NGV-Geonieuws 153 artikel 976

NGV-Geonieuws: elektronisch geologisch tijdschrift


15 Oktober 2008, jaargang 10 nr. 10 artikel 976

Auteur: prof. dr. A.J. (Tom) van Loon
Geologisch Instituut, Adam Mickiewicz Universiteit, Poznan (Polen)

Dit artikel is onderdeel van NGV-Geonieuws uitgave 153! Op de huidige pagina is alleen artikel 976 te lezen.

<< Vorig artikel: 975 | Volgend artikel: 977 >>

976 IJsverlies op Groenland nauwkeurig bepaald
Auteur: prof. dr. A.J. (Tom) van Loon

Klik hier voor alle artikelen over Geofysica ! Klik hier voor alle artikelen over Glaciologie ! Klik hier voor alle artikelen over (Paleo)Klimaat !     Klik hier om dit artikel af te drukken !

Terwijl er veel discussies zijn over de groei of juist de geringer wordende omvang van de ijskap op Antarctica (de meeste aanwijzingen pleiten voor groei), lijkt er overeenstemming te bestaan dat de ijskap op Groenland kleiner wordt. Hoe snel dat gaat, is overigens weer wel een punt van discussie. Onderzoekers van de Technische Universiteit Delft hebben nu echter, in samenwerking met collega’s van het Center for Space research in Austin (Texas) een methode ontwikkeld waarmee zeer nauwkeurig kan worden vastgesteld hoe snel dit gebeurt.


Een van de twee Duits-Amerikaanse GRACE satellieten waarmee de metingen werden verricht

Sinds 2002 zijn er twee GRACE satellieten (Gravity Recovery And Climate Experiment) die tijdens hun rondjes om de aarde achter elkaar aan reizen. Doordat het zwaartekrachtveld van de aarde niet overal gelijk is, varieert de afstand tussen deze twee satellieten. De variaties kunnen worden gemeten met een nauwkeurigheid van een micron (een duizendste millimeter). Op basis van deze metingen kan worden berekend hoe de zwaartekracht van de aarde niet alleen van plaats tot plaats, maar ook in tijd varieert. Dat laatste gebeurt uiteraard door meetresultaten van verschillende omwentelingen met elkaar te vergelijken. Op Groenland, waar de ijskap moeilijk toegankelijk is, verandert de aantrekkingskracht van de aarde vooral door variaties in de ijsmassa, dus in de dikte van de ijskap. Met de metingen van de GRACE satellieten kan zo, via een aantal tussenstappen, worden gemeten hoeveel ijs door afsmelten van de ijskap verloren gaat.


Groenland vanuit de ruimte
(foto NASA)

Uit de metingen blijkt dat er tussen 2003 en 2008 jaarlijks gemiddeld 195 km3 ijs is verdwenen. Dat leverde een zeespiegelstijging op van een halve millimeter per jaar. Voor de komende eeuw zou dat, bij ongewijzigde omstandigheden, dus neerkomen op 5 cm, wat 2,5-4,5 maal minder is dan nog onlangs in het rapport van de zogeheten Deltacommissie werd gepostuleerd. De onderzoekers wijzen er echter op dat de gevonden waarden niet zaligmakend zijn, want er treden van jaar tot jaar aanzienlijke fluctuaties op: in de eerste twee jaar van het onderzoek verdween er bijvoorbeeld 131 km3 per jaar, in de laatste 2 jaar 222 km3. Deze 'versnelling’ van het afsmelten mag volgens de onderzoekers ook niet als een tendens worden gezien, want er smolt maar liefst 350 km3 af gedurende de twee extreem warme zomermaanden van 2007. Er zijn volgens de onderzoekers dan ook veel langduriger metingen nodig om een betrouwbare schatting te kunnen geven van de bijdrage die het smelten van de ijskap op Groenland op langere termijn kan leveren aan de zeespiegelstijging.

De metingen tonen ook waar het meeste ijs verloren gaat. In de extreem warme zomer van 2007 werd voor het eerst een afname van de ijsmassa gemeten op hoogtes boven 2000 m. Aan de westkust lijkt de nettoafsmelting steeds verder noordwaarts op te rukken.

Referenties:
  • Wouters, B., Chambers, D. & Schrama, E.J.O., 2008. GRACE observes small-scale mass loss in Greenland. Geophysical Research Letters. 35,L20501,doi:10.1029/2008GL034816

Foto’s: Lucht- en Ruimtevaarttechniek, Technische Universiteit, Delft.


Copyright © NGV 1999-2017
webmaster@geologischevereniging.nl