NGV-Geonieuws 154 artikel 990

NGV-Geonieuws: elektronisch geologisch tijdschrift


27 November 2008, jaargang 10 nr. 11 artikel 990

Auteur: prof. dr. A.J. (Tom) van Loon
Geologisch Instituut, Adam Mickiewicz Universiteit, Poznan (Polen)

Dit artikel is onderdeel van NGV-Geonieuws uitgave 154! Op de huidige pagina is alleen artikel 990 te lezen.

<< Vorig artikel: 989 | Volgend artikel: 991 >>

990 Europa had in Laat-Mioceen een 'wasserette-klimaat'
Auteur: prof. dr. A.J. (Tom) van Loon

Klik hier voor alle artikelen over (Paleo)Klimaat ! Klik hier voor alle artikelen over Paleontologie, Fossielen & Uitstervingen !     Klik hier om dit artikel af te drukken !

De tendens van de laatste eeuw (maar niet van de laatste 10 jaar) van wereldwijd stijgende temperaturen heeft veel interesse gewekt voor het klimaat van het Laat-Mioceen, toen een vergelijkbare opwarming plaatsvond. Over de precieze klimaatomstandigheden uit die periode is echter nog weinig met zekerheid bekend. Wel zijn er aanwijzingen dat het klimaat in het Tortonien (11,6-7 miljoen jaar geleden) warmer en vochtiger was dan nu in continentaal Europa, dat er op Antarctica al een goed ontwikkelde ijskap lag, maar dat Groenland nog geen ijskap had. Het reliëf op aarde was op de meeste plaatsen minder groot dan nu. De verdeling tussen land en zee verschilde niet veel van nu, maar er waren meer doorgangen voor oceaanstromen (bijv. tussen Noord en Zuid-Amerika. Het zeewater was warmer dan nu.


De ontsluiting Königshausen waar veel resten
van Laat-Miocene amfibieën en reptielen werden gevonden.

Om een meer precies inzicht te krijgen in de omstandigheden van het Midden- en vooral het Laat-Mioceen is onderzoek uitgevoerd naar de neerslag in die tijd. Dat gebeurde op basis van de resten van amfibieën en reptielen die in Europa (twee continentale bekkens in Noordoost-Spanje en van diverse locaties in Midden- en Oost-Europa) uit afzettingen van die tijd werden onderzocht. Op basis van de leefgemeenschappen die zo konden worden gereconstrueerd, werd een - door vergelijking met recente equivalenten - betrouwbaar beeld gekregen van de neerslag die de onderzoeksgebieden destijds kenmerkte.


Tand van de krokodil Diplocynodon styriacus


Wervel van de salamander Salamandra sansaniensis


Het onderzochte tijdsinterval voor de twee gebieden samen liep van 13 tot 5,3 miljoen jaar geleden. De opeenvolgingen die in Spanje werden onderzocht, leverden een ontwikkelingsgeschiedenis op met een nauwkeurigheid van ongeveer 60.000 jaar; voor Midden- en Oost-Europa was dat ca. 150.000 jaar. Daarbij bleek dat er - niet verwonderlijk - verschillende ontwikkelingen voor de twee onderzoeksgebieden zijn te onderscheiden. In het begin (van 13 tot 9 miljoen jaar geleden) ging het in beide gebieden nog gelijk op: het klimaat veranderde geleidelijk van droog (13-11 miljoen jaar geleden) tot een klimaat zoals kenmerkends is voor een wasserette (warm en zo’n vochtige lucht dat er veel meer neerslag viel dan nu); dit laatste klimaat heerste van 10,2-9,8 miljoen jaar geleden. Tussen 9,7 en 9,5 miljoen jaar geleden werd het geleidelijk weer droger en koeler, wat mogelijk de oorzaak is van de crisis waardoor onder meer de hominoïden (mensachtigen) in West-Europa uitstierven.


Bovenkaak van de kameleon Chamaeleo caroliquarti


Bovenkaak van de kikker Pelobates fahlbuschi


Daarna liepen de ontwikkelingen deels uiteen. Het werd in beide gebieden weer warmer en vochtiger; dit wasserette-klimaat duurde van 9,0 tot 8,5 miljoen jaar geleden, maar was in Spanje nog veel uitgesprokener dan eerder het geval was geweest, terwijl het in Midden- en Oost-Europa minder uitgesproken was. Na 8 miljoen jaar geleden bleef het in Spanje nat, maar werd het in Midden- en West-Europa geleidelijk droger, en zelfs droger dan tegenwoordig.


Onderkaak van de hagedis Lacerta sp.


Darmbeen van de pad Bufo cf. viridis


Deze reconstructie van de klimatologische ontwikkelingen kunnen mogelijk helpen bij het voorspellen van toekomstige klimatologische ontwikkelingen, mar daarbij moert wel worden bedacht dat het gaat om ontwikkelingen die honderdduizenden jaren in beslag namen; ze kunnen dus niet worden aangegrepen voor maatregelen die mogelijk negatieve effecten van de huidige klimaatontwikkeling kunnen verminderen. Bovendien merken de onderzoekers op dat er weliswaar in de tijd correlaties met andere verschijnselen zijn te ontdekken (bijv. de afsluiting van de opening tussen Noord- en Zuid-Amerika door het omhoog komen van een gebied tussen die twee continenten in. Het is echter niet bekend of er oorzakelijke verbanden zijn, en tenslotte merken de onderzoekers op dat er voor het ontstaan van het opgetreden ‘wasserette-klimaat’ geen duidelijke reden is aan te geven.

Referenties:
  • Böhme, M., Ilg, A. & Winklhofer, M., 2008. Late Miocene 'washhouse' climate in Europe. Earth and Planetary Sciernce Letters 275, p. 393-401.

Foto’s welwillend ter beschikking gesteld door Madelaine Böhme, Department of Earth and Environmental Science, Ludwig-Maximilians Universität, München (Duitsland).


Copyright © NGV 1999-2017
webmaster@geologischevereniging.nl