NGV-Geonieuws 160

NGV-Geonieuws: elektronisch geologisch tijdschrift


Mei 2009, jaargang 11 nr. 5

Redactie: dr. W.M.L.(Willem) Schuurman

1018 Gebombardeerd mogelijk leven niet verslagen
Auteur: drs. Adiël Klompmaker

Klik hier voor alle artikelen over Astronomie ! Klik hier voor alle artikelen over Biologie & Evolutie !

Inslagen van grote hemellichamen staan bekend als allesvernietigend. Of toch niet helemaal? Rond zevenhonderd miljoen jaar na de vorming van de aarde (4,6 miljard jaar geleden) sloegen vele asteroïden in op aarde. Als er toen al leven was in de vorm van microben, dan kon ze wel overleven. Tot deze conclusie kwamen Ambramov en Mojzsis (beiden Universiteit van Colorado) in het wetenschapsblad Nature.

Inslagen
Het bewijs voor de inslagen rond 4,1-3,9 miljard jaar geleden is echter niet op aarde gevonden. De aarde is namelijk enorm veranderlijk ten opzichte van veel andere planeten. Dat veranderlijke komt door de nog steeds actieve plaattektoniek, erosie en sedimentatie. Hierdoor zijn inslagkraters simpelweg niet meer te vinden, ook al zouden ze er zijn geweest. Sterke aanwijzingen werden door wetenschappers wel gevonden op de maan en Mars. De vele inslagen daar doen vermoeden dat ook de aarde flink geraakt is.


Op de maan zijn nog vele inslagkraters te zien.
Bron: NASA

Deze inslagen verhitten de vroege aarde en de vroege oceanen en maakten het leven praktisch onmogelijk. De tijd tussen de inslagen was te kort om het leven mogelijk te maken of in stand te houden zo dachten wetenschappers. Er zijn dan ook geen aanwijzingen voor leven eerder of tijdens de periode van de inslagen. De oudste aanwijzingen voor leven liggen momenteel op 3,83 miljard jaar. Dus na de periode van inslagen.


Dit zijn slechts kleine meteoren. Ze bereiken nooit het aardoppervlak.
Bron: NASA

Wél bewoonbaar
Het ligt echter niet zo eenvoudig. Ten eerste is er nauwelijks gesteente uit en voor die periode bewaard. Er zijn echter wel zirkoonkristallen gevonden uit die periode. Deze mineralen vertellen dat de aarde veel minder hels was dan gedacht met oceanen en een relatief koele aardkorst.

Ten tweede is er het onderzoek van Ambramov en Mojzsis. Zij maakten een model om de invloed van deze inslagen op de temperatuur van het aardoppervlak en daar vlak onder te testen. Hieruit blijkt dat slecht 37% van het aardoppervlak te heet was voor leven. Verder vonden de onderzoekers dat minder dan 10% van het aardoppervlak temperaturen boven 500 °C beleefde. Met andere woorden: waarom zou leven niet kunnen hebben bestaan tijdens die periode?

Levende microben zijn namelijk gevonden op een diepte van 3,5 km. onder de aardkorst. Bovendien leven er op dit moment microben onder extreme omstandigheden. Het meest extreme voorbeeld is de archaebacterie ‘Strain 121’, die onder een temperatuur van 121 °C leeft (een thermofiel). Dergelijke omstandigheden zijn tegenwoordig te vinden bij vulkanisch actieve gebieden al dan niet gecombineerd met hydrothermale bronnen zoals geisers. Ook in de vroege periode van de aarde kwamen zulke hoge temperaturen voor. Volgens de modelberekeningen van gebieden door Ambramov en Mojzsis is het zelfs zo dat de gebieden om te leven voor de thermofielen toenamen tijdens de inslagperiode.


Yellowstone, VS: de wateren van de hydrothermale bronnen zijn voor
weinig leven toegankelijk. Wél voor microben die boven 100 °C leven.
Bron: NPS.

Het leven is dus mogelijk eerder ontstaan dan 3,83 miljard jaar geleden. Het zou mogelijk al vanaf 4,4 miljard jaar geleden kunnen zijn ontstaan toen de eerste oceanen ontstonden, aldus Oleg Abramov in het officiële persbericht. Wie vindt het bewijs voor leven voor de inslagperiode?

Referenties:
  • Abramov, O. & Mojzsis, S.J., 2009. Microbial habitability of the Hadean Earth during the late heavy bombardment. Nature 459: 419-422.
  • Rothschild, L.J., 2009. Life battered but unbowed. Nature 459: 335-336.


Copyright © NGV 1999-2017
webmaster@geologischevereniging.nl