NGV-Geonieuws 187

NGV-Geonieuws: elektronisch geologisch tijdschrift


Januari 2012, jaargang 14 nr. 1

Redactie: dr. W.M.L.(Willem) Schuurman

1251 Een goed maar geen steengoed 2011; wordt 2012 keigoed?
Auteur: prof. dr. A.J. (Tom) van Loon, AMU, Poznan

Met het begin van het nieuwe jaar (mijn beste wensen voor alle trouwe lezers van Geonieuws!) is het goed om even terug te blikken op het afgelopen jaar en om vooruit te blikken naar wat we van het nieuwe jaar kunnen verwachten. Daarbij wil ik me uiteraard beperken tot datgene wat voor de NGV en Geonieuws relevant is. Was 2011 een goed jaar voor de aardwetenschappen? Een antwoord op die vraag is gecompliceerder dan op het eerste gezicht lijkt. Voor mij was het een interessant jaar, met intrigerende onderzoeksresultaten en met veel ‘leesvoer’ waaruit ik de diverse stukjes voor Geonieuws kon samenstellen. Of die voor de lezer ook interessant waren, moet U zelf maar uitmaken!

Maar was 2011 ook een goed jaar voor de aardwetenschappen als zodanig? Vonden er belangwekkende ontwikkelingen plaats? Dat is wellicht het beste op te maken uit de desbetreffende commentaren die de redacties van de twee belangrijkste wetenschappelijke tijdschriften, Nature en Science, hieromtrent geven. En dan blijkt - helaas - dat de aardwetenschappen in 2011 niet zoveel indruk hebben gemaakt als in diverse andere jaren (zie Geonieuws 600).


De uitbarsting van de Puyehue-Cordón
Caulle leverde een spectaculair beeld op.


Het ‘sediment’ van de tsunami die
de Japanse kerncentrale trof.


Science (inclusief Science Express), waaraan ik in 2011 materiaal voor 19 bijdragen aan Geonieuws ontleende, is wat dat betreft het minst positief: het noemt geen enkele aardwetenschappelijke ontwikkeling of publicatie bij de top-10 van 2011.

Nature (inclusief Nature Geoscience, Nature Chemistry, Nature News en Nature Communications, waaruit ik ook in 2011 heb geput: deze bladen vormden de bron voor 24 van mijn ca. 120 bijdragen in het afgelopen jaar) is iets positiever, zij het dat het allemaal toch nogal marginaal is. Er worden geen aardwetenschappelijke artikelen of ontwikkelingen genoemd bij de top-10, en dat geldt ook voor de top-10 van de meest gelezen artikelen, de top-10 ‘features’, en de top-10 ‘comments’. Maar visueel was er een interessant verschijnsel dat op plaats 9 eindigde bij de mooiste foto’s: de uitbarsting in juni van de Puyehue-Cordón Caulle (zie ook Geonieuws 1188). Verder wordt bij de belangrijkste gebeurtenissen de tsunami genoemd die de Japanse kust zodanig trof dat enkele Japanse kernreactoren zwaar werden beschadigd, wat leidde tot grootschalig vrijkomen van radioactief materiaal. Zonder die nucleaire problematiek zou deze tsunami overigens zeker niet als een ‘top-gebeurtenis zijn beschouwd’. Dat stemt tot enige bescheidenheid. Dat geldt ook voor het bericht in Nature News dat melding maakt van een voorstel (door Nobelprijswinnaar Paul Crutzen) om een nieuw (informeel) tijdvak in te voeren: het Anthropoceen, dat de tijdspanne zou moeten omvatten waarin de Mens zijn stempel op aarde drukte, vooral in de vorm van het grondgebruik en de aantasting van de natuurlijke vegetatie. Maar het merendeel der geologen toont zich, m.i. terecht, tegen een dergelijke stratigrafische eenheid die in feite weinig meer is (en waarschijnlijk ook zal blijven) dan een dunne horizon met wat voorwerpen waarvan sommige, net als fossielen, door toevallige omstandigheden mogelijk de tand des tijds zullen weerstaan; van een echt aardwetenschappelijke zaak is dus eigenlijk geen sprake. En tenslotte memoreert Nature dat bij de meest bezochte ‘newsblogs’ een bericht over een extreem goed gepreserveerd baby-dino op plaats 4 staat. Maar dino’s trekken nu eenmaal altijd veel belangstelling (de reden waarom ik zelfs augustus tot ‘dinomaand’ promoveerde: zie Geonieuws 1201-1210).

Al met al dus relatief weinig of geen echte uitschieters: 2011 was in dat opzicht geen steengoed jaar. Daar staat gelukkig tegenover dat de aardwetenschappen bespaard werd wat diverse andere wetenschappen wel overkwam: de schandpaal wegens fraude (de fraude van de Tilburgse hoogleraar psychologie Diederik Stapel wordt in Nature zelfs als dé wetenschappelijke gebeurtenis van oktober genoemd).


De ontwikkeling van het grondgebruik
gedurende het ‘Anthropoceen’.


De voor ca. 98% complete baby-dino
(met enige proto-veren) die in
Duitsland werd gevonden.


Hoe moet het nu verder? De aardwetenschappen zullen beter aan de weg moeten gaan timmeren. In de afgelopen jaren werden de aardwetenschappen door het grote publiek haast vereenzelvigd met dinosauriërs. Het is natuurlijk plezierig dat tenminste één aspect van de aardwetenschappen belangstelling trekt, maar daarmee worden wetenschappelijk natuurlijk geen grote stappen vooruit gezet. Het lijkt me dan ook niet uitgesloten dat ook 2012 wat dat betreft weer een mager jaar zal worden.

Daarover hoeven de NGV en Geonieuws zich overigens weinig van aan te trekken. We proberen immers niet om aan het front van de wetenschap te staan. En ook zonder wetenschappelijk baanbrekend werk blijven er ongetwijfeld onderzoeksresultaten komen die aardig genoeg zijn om daarover NGV-leden en andere niet-specialisten te informeren. Er is nooit gebrek aan materiaal voor Geonieuws!

Overigens heb ik, vooral vanwege tijdgebrek, besloten om daaraan geen structurele bijdrage meer te leveren. Ik weet het: ook eind 2008 heb ik gezegd ermee te zullen stoppen (zie Geonieuws 1000). Mijn verwachting dat tal van NGV-leden stukjes zouden gaan bijdragen werd toen - helaas - echter nauwelijks bewaarheid, dus ben ik anderhalf jaar later weer aan de slag gegaan. Maar na ruim 1200 bijdragen is het genoeg: ik stop ermee. En als ik per jaar 120 bijdragen kon schrijven, dan moet het toch voor alle NGV-leden mogelijk zijn om per jaar tenminste één bijdrage te leveren? Dan zou Geonieuws bloeien als nooit tevoren. Kom op, toon dat je niet alleen nieuws wilt lezen, maar dat je ook anderen in interessant nieuws wilt laten delen.

De redacteur van Geonieuws, Willem Schuurman, zal ongetwijfeld net zoveel aandacht aan jullie stukjes willen besteden als hij deed aan mijn stukjes. Bedankt voor alle goede zorgen, Willem! En bedankt, NGV-leden en andere lezers, voor de interesse die in mijn bijdragen steeds weer werd getoond. Ik hoop dat ik met evenveel plezier jullie bijdragen zal lezen. Dan wordt 2012 toch nog een keigoed jaar.


Prof Tom van Loon, de auteur van
ruim 1200 bijdragen aan Geonieuws
is sinds 2008 een dagje ouder geworden ....


Dr Willem Schuurman, redacteur van
Geonieuws sinds 2010



Naschrift van de redacteur.
Het is vreselijk jammer dat Tom besloten heeft om nu echt een punt te zetten achter zijn jarenlange bijdragen voor geonieuws. Als redacteur van Geonieuws heb ik het laatse anderhalf jaar met veel plezier met Tom samengewerkt en ik heb altijd veel genoegen beleefd aan zijn stukjes over uiteenlopende geologische onderwerpen. Ik vind het erg jammer dat hij er nu mee ophoudt ( wel begrijpelijk) maar ik zal mijn best doen om geonieuws gewoon door te laten gaan; misschien niet met zoveel stukjes als in het tijdperk Tom maar toch hoop ik met de hulp van jullie allemaal om regelmatig een stuk te publiceren. Tom deed ook al een oproep aan jullie en ik herhaal:
STUUR AF EN TOE EENS EEN STUKJE NAAR DE REDACTIE VAN GEONIEUWS !!!!

Referenties:
  • Editorial, 2011. Ten for 2011 - As the year ends, Nature highlights individuals who rose to prominence - or fell from grace. Nature 480, p. 414.
  • Van Noorden, R., 2011. 365 days: interactive timeline - A clickable calendar of the year’s events. Nature 480, doi:10.1038/nature.2011.9686.
  • Van Noorden, R., 2011. 365 days: 2011 in review - From neutrinos to stem cells: a round-up of the year in research and science policy. Nature 480, p. 426-429.
  • Cressey, D., 2011. 365 days: images of the year - flying rhinos and furious rats vie with graphene knots and space technology in 2011’s most striking pictures. Nature 480, p. 430-435.
  • Anonymus, 2011. 365 days: Nature's 10 people who mattered this year. Nature 480, p. 437-445.
  • Owens, B., 2011. Stunningly intact dinosaur fossil found in Germany. Nature Newsblogs, posted 13 Oct 2011,15:47 BST.
  • Alberts, B., 2011. Science breakthroughs. Science 334, p. 1604.
  • Editorial, 2011. The year in news. Science 334, p. 1626-1627.

Foto van de vulkaasnuitbarsting: Santana/AFP/Getty; foto baby-dino: Helmut Tischlinger/Photoshot.

1252 In de greep van de sabeltandkat
Auteur: Adiël Klompmaker

Klik hier voor alle artikelen over Biologie & Evolutie ! Klik hier voor alle artikelen over Paleontologie, Fossielen & Uitstervingen !

Gelukkig komen we ze niet meer tegen in het bos of op de vlakte. Sabeltandkatten, waaronder de sabeltandtijger zijn uitgestorven sinds 11.000 jaar geleden. Hun lange hoektanden zien er vervaarlijk uit, maar zijn ook kwetsbaar. Uit nieuw onderzoek van Julie Meachen-Samuels (National Evolutionary Synthesis Center, V.S.) blijkt dat hoe groter de hoektanden, hoe sterker de voorpoten waren om de hoektanden te beschermen.


De sabeltandtijger, Smilodon.
Afbeelding: © Wallace63


Reconstructie sabeltandtijger



Broze hoektanden
Zo op het oog zien de hoektanden van de uitgestorven sabeltandkatten uit de families Felidae, Nimravidae en de Barbourofelidae er als wapens uit, maar schijn bedriegt. De hoektanden zijn vrij broos, zeker als er een plotselinge slag van opzij op komt door een zich verdedigende prooi of als de tanden in contact komt met bot tijdens een beet. Dit komt omdat deze hoektanden niet rond zijn in doorsnede, zoals bij tegenwoordige leden van de kattenfamilie (Felidae), maar vaak ovaal zijn. Pas als de prooi zich niet meer kon verdedigen, kwamen de enorme hoektanden in actie: de luchtpijp en de bloedtoevoer werden ernstige schade toegebracht.

Wat gebruikten de sabeltandkatten dan wel om hun prooien aan te vallen? In onderzoek uit 2010, ook van Meachen-Samuels, bleek dat de voorpoten sterker zijn dan die van tegenwoordige Felidae, die de voorpoten én kaken gebruiken om hun prooi te overmeesteren. De voorpoten van sabeltandkatten werden echter eerst gebruikt om de prooi te overmeesteren en vast te pinnen op de grond. Daarna kwamen de tanden in actie. Overigens zijn de voorpoten van sabeltandkatten ook sterker dan de achterpoten, aldus een ander onderzoek uit 2010.


Fossiele skelet van een soort uit
de Barbourofelidae familie:Barbourofelis loveorum
Afbeelding: © Dallas Krentzel

Metingen
Meachen-Samuels was duidelijk nog niet klaar met deze sabeltandkatten gezien het nieuwe artikel in Paleobiology. Ze mat het opperarmbeen (humerus), het spaakbeen (radius), de ellepijp (ulna) en de middenhandsbeenderen (metacarpalia) van een groot aantal uitgestorven en nog levende katachtigen ( Felidae, Nimravidae en Barbourofelidae).De eerste opzet van dit onderzoek was om te kijken of er een verband is tussen de lengte van de hoektanden en de sterkte van de voorpoten.


Voorpoten
De breedte van de klauw bij de middenhandsbeenderen bleek bijzonder wijd te zijn, vooral in de Nimravidae. Dit is handig voor het klimmen in bomen en voor het aanvallen van een prooi. Wat dat betreft bevestigt dit het eerder gevonden resultaat van sterke voorpoten. Vernieuwend is dat de sabeltandkatten met de langste tanden de sterkste voorpoten hebben. Deze katten vielen hun prooi aan verstopt vanuit een hinderlaag.
Op sommige plaatsen in de V.S. zoals in de staten Florida, Idaho, Californië, Nebraska en South Dakota zijn diverse sabeltandkatten gevonden die tegelijkertijd leefden. Ze verschillen echter in de lengte van de hoektanden en de sterkte van de voorpoten. Deze jagers hadden het daarom verzien op iets andere prooidieren en konden dus in hetzelfde ecosysteem overleven.

Noordzee
Ook in Nederland kwam de sabeltandkat voor. In 2003 publiceerden Jelle Reumer (Universiteit Utrecht en Natuurhistorisch Museum Rotterdam) over de jongste sabeltandkat uit Europa met een ouderdom van 28.000 jaar. De onderkaak was opgevist uit de Noordzee bij Nederland en bleek veel jonger dan de tot dan toe bekende jongste sabeltandkat van 300.000 jaar geleden.

Referenties:
  • Meachen-Samuels, J.A., ‘Morphological convergence of the prey-killing arsenal of sabertooth predators’, Paleobiology 28 (2012) 1-14.
  • Meachen-Samuels & Van Valkenburgh. 2010. ‘Radiographs Reveal Exceptional Forelimb Strength in the Sabertooth Cat, Smilodon fatalis’, PLoS ONE 5: e11412.
  • Lewis & Lague. Interpreting sabertooth cat (Carnivora; Felidae; Machairodontinae) postcranial morphology in light of scaling patterns in felids, 2010, Pp. 411 in A. Goswami and A. R. Friscia, eds. Carnivoran evolution: new views on phylogeny, form and function. Cambridge University Press, Cambridge.
  • Reumer et al., Late Pleistocene survival of the saber-toothed cat Homotherium in northwestern Europe. Journal of Vertebrate Paleontology 23 (2003) 260-262. PDF

Dit artikel is met toestemming van de redactie overgenomen van de website Kennislink.


Copyright © NGV 1999-2017
webmaster@geologischevereniging.nl