NGV-Geonieuws 155 artikel 994

NGV-Geonieuws: elektronisch geologisch tijdschrift


9 December 2008, jaargang 10 nr. 12 artikel 994

Auteur: prof. dr. A.J. (Tom) van Loon
Geologisch Instituut, Adam Mickiewicz Universiteit, Poznan (Polen)

Dit artikel is onderdeel van NGV-Geonieuws uitgave 155! Op de huidige pagina is alleen artikel 994 te lezen.

<< Vorig artikel: 993 | Volgend artikel: 995 >>

994 Nieuw leven voor theorie over ontstaan van leven
Auteur: prof. dr. A.J. (Tom) van Loon

Klik hier voor alle artikelen over Biologie & Evolutie !     Klik hier om dit artikel af te drukken !

In 1953 publiceerde de chemicus Stanley Miller de resultaten van een wereldberoemd geworden experiment. In een glazen bol met daarin een mengsel van gassen (methaan, waterstof en ammonia) die verondersteld werden de aardatmosfeer van een goede twee miljard jaar geleden te representeren, liet hij een vonk overspringen; daarmee werd bliksem nagebootst. Het bleek dat hierbij enkele aminozuren werden gevormd; aminozuren vormen de bouwstenen van proteïnen, en zijn daarmee een van de meest fundamentele onderdelen van levend organismen. Bij een later experiment voegde hij aan zijn ’oeratmosfeer’ ook hete waterdamp toe, om zo de situatie tijdens en vulkanische uitbarsting te simuleren. Daarmee kreeg Miller nog betere resultaten. Algemeen werd dan ook gedacht dat zo de oorsprong van het leven op aarde duidelijk was geworden. Later werd weliswaar door sommigen getwijfeld of de omstandigheden waaronder het experiment werd uitgevoerd wel overeenkwamen met de werkelijke situatie gedurende de vroege aardgeschiedenis - en ook werden andere theorieën over het ontstaan van leven gelanceerd - maar Miller’s experiment bleef, mede vanwege zijn eenvoud, een belangrijk onderdeel van de - nog steeds voortdurende - discussie over het ontstaan van leven.



Schema van de opstellingen waarmee Miller zijn experimenten uitvoerde

Miller overleed op 20 mei 2007, en een van zijn vroegere studenten, Jeff Bada - inmiddels zelf hoogleraar - erfde zijn wetenschappelijke materiaal. Daaronder bleek zich veel te bevinden wat met de experimenten uit 1953 te maken had: een onderzoeksopstelling, aantekenboeken, gedroogde producten die van de experimenten afkomstig waren, en zelfs een blikje ’oersoep’. Bada werd daardoor aangezet om Millers experimenten te herhalen, waarbij hij vooral geïntrigeerd was door Millers experimenten met een vulkanische atmosfeer. Het was namelijk weliswaar betrekkelijk kort na Millers publicatie al duidelijk geworden dat de vroege aardatmosfeer in zijn totaliteit niet zo reducerend was als Miller destijds veronderstelde, maar in actieve vulkanische gebieden kon dat wel degelijk het geval zijn geweest.


Het originele apparaat van Miller


Ook een blikje ’oersoep’ van Miller werd in
zijn nalatenschap aangetroffen


Bada herhaalde daarom deze experimenten. Destijds had Miller vijf verschillende aminozuren gevonden als resultaat van de ontladingen tijdens zijn proeven. Bada vond er, mede door de nu veel betere analysetechnieken, maar liefst 22. Ook de hoeveelheid aminozuren was bij Bada’s experimenten aanzienlijk groter. Bada en zijn medeonderzoekers komen daarom tot de conclusie dat het wel degelijk mogelijk is dat vroege vulkanen de bakermat waren van de bouwstenen van het leven, en daarmee mogelijk ook van het leven zelf. Ze noemen het echter ook goed mogelijk dat de in de vulkanen gevormde aminozuren met regenwater van de vulkaanhellingen afspoelden naar ondiepe zeeën of poelen, waar het leven zich uit de bouwstenen (verder) kon ontwikkelen.


Enkele van de bewaard gebleven monsters
van Miller


Jeff Bada produceert een elektrische vonk
bij herhaling van Millers experiment


Het is in ieder geval interessant om te zien dat een theorie die destijds veel ophef veroorzaakte en algemeen werd geaccepteerd maar later werd verguisd omdat bepaalde aspecten onvoldoende duidelijk waren, bij een verdere ontwikkeling van de wetenschap opnieuw leven krijgen ingeblazen en weer worden geaccepteerd. Een vergelijking met de ontwikkeling over de inzichten omtrent de continentverschuiving ligt voor de hand.


Jeff Bada bestudeert de resultaten van een nieuwe proef

Referenties:
  • Johnson, A.P., Cleaves, H.J., Dworkin, J.P., Glavin, D.P., Lazcano, A. & Bada, J.L., 008. The Miller volcanic spark discharge experment. Science 322, p. 404.

Illustraties welwillend ter beschikking gesteld door Jeffrey Bada en Annie Reisewitz (Scripps Institution of Oceanography). De schema’s werden verzorgd door Ned Shaw (Indiana University); de foto’s behoren toe aan Scripps Institution of Oceanography, UC San Diego (Verenigde Staten van Amerika).


Copyright © NGV 1999-2017
webmaster@geologischevereniging.nl