NGV-Geonieuws 153 artikel 980

NGV-Geonieuws: elektronisch geologisch tijdschrift


26 Oktober 2008, jaargang 10 nr. 10 artikel 980

Auteur: prof. dr. A.J. (Tom) van Loon
Geologisch Instituut, Adam Mickiewicz Universiteit, Poznan (Polen)

Dit artikel is onderdeel van NGV-Geonieuws uitgave 153! Op de huidige pagina is alleen artikel 980 te lezen.

<< Vorig artikel: 979 | Volgend artikel: 981 >>

980 Eocene reuzenvogel had goed ontwikkelde tanden
Auteur: prof. dr. A.J. (Tom) van Loon

Klik hier voor alle artikelen over Paleontologie, Fossielen & Uitstervingen !     Klik hier om dit artikel af te drukken !

Zo’n 50 miljoen jaar geleden (Vroeg-Eoceen) bedekte een ondiepe zee het huidige Londen en omgeving (Essex en Kent). In deze zee werd een kleipakket afgezet dat nu als de London Clay bekend staat. De London Clay bevat talrijke fossielen van de dieren die destijds in de zee leefden, maar een enkele keer worden er ook fragmenten gevonden van dieren die boven de zee vlogen, en die daarin, om wat voor reden dan ook, verdronken. Tot die dieren behoorden gigantische vogels die verwant waren aan de huidige eenden en ganzen. Met een spanwijdte die wel 5 m kon bedragen, waren deze vogels aanzienlijk groter dan de albatros (de grootste nu levende vogel), die een spanwijdte van ca. 3,5 m kan bereiken.


De aangetroffen restanten van de schedel (boven) en
reconstructie van de schedel met snavel (onder)
(foto Fred Clouter).

Van een van die vogels, die nu Dasornis emuinis wordt genoemd, is nu een groot deel van een schedel gevonden op Sheppey (een eiland bij de monding van de Theems). Het gaat om een exemplaar dat waarschijnlijk een spanwijdte had van ongeveer 4 m, en die behoorde tot de groep vogels, de Pelagornithidae (waarvan er meer uit de London Clay bekend zijn), die botachtige tanden bezaten. De schedel is een van de best gepreserveerde exemplaren die ooit zijn gevonden (al zat hij in een rolsteen waarin mariene organismen gangen hebben geboord), waardoor tot nu toe onbekende details van de anatomie van deze merkwaardige vogels bekend zijn geworden.


Artist’s impression van de vlucht van een reusachtige getande vogel
(tekening: Lutger Bollen; uit 'Der Flug des Archaeopteryx’, Quelle+Meyer Vlg)

Hoewel de Pelagornithidae paleontologisch en biologisch interessant zijn vanwege zijn grootte, is hun merkwaardigste karakteristiek het bezit van hun tanden. Die bestonden uit scherpe, tandvormige uitsteeksels langs de rand van hun snavel. Die tanden bestaan niet, zoals bij zoogdieren of zoals bij de voorgangers van de vogels, de dinosauriërs, uit emaille en dentine. Al zo’n 100 miljoen jaar geleden schaften de eerste vogels dergelijke tanden namelijk af; waarom dat gebeurde is niet geheel duidelijk, mogelijk speelde besparing van gewicht een rol bij de eerste 'zwevers’ die nog moeite genoeg hadden om een tijdje in de lucht te blijven. De snavels van vogels bestaan uit keratine, hetzelfde materiaal waaruit onze haren en nagels bestaan.


Onderzoeker Gerald Mayr.

De Pelagornithidae zijn de enige vogels die weer een soort tanden hebben ontwikkeld. Die bestaan uit een soort uitsteeksels van de snavel. Volgens de onderzoeker, Gerald Schmidt, moet dit samenhangen met de manier waarop deze vogels hun voedsel vergaarden. Hij denkt dat de vogels over het water scheerden met hun snavel open, waarbij het onderste deel van de snavel net door het water ging. Zo konden ze vissen en inktvissen te pakken krijgen; die konden echter bij een gladde snavel weer gemakkelijk terug in het water vallen. Dat kan de reden zijn waarom zich bij deze reusachtige vogels weer een soort tanden ontwikkelden: daarmee kon een gepakte prooi beter worden vastgehouden.

Referenties:
  • Mayer, G., 2008. A skull of the giant bony-toothed bird Dasornis (Aves: Pelagornithidae) from the Lower Eocene of the Isle of Sheppey. Palaeontology 51, p. 1107-1116.

Figuren van Dasornis welwillend ter beschikking gesteld door Gerald Mayer, Forschungsinstitut Senckenberg, Sektion Ornithologie, Frankfurt am Main (Duitsland).


Copyright © NGV 1999-2017
webmaster@geologischevereniging.nl