NGV-Geonieuws 189

NGV-Geonieuws: elektronisch geologisch tijdschrift


Maart 2012, jaargang 14 nr. 3

Redactie: dr. W.M.L.(Willem) Schuurman

1256 Weer grote uitstoot van H2S voor kust van Namibië
Auteur: prof. dr. A.J. (Tom) van Loon, AMU, Poznan

Klik hier voor alle artikelen over het Milieu ! Klik hier voor alle artikelen over Oceanografie !

Voor de kust van Namibië ontsnappen soms grote hoeveelheden zwavelwaterstof (H2S). Dat gebeurde onder meer in 2007 en 2010 (zie Geonieuws 842 en 1116), en dat gebeurde opnieuw eind februari. De zee wordt door de grote hoeveelheden zwavel, die deels als kleine gele deeltjes uit het gas vrijkomt, groen gekleurd. Omdat niet alleen zwavel, maar ook zwavelwaterstof slecht is voor het milieu, levert dit gebeuren - dat er op satellietopnames prachtig uitziet - veel problemen op voor het leven in zee ter plaatse (zie ook Geonieuws 226).


Gele zwaveldeeltjes uit het ontsnappende
zwavelwaterstof kleuren het zeewater groen
in een strook van ca. 150 km lang voor de
kust van Namibië.

Op het eerste gezicht geven de kleuren vanuit de ruimte de indruk van grootschalige algenbloei. Het is dan ook goed mogelijk dat het vrijkomen van zwavelwaterstof ook elders op aarde voorkomt, maar als dat in gebieden gebeurt waar dat niet direct door mensen wordt waargenomen, wordt het verschijnsel waarschijnlijk niet als zodanig herkend. De kust voor Namibië is wellicht daarom de enige plaats op aarde waarvan bekend is dat dit merkwaardige verschijnsel regelmatig optreedt.

Het verschijnsel is inderdaad merkwaardig, want het ontstaat door een ongewone samenloop van omstandigheden. Zeestromen voeren namelijk zuurstof-arm water naar dit kustgebied, en het beetje aanwezige zuurstof wordt dan ook nog eens snel door chemische processen en dierlijke activiteit opgemaakt. Op het moment dat onvoldoende zuurstof meer in het water aanwezig is, sterven de daar levende organismen en zakken naar de bodem, die dan ook rijk aan organisch materiaal is. Bij de verrotting van dat organische materiaal onder zuurstofloze omstandigheden kan zwavelwaterstof vrijkomen.

Referenties:
  • Scott, M., 2012. Hydrogen sulfide emissions along the Namibian coast. NASA Visible Earth, http://visibleearth.nasa.gov/view.php?id=43143, 1 blz.

Foto: Jeff Schmaltz, MODIS Rapid Response Team at NASA GSFC.

1257 Oceaanverzuring: geheimen uit het verleden ontrafelen
Auteur: Adiel Klompmaker

Klik hier voor alle artikelen over het Milieu ! Klik hier voor alle artikelen over Oceanografie !

Vissen larven die hun vijand niet meer ‘zien’, koraalriffen die spontaan oplossen, en micro-organismen die massaal uitsterven. Is dit over honderd jaar realiteit of fictie als de stijging van de CO2-concentratie doorzet? Onderzoek aan het aardse verleden kan hierop antwoord geven.


De clownvis.

Steeds minder basisch worden ze, de oceanen. Een kwart van de uitgestoten CO2 door de mens lost op in de oceaan, waardoor het water zuurder wordt. Dat is mogelijk een groot probleem voor het leven in de oceaan. Of en hoe we van het geologische verleden kunnen leren, vertelden wetenschappers afgelopen week in één van de bekende wetenschapsbladen ter wereld, Science.

Zuurdere oceanen
De zuurgraad (pH) in de oceanen is op dit moment ongeveer 8,1 in plaats van de 8,2 van 150 jaar geleden. Er komen feitelijk meer H+ ionen in het water. De zuurgraad zou zelfs aan het einde van deze eeuw met nog eens 0,4 gedaald kunnen zijn. Dat lijkt weinig, maar dat is het beslist niet, en dit kan serieuze gevolgen hebben voor leven in de oceaan. Om één voorbeeld te geven: experimenten met vissenlarven laten zien dat ze hun vijanden niet meer ‘zien’ aankomen bij een lagere zuurgraad.


De zuurgraad van de oceanen in de jaren negentig.
Afbeelding: © Plumbago

Verleden
Ook in het verleden waren er perioden op aarde waarin de CO2-concentratie sterk steeg. De oceaan kan hierdoor ook zuurder zijn geworden. Daarom keken wetenschappers naar 7 perioden in de afgelopen 300 miljoen jaar, waaronder perioden van massa-uitsterving op aarde. Tijdens een conferentie eind 2010 in het Amerikaanse Californië zetten ze de eerste stappen hiertoe. Onder hen was ook Appy Sluis van de Universiteit Utrecht.


De daling in de zuurgraad sinds de 18e eeuw. Vooral de regio’s rond 500Z en 500N hebben het zwaar te verduren.
Afbeelding: © Plumbago

Analoog
“Er is geen perfecte analoog,” vertelt Sluijs aan Kennislink. “Het ziet er naar uit dat de huidige CO2-toename sneller is dan alle eerdere ‘snelle’ toenames in CO2.Dit uiteraard afgezien van de impact van een asteroïde inslag op de Krijt/Tertiair grens ( 66 miljoen jaar geleden), die enorme hoeveelheden koolstof uit carbonaatplatformen verbrandde. De beste, maar toch imperfecte analoog is het Paleoceen-Eoceen temperatuur maximum(PETM). Ook daar is discussie over hoe snel de CO2 in het systeem kwam, maar het is onwaarschijnlijk dat het zo snel was als nu.” Dat betekent niet dat deze analogen onbruikbaar zijn. Integendeel. Sluijs: “De imperfecte analogen kunnen ons wel verder brengen in ons begrip van de systeemrespons op oceaanverzuring. We hebben hier vooral betere grip op de oceaan pH nodig.”


Gereconstrueerde CO2-concentratie over de laatste 60 miljoen jaar en de verwachte CO2-concentratie volgens het IPCC.
Afbeelding: © www.expeditiebroeikaswereld.nl gebaseerd op Pearson & Palmer 2000, Pagani et al., 2005


Moeilijk
Gemakkelijk is onderzoek naar verzuring van de oceanen in het verleden niet, deels omdat de zuurgraad niet automatisch daalt wanneer de CO2-concentratie stijgt. Ook de snelheid van stijgen is van cruciaal belang voor de invloed op de zuurgraad in de oceaan, waarvan de chemie ook nog eens veranderde in de afgelopen 300 miljoen jaar.
Sluijs vertelt echter een nog belangrijkere reden: “De proxies voor pH en carbonaatchemie in de oceaan zijn nog in ontwikkeling. Over 5 jaar weten we denk ik beter hoe de pH van de oceaan veranderde tijdens, bijvoorbeeld, de PETM. Pas dan kunnen we echt kwantitatieve conclusies trekken.” Ook dan pas wordt bekend hoe groot de invloed van een verandering van de pH op het oceaanleven is.
De oceaanbodemlagen van de PETM periode laten in ieder geval zien dat het bodemleven flink verstoord was: foraminiferen, eencelligen met een kalkskeletje, stierven massaal uit en ook de koraalriffen kregen een zware klap.
Nieuwe methoden om de oceaan verzuringen uit het verleden beter te onderzoeken zijn studies aan de koolstofsamenstelling van organische moleculen alsook de studie aan sporenelementen en isotopen van het element boron. Met het artikel in Science is het onderzoek aan oceaanverzuring in ieder geval nog beter op de kaart gezet.

Referenties:
  • Hönisch et al., ‘The Geological Record of Ocean Acidification’, Science 335 (2012) 1058-1062.

Dit artikel is met toestemming van de kennislink redactie overgenomen van Kennislink


Copyright © NGV 1999-2017
webmaster@geologischevereniging.nl