige krokodillen.

Ze vonden dat de dinosauriŽrs helemaal niet als superieur uit de vergelijking naar voren kwamen, maar dat juist de crurotarsiŽrs meer succes hadden gedurende de dertig miljoen jaar dat ze samen op aarde voorkwamen. Daaraan kwam een einde bij de massauitsterving op de grens Trias/Jura (ruim 200 miljoen jaar geleden); pas op dat moment bleken de dinosauriŽrs beter bestand tegen de toen kennelijk exceptionele omstandigheden (toen de aarde een zeer warme periode doormaakte).


De schedels van enkele onderzochte archosauriŽrs. Boven: Batrachotomus (links) en Postosuchus (rechts). Midden: Nicrosaurus (l) en Aetosaurus (r). Onder: Lotosaurus (l) en Riojasuchus (r).

DinosauriŽrs en crurotarsiŽrs ontwikkelden zich samen na de massauitsterving op de grens Perm/Trias (251 miljoen jaar geleden) en beide groepen vulden niet of slechts gedeeltelijk door andere diergroepen in beslag genomen onderdelen van het leefmilieu (niches). De crurotarsiŽrs ontwikkelden daarbij een veel grotere verscheidenheid dan de dinosauriŽrs, variŽrend van de gigantische vleesetende rauisuchiŽrs en de vleesetende phytosauriŽrs (oorspronkelijk ten onrechte als sauriŽrs beschouwd) met hun lange snuit tot de grazende aetosauriŽrs (ook geen echte sauriŽrs) met hun sterk ontwikkelde pantsers. Vanwege hun morfologische gelijkenis zijn veel crurotarsiŽrs aanvankelijk als dinosauriŽrs beschouwd (en dat was mede een reden waarom de dinosauriŽrs - die overigens ook veel verscheidenheid vertonen - zo succesvol leken te zijn), maar inmiddels staat afdoende vast dat de twee groepen principieel verschillend waren, wat ook blijkt uit hun nazaten: vogels in het geval van de dinosauriŽrs en krokodillen in het geval van de crurosaurŽrs. Overigens hadden beide groepen ook vel gemeen: ze beconcurreerden elkaar bijvoorbeeld ten aanzien van het voedsel.


De 'morforuimteí (zie tekst) gedurende de Trias voor dinosauriŽrs, crurotarsiŽrs (aan de krokodil verwante archosauriŽrs) en pterosauriŽrs

De onderlinge strijd om het bestaan moet hevig zijn geweest. Wie het meest succesvol waren, onderzochten Brusatte en zijn collegaonderzoekers aan de hand van metingen met betrekking tot 437 aspecten van de skeletten van 64 soorten uit beide groepen. Mede aan de hand van een nieuwe stamboom van beide groepen voerden ze twee verschillende berekeningen uit om meer inzicht in het evolutionaire patroon te krijgen. De eerste berekening betrof de zogeheten dispariteit (de mate waarin de bouwplannen van het lichaam uiteenlopen) bij elk van de diergroepen. De dispariteit geeft een redelijk betrouwbaar beeld van de leefwijze, het voedsel en het specifieke leefmilieu van een diergroep. Hierbij bleek dat de crurotarsiŽrs een maar liefst tweemaal zo grote dispariteit vertonen als de dinosauriŽrs. Dat wijst erop dat ze in feite beter voor de strijd om het bestaan waren toegerust dan de dinosauriŽrs.


Onderzoeksleider Steve Brusatte
(foto American Museum of Natural History)


Onderzoeker Mike Benton
(University of Bristol)


De onderzoekers analyseerden ook de evolutiesnelheid bij beide groepen. Hoe sneller de evolutie, hoe beter een diergroep zich aanpast aan veranderende omstandigheden en hoe beter vertegenwoordigers uit de groep gebruik kunnen maken van bestaande niches. Bij dit onderzoek bleek dat de evolutiesnelheid van beide groepen gedurende de 30 miljoen jaar dat ze samen op aarde voorkwamen, gelijk was. In dat opzicht was er dus geen verschil in superioriteit.

Uit een en ander moet volgens de onderzoekers worden geconcludeerd dat, bij een normale ontwikkeling, de dinosauriŽrs het op termijn zouden hebben afgelegd tegen de crurotarsiŽrs. Ze hadden echter geluk: bij de massauitsterving op het einde van het Trias bleken ze grotere overlevingskansen te hebben. Het geluk bleef aan hun zijde totdat een andere massauitsterving, op de grens Krijt/Tertiair (65 miljoen jaar geleden) ook aan deze gelukkige diergroep een einde maakte.

Referenties:
  • Brusatte, S.L., Benton, M.J., Ruta, M. & Lloyd, G.T., 2008. Superiority, competition,
  • and opportunism in the evolutionary radiation of dinosaurs. Science 321, p. 1485-1488.

Tekeningen en foto Mike Benton: University of Bristol (Groot-BrittanniŽ). Foto Steve Brusatte: National Museum of Natural History, Washington, D.C. (Verenigde Staten van Amerika)


Copyright © NGV 1999-2017
webmaster@geologischevereniging.nl