NGV-Geonieuws 155 artikel 991

NGV-Geonieuws: elektronisch geologisch tijdschrift


1 December 2008, jaargang 10 nr. 12 artikel 991

Auteur: prof. dr. A.J. (Tom) van Loon
Geologisch Instituut, Adam Mickiewicz Universiteit, Poznan (Polen)

Dit artikel is onderdeel van NGV-Geonieuws uitgave 155! Op de huidige pagina is alleen artikel 991 te lezen.

<< Vorig artikel: 990 | Volgend artikel: 992 >>

991 Cambrische arthropoden zwommen in processie
Auteur: prof. dr. A.J. (Tom) van Loon

Klik hier voor alle artikelen over Paleontologie, Fossielen & Uitstervingen !     Klik hier om dit artikel af te drukken !

In Nederland kennen we het verschijnsel onder meer van de eikenprocessiekruis: grote aantallen van deze rups kruipen kop aan kont van de ene boom naar de andere, vaak over wegen waar ze dan door het verkeer in duizenden tegelijk worden verpletterd. Ook dennenbomen hebben in Europa met een dergelijke rups te maken. Deze rupsenprocessies krijgen bijna jaarlijks veel aandacht, niet alleen vanwege het opvallende verschijnsel van hun gezamenlijke tocht, maar ook omdat de rupsen haren bevatten waarmee ze hun belagers ernstige jeuk en uitslag kunnen bezorgen.

De rupsenprocessies vormen een van de talrijke voorbeelden van collectief gedrag bij dieren. Over zulk gedrag is fossiel echter nauwelijks iets bekend. Des te opmerkelijker is een vondst die is gedaan in de beroemde Vroeg-Cambrische fossielvindplaats Chengjiang (China). Onderzoekers hebben daar op Waptia gelijkende arthropoden van enkele centimeters groot aangetroffen die eveneens processies vormden. En het gaat niet om een toevalligheid: de onderzoekers troffen maar liefst 22 ketens van deze dieren aan, tegenover slechts één individueel exemplaar. De diverse ketens bestaan elk uit 2-20 individuen.


De ketens en individuele exemplaren.
A: Een sterk vervormd exemplaar uit een keten.
B: Keten van ca. 20 individuen.
C: zijaanzicht van gekoppelde individuen.
D: Bovenaanzicht van een individu.
E-G: Reconstructie van de Waptia-achtige arthropode in rug- (E), buik (F) en zij- (G) aanzicht.

Opvallend is dat het niet lijkt te gaan om exemplaren die achter elkaar aanliepen in een gegraven gang, en dat ze evenmin over het sedimentoppervlak lijken te hebben gelopen. Volgens de onderzoekers moeten ze, op een stevige wijze aan elkaar gekoppeld, hebben gezwommen en zijn ze om de een of andere (vooralsnog mysterieuze) reden als keten gezonken en vervolgens begraven. Ook bij het zinken van de keten en bij het (dood?) liggen op de zeebodem zijn ze aan elkaar gekoppeld gebleven. Ook al omdat veel exemplaren zijn verwrongen, moet de koppeling aan elkaar dus bijzonder stevig zijn geweest.

De zaak wordt nog merkwaardiger als men beseft dat dergelijk gedrag van ook hedendaagse arthopoden onbekend is. Bovendien is de koppeling een raadsel. Van tal van dieren (zoals de processierupsen, maar ook mieren en zelfs kreeften) is bekend dat ze in lange rijen achter elkaar kunnen lopen, maar dat is altijd in de vorm van ongekoppelde individuen, ook als ze - zoals bij de eikenprocessierups - elkaar wel aanraken. De onderzoekers kunnen naar het nut van de koppeling dan ook slechts gissen. Ze opperen dat een mogelijkheid is dat bij de aanval door een roofdier sommige exemplaren meer kans zouden hebben om te overleven, maar ook daarin lijken ze zelf niet erg te geloven. Waarschijnlijker is volgens hen dat de koppeling gebeurde omdat gezamenlijk het horizontaal en/of verticaal bewegen minder energie kostte dan wanneer ieder individu zelf daarvoor had moeten zorgen, bijv. op zoek naar voedsel.

Referenties:
  • Hou, X.-G., Siveter, D.J., Aldridge, R.J. & Siveter, D.J., 2008. Collective behavior in an Early Cambrian arthropod. Science 322, p. 224.

Figuur: Pharyngula.


Copyright © NGV 1999-2017
webmaster@geologischevereniging.nl