NGV-Geonieuws 191

NGV-Geonieuws: elektronisch geologisch tijdschrift


Mei 2012, jaargang 14 nr. 5

Redactie: dr. W.M.L.(Willem) Schuurman

1259 Wentelende wieken warmen op
Auteur: Adiël Klompmaker

Klik hier voor alle artikelen over het Milieu ! Klik hier voor alle artikelen over (Paleo)Klimaat !

Een schone bron van energie, dat is windenergie. Geen uitstoot van CO2 en dus helpt het bij het tegengaan van de opwarming van de aarde. Toch? Nu blijkt dat windturbines een opwarmend neveneffect hebben, vooral gedurende de nachten.Liming Zhou (State University of New York) en collega’s rapporteren hierover in “Nature Climate Change”.


Een windmolenpark in noordoostelijk Duitsland bij Mecklenburg.
Afbeelding: © Philipp Hertzog

Windenergie in Nederland
Ook in Nederland zien we steeds meer windturbines, vooral in het westen en noorden van ons land en in de kuststreken. Daar waait het immers gemiddeld wat meer. In totaal leveren windmolens 4% van de energie die we gebruiken. En schoon dat het is! Geen uitstoot van CO2of andere broeikasgassen als de windturbine eenmaal in gebruik is genomen, want dat gebeurt natuurlijk wel bij het maken en in elkaar zetten van de windmolen. Nadelen zijn er ook: een miniem gedeelte van de vogelpopulatie sterft en volgens sommige mensen zorgen de turbines voor ‘landschapsvervuiling’. In totaal staan er nu bijna 1900 windturbines in Nederland. Het aantal nieuw gebouwde windmolens nam helaas af in de afgelopen jaren.
Satellieten
Duitsland doet het nog een stukje beter dan Nederland, want daar wordt al 7,6% van de energie geleverd door windturbines. De VS loopt wat achter met 2,9%. Belangrijk onderzoeksnieuws komt echter wel uit de VS. Wetenschappers verbonden aan diverse Amerikaanse onderzoeksinstituten keken naar het effect van windturbines op de temperatuur in en rondom windmolenparken in Texas met in totaal 2358 molens. Het ‘kijken’ over de periode 2003-2011 gebeurde niet ter plaatse, maar met satellieten.


Opwarming van het aardoppervlak gedurende de nacht door de aanwezigheid van windmolens (zwarte stippen) in Texas. In dit geval gaat om het verschil tussen het jaar 2010 (veel windmolens) en 2003 (nauwelijks windmolens).
Afbeelding: © Liming Zhou

Opwarming
Je zou het niet verwachten, maar windmolens beďnvloeden de lokale temperatuur voldoende om een duidelijk meetbaar resultaat te krijgen. In de zomer warmden de windmolens het windmolenpark op met 0,70C op per decennium en in de winter ietsje minder met 0,50C op per decennium. Dit is ten opzichte van de regio direct rondom de windturbines. Vooral in de nachten was het opwarmende effect goed te zien, overdag nauwelijks tot niet.
“Dit is logisch omdat gedurende de nacht de bodem veel kouder wordt dan de lucht een paar honderd meter boven het aardoppervlak en de windmolens zorgen voor turbulentie waardoor de luchtlagen mixen,” legt Steven Sherwood (University of New South Wales, Australië), niet verbonden aan de studie, uit. Hierdoor warmt de bodem dus op in de nacht. “Dezelfde strategie wordt regelmatig gebuikt door fruittelers om vorst in de vroege morgen tegen te gaan”. Zij gebruiken echter geen windmolens maar vliegen met een helikopter over de boomgaard.

Gedurende de dag is het aardoppervlak al warm ten opzichte van de lucht daarboven door de zonneschijn. Daarom hebben de windmolens dan nauwelijks een opwarmend effect. Het verschil tussen de winter en zomer zit hem in de windkracht: er was meer wind in de zomermaanden waardoor het aardoppervlak dus meer opwarmde dan in de winter.


Windmolenpark in Oostenrijk.
Afbeelding:© Kwerdenker

Opwarming?
Het gaat hier alleen om een verplaatsing van warmte naar het aardoppervlak en niet het vasthouden van uitgaande warmte door broeikasgassen.Is dit slechts een interessante observatie met lokale effecten of speelt het een rol bij globale opwarming? Meer onderzoek zal het uitwijzen.

Referenties:
  • Zhou et al., ‘Impacts of wind farms on land surface temperature’, Nature Climate Change, online publicatie 29 april 2012.

Dit artikel is met toestemming van de kennislink redactie overgenomen van Kennislink

1260 Toestand Caraďbisch koraal verslechterde al voor klimaatverandering
Auteur: prof. dr. A.J. (Tom) van Loon, AMU, Poznan

Klik hier voor alle artikelen over het Milieu ! Klik hier voor alle artikelen over Oceanografie ! Klik hier voor alle artikelen over (Paleo)Klimaat !

Goed nieuws en slecht nieuws met betrekking tot koraal. Laten we maar eens met het goede nieuws beginnen. De verslechtering van de toestand van koraal in grote delen van de wereld lijkt - althans in het Caraďbisch gebied - geen gevolg van de huidige klimaatverandering. Die verslechtering blijkt namelijk al duidelijk voor de klimaatverandering te zijn ingezet. En er is nog meer goed nieuws: het lijkt erop dat betrekkelijk simpele maatregelen een verdere verslechtering van de toestand kunnen voorkomen.

De alarmerende afname van koraalriffen sinds de tachtiger jaren van de vorige eeuw, die zich uit in ziektes van het koraal die onder meer leiden tot het ‘verbleken’ (coral bleaching) ervan, zijn tot nu toe gewoonlijk toegeschreven aan de opwarming van het zeewater die het gevolg is van de opwarming van de aarde in de laatste decennia. Dat verband is overigens door anderen betwist (ikzelf deed dat al met een commentaar in Nature in 1999), onder meer op basis van het feit dat er in het geologisch nabije verleden (het Eemien, de warme tijd tussen de laatste ijstijd en de ijstijd waarin ook Nederland door ijs werd bedekt) hogere temperaturen heersten dan nu, en dat die niet lijken te hebben geleid tot een vergelijkbare verslechtering van het koraal.


Het koraal Acropora cervicornis
domineerde het rif lang. Door zijn
snelle groei vormde het een soort oerwoud.
Nu nemen hun aantal en grootte af.


De oester Dendrostrea frons,
vastgehecht aan het koraal Acropora cervicornis.


Dat de stijging van de temperatuur van het zeewater inderdaad niet de schuld kan zijn, blijkt nu uit onderzoek van koraalriffen in het Panamese deel van het Caraďbisch gebied. Daarbij werd voor het eerst een vorm van ‘stratigrafisch onderzoek’ toegepast, en wel door een soort kuilen in een afgestorven deel van het koraal te maken, en de ontwikkeling van het koraal uit de verticale opbouw van het koraal te reconstrueren. Uit die ‘stratigrafie’ blijkt dat het koraal begon te verslechteren in het begin van de vorige eeuw (plaatselijk zelfs al rond 1800), toen er nog geen sprake was van een stijgende watertemperatuur. Die verslechtering uitte zich onder meer in een afname van het eerder dominante koraal Acropora cervicornis en van mollusken zoals de oester Dendrostrea frons. Om dat vast te stellen werd uit de kuilen en van andere plaatsen meer dan een ton koraalmateriaal ‘opgevist’, evenals tienduizenden schelpen.


Onderzoekleidster Katie Cramer tijdens
het verzamelen van koraal en schelpen.


Het maken van een kuil in afgestorven rif voor onderzoek van de rifopbouw.


Dat de klimaatverandering geen rol heeft gespeeld, is uiteraard goed nieuws. Maar dat is op zichzelf geen reden om verder door te gaan zoals nu gebeurt: de verslechtering van het koraal blijkt namelijk wel een gevolg van menselijke activiteit. Eén daarvan is overbevissing, maar de negatieve gevolgen daarvan (door verstoring van het ecologisch evenwicht, en doordat de vissen niet meer talrijk genoeg zijn om de algenbedekking van koralen - die de groei daarvan onmogelijk maakt - tijdig weg te eten) zijn al langer bekend. Door daaraan, via internationale afspraken, een eind te maken, is dus al veel gewonnen.

Er is echter nog een tweede reden waarom het onderzochte koraal steeds verder verslechterde: dat is de voortdurende aanvoer van slib, voedingsstoffen en verontreinigingen, die vooral afkomstig zijn van de ontginning van ‘woeste grond’ (vnl. bos) en van landbouw. Ook daaraan is door overheidsmaatregelen in principe paal en perk te stellen. En zo kunnen de koraalriffen - een van de meest fascinerende milieus op aarde met een elders ongekende biodiversiteit - mogelijk weer herstellen.


De in de kuil gevonden opbouw van het rif.

Referenties:
  • Cramer, K.L., Jackson, J.B.C., Angioletti, Ch.V., Leonard-Pingel, J. & Guilderson, Th.P., 2012. Anthropogenic mortality on coral reefs in Caribbean Panama predates coral disease and bleaching. Ecology Letters, doi:10.1111/j.1461-0248.2012.01768-x.

  • Van Loon, A.J., 1999. Corals resist extinction by global warming. Nature 400, p. 708.

Foto’s: Scripps Institution of Oceanography, San Diego, CA (Verenigde Staten van Amerika).


Copyright © NGV 1999-2017
webmaster@geologischevereniging.nl